De strafpleiter heeft daarvoor twee argumenten. Zo zou er allereerst een probleem zijn met de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel. "Een aantal documenten over de huiszoeking lijken niet in het dossier te zitten", zegt meester Mary. "Dat stelt problemen voor het aanhoudingsbevel." Belangrijker voor de strafpleiter is de vraag of Laïla D. kan beschuldigd worden van wapenbezit als de wapens van haar echtgenoot waren. "Zij wist natuurlijk dat die wapens in huis waren maar is dat voldoende om haar te vervolgen? Is de vrouw van een cocaïneverslaafde die drugs in huis heeft, ook schuldig aan drugbezit? Ik denk het niet en dezelfde redenering gaat hier op. Het is ook het enige dat haar verweten wordt, zij is niet in verdenking gesteld voor bendevorming of deelname aan terroristischr activiteiten." Dat Laïla D. mogelijks kennis zou hebben van misdrijven die door haar echtgenoot zouden gepleegd zijn, of die hij voorbereidde, of zijn eventuele medeplichtigen zou kennen, mag voor meester Mary ook geen argument zijn om haar langer in de cel te houden. (JDH)

De strafpleiter heeft daarvoor twee argumenten. Zo zou er allereerst een probleem zijn met de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel. "Een aantal documenten over de huiszoeking lijken niet in het dossier te zitten", zegt meester Mary. "Dat stelt problemen voor het aanhoudingsbevel." Belangrijker voor de strafpleiter is de vraag of Laïla D. kan beschuldigd worden van wapenbezit als de wapens van haar echtgenoot waren. "Zij wist natuurlijk dat die wapens in huis waren maar is dat voldoende om haar te vervolgen? Is de vrouw van een cocaïneverslaafde die drugs in huis heeft, ook schuldig aan drugbezit? Ik denk het niet en dezelfde redenering gaat hier op. Het is ook het enige dat haar verweten wordt, zij is niet in verdenking gesteld voor bendevorming of deelname aan terroristischr activiteiten." Dat Laïla D. mogelijks kennis zou hebben van misdrijven die door haar echtgenoot zouden gepleegd zijn, of die hij voorbereidde, of zijn eventuele medeplichtigen zou kennen, mag voor meester Mary ook geen argument zijn om haar langer in de cel te houden. (JDH)