De minister-president erkende dat de instellingen en de organisatie van het Brussels welzijns- en gezondheidssysteem door de crisis op de proef gesteld werden, terwijl de zesde staatshervorming nog niet helemaal verteerd was. "We stellen vast dat er op sommige momenten te veel energie besteed moest worden om het systeem te doen werken, informatie te delen en het optreden te coördineren in plaats van die energie te steken in de bestrijding van de pandemie zelf", aldus Vervoort. "Vaak was er ook geen eenheid van commando om de verschillende betrokken partijen onder één leiding te krijgen." Rudi Vervoort benadrukte ook dat er veel bereidheid tot samenwerking was, ook al heeft de coronacrisis "ontegensprekelijk onvolmaaktheden, zwaktes en in sommige gevallen zelfs werkingsgebreken blootgelegd, en dat op alle beleidsniveaus". Daarom is het voor hem van het allergrootste belang om een geïntegreerd Brussels welzijns- en gezondheidsplan op te stellen. "Dat plan moet dienen als gemeenschappelijke leidraad voor alle bevoegde instanties op het Brusselse grondgebied en moet steunen op een territoriale benadering van de welzijns- en gezondheidszorg. De OCMW's zullen daarbij een centrale rol krijgen om het beleid inzake ongelijkheids- en armoedebestrijding uit te voeren." Voor de minister-president "moeten alle lokale en sociale diensten toegankelijk zijn, ook in crisisperiodes, want het is vooral dan dat burgers antwoorden op hun vragen nodig hebben". Daarnaast moet er prioriteit geven worden aan een herziening van allerlei ordonnanties in verband met ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg en gezondheidspreventie. Ook de planning van de investeringen in huisvesting voor ouderen dient herzien te worden. Zowel het Gewest als de GGC (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie) heeft volgens Vervoort zijn werk gedaan. "De GGC heeft wel degelijk haar bicommunautaire bevoegdheden op het vlak van testen, contactopsporing en vaccinatie uitgeoefend. Daarnaast legde zij zich toe op de opvolging van de clusters op het terrein en op de aanleg van een strategische voorraad voorraadbeschermingsmiddelen. Ook het Gewest heeft gedaan wat het moest doen door zijn openbare ordetaken te vervullen en de economische, sociale en culturele sectoren te ondersteunen." (Belga)

De minister-president erkende dat de instellingen en de organisatie van het Brussels welzijns- en gezondheidssysteem door de crisis op de proef gesteld werden, terwijl de zesde staatshervorming nog niet helemaal verteerd was. "We stellen vast dat er op sommige momenten te veel energie besteed moest worden om het systeem te doen werken, informatie te delen en het optreden te coördineren in plaats van die energie te steken in de bestrijding van de pandemie zelf", aldus Vervoort. "Vaak was er ook geen eenheid van commando om de verschillende betrokken partijen onder één leiding te krijgen." Rudi Vervoort benadrukte ook dat er veel bereidheid tot samenwerking was, ook al heeft de coronacrisis "ontegensprekelijk onvolmaaktheden, zwaktes en in sommige gevallen zelfs werkingsgebreken blootgelegd, en dat op alle beleidsniveaus". Daarom is het voor hem van het allergrootste belang om een geïntegreerd Brussels welzijns- en gezondheidsplan op te stellen. "Dat plan moet dienen als gemeenschappelijke leidraad voor alle bevoegde instanties op het Brusselse grondgebied en moet steunen op een territoriale benadering van de welzijns- en gezondheidszorg. De OCMW's zullen daarbij een centrale rol krijgen om het beleid inzake ongelijkheids- en armoedebestrijding uit te voeren." Voor de minister-president "moeten alle lokale en sociale diensten toegankelijk zijn, ook in crisisperiodes, want het is vooral dan dat burgers antwoorden op hun vragen nodig hebben". Daarnaast moet er prioriteit geven worden aan een herziening van allerlei ordonnanties in verband met ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg en gezondheidspreventie. Ook de planning van de investeringen in huisvesting voor ouderen dient herzien te worden. Zowel het Gewest als de GGC (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie) heeft volgens Vervoort zijn werk gedaan. "De GGC heeft wel degelijk haar bicommunautaire bevoegdheden op het vlak van testen, contactopsporing en vaccinatie uitgeoefend. Daarnaast legde zij zich toe op de opvolging van de clusters op het terrein en op de aanleg van een strategische voorraad voorraadbeschermingsmiddelen. Ook het Gewest heeft gedaan wat het moest doen door zijn openbare ordetaken te vervullen en de economische, sociale en culturele sectoren te ondersteunen." (Belga)