Onderzoekers Mareile Wiegmann, Imre Keserü en Cathy Macharis van de Vrije Universiteit Brussel analyseren en vergelijken de gegevens van de aanbieders die begin 2018 actief waren in het Brussels Gewest. In 2003 werd het station-based autodelen, waarbij het voertuig wordt opgehaald en teruggebracht op dezelfde plaats, geïntroduceerd. Vanaf juli 2016 kwam daar free-floating autodelen (de gebruiker haalt het voertuig op en kan het nadien op een andere plaats binnen de perimeter van de aanbieder achterlaten) bij. Op 31 december 2017 telde het Brussels Gewest 12.300 geregistreerde gebruikers van free-floating autodelen, wat vrij vergelijkbaar is met toen 13.688 actieve gebruikers van de station-based aanbieders. Tussen beide systemen zijn er verschillen qua gebruik en gebruikersprofiel. De gemiddelde autodeler is eerder jong, een man en hoogopgeleid. Bij klanten van free-floating diensten zijn deze kenmerken nog meer uitgesproken: 51 pct van de gebruikers is tussen 26 en 39 jaar, 77 pct is van het mannelijke geslacht en 69 pct behaalde een universitair diploma. De trajecten en de gebruiksduur zijn korter bij free-floating autodelen: gemiddeld leggen deze gebruikers 8 km af en gebruiken ze het voertuig gedurende 35 minuten, tegenover 48 km en iets meer dan 7 uur voor gebruikers van station-based autodelen. 75,4 pct van de gebruikers van free-floating autodelen maakt 1 tot 3 keer per maand of minder gebruik van een autodeeldienst. Bij gebruikers van station-based autodelen stijgt dat percentage naar 79,1 pct. Mensen zonder eigen wagen maken vaker gebruik van een autodeeldienst dan mensen met een eigen wagen. Toch zorgen beide systemen ervoor dat de voertuigen op de openbare weg beter renderen. Bij free-floating autodelen worden de voertuigen 7,2 pct van de tijd gebruikt, terwijl het gemiddelde gebruik van een privévoertuig in Brussel op 2,1 pct strandt. (Belga)

Onderzoekers Mareile Wiegmann, Imre Keserü en Cathy Macharis van de Vrije Universiteit Brussel analyseren en vergelijken de gegevens van de aanbieders die begin 2018 actief waren in het Brussels Gewest. In 2003 werd het station-based autodelen, waarbij het voertuig wordt opgehaald en teruggebracht op dezelfde plaats, geïntroduceerd. Vanaf juli 2016 kwam daar free-floating autodelen (de gebruiker haalt het voertuig op en kan het nadien op een andere plaats binnen de perimeter van de aanbieder achterlaten) bij. Op 31 december 2017 telde het Brussels Gewest 12.300 geregistreerde gebruikers van free-floating autodelen, wat vrij vergelijkbaar is met toen 13.688 actieve gebruikers van de station-based aanbieders. Tussen beide systemen zijn er verschillen qua gebruik en gebruikersprofiel. De gemiddelde autodeler is eerder jong, een man en hoogopgeleid. Bij klanten van free-floating diensten zijn deze kenmerken nog meer uitgesproken: 51 pct van de gebruikers is tussen 26 en 39 jaar, 77 pct is van het mannelijke geslacht en 69 pct behaalde een universitair diploma. De trajecten en de gebruiksduur zijn korter bij free-floating autodelen: gemiddeld leggen deze gebruikers 8 km af en gebruiken ze het voertuig gedurende 35 minuten, tegenover 48 km en iets meer dan 7 uur voor gebruikers van station-based autodelen. 75,4 pct van de gebruikers van free-floating autodelen maakt 1 tot 3 keer per maand of minder gebruik van een autodeeldienst. Bij gebruikers van station-based autodelen stijgt dat percentage naar 79,1 pct. Mensen zonder eigen wagen maken vaker gebruik van een autodeeldienst dan mensen met een eigen wagen. Toch zorgen beide systemen ervoor dat de voertuigen op de openbare weg beter renderen. Bij free-floating autodelen worden de voertuigen 7,2 pct van de tijd gebruikt, terwijl het gemiddelde gebruik van een privévoertuig in Brussel op 2,1 pct strandt. (Belga)