Het Brussels Gewest is het laatste dat sinds de overheveling van de bevoegdheid over kinderbijslag als gevolg van de zesde staatshervorming overschakelt naar een eigen systeemt. Dat systeem verschilt op een aantal punten van het Vlaamse en Waalse systeem om beter aan te sluiten bij de noden van het Brusselse gezin. Het basisbedrag in het hoofdstedelijk gewest bedraagt 150 euro. Voor gezinnen die minder dan 31.000 euro bruto per jaar verdienen (53,68% van de Brusselse gezinnen) komt er vanaf 12 jaar een leeftijdstoeslag van 10 euro en van 20 euro vanaf 18 jaar. Brussel heeft ervoor gekozen om ook kinderen die voor 2020 geboren zijn in het systeem in te brengen. Maar om dit budgettair mogelijk te maken, geldt een overgangsperiode tot 2026. In die overgangsperiode geldt een basisbedrag van 140 euro met dezelfde leeftijdstoeslag. Indien de oude kinderbijslag hoger lag, blijft die behouden. Voorts gelden er sociale toelagen. Een gezin met een bruto belastbaar inkomen onder 31.000 euro en één kind krijgt een toeslag van 40 of 50 euro per kind naargelang het kind jonger of ouder dan 11 jaar is. Die bedragen stijgen naar 70 en 80 euro als het gezin twee kinderen telt en naar 110 en 120 euro als het gezin drie of meer kinderen telt. Eenoudergezinnen krijgen 10 euro extra met twee kinderen en 20 euro met minstens drie kinderen. Gezinnen met een inkomen tussen 31.000 en 45.000 euro krijgen een toeslag van 25 euro per kind als ze twee kinderen hebben en 72 euro als ze ze minstens drie hebben. Het systeem omvat ook jaarlijkse schoolpremie van 20 tot 80 euro naargelang de leeftijd en een eenmalige adoptiepremie of kraamgeld van 1.100 euro voor het eerste kind en 500 euro voor de volgenden. Wezen krijgen anderhalf maal het basisbedrag als één ouder is overleden en een dubbel basisbedrag als beiden niet meer leven. De toelagen voor een handicap blijven behouden. (Belga)

Het Brussels Gewest is het laatste dat sinds de overheveling van de bevoegdheid over kinderbijslag als gevolg van de zesde staatshervorming overschakelt naar een eigen systeemt. Dat systeem verschilt op een aantal punten van het Vlaamse en Waalse systeem om beter aan te sluiten bij de noden van het Brusselse gezin. Het basisbedrag in het hoofdstedelijk gewest bedraagt 150 euro. Voor gezinnen die minder dan 31.000 euro bruto per jaar verdienen (53,68% van de Brusselse gezinnen) komt er vanaf 12 jaar een leeftijdstoeslag van 10 euro en van 20 euro vanaf 18 jaar. Brussel heeft ervoor gekozen om ook kinderen die voor 2020 geboren zijn in het systeem in te brengen. Maar om dit budgettair mogelijk te maken, geldt een overgangsperiode tot 2026. In die overgangsperiode geldt een basisbedrag van 140 euro met dezelfde leeftijdstoeslag. Indien de oude kinderbijslag hoger lag, blijft die behouden. Voorts gelden er sociale toelagen. Een gezin met een bruto belastbaar inkomen onder 31.000 euro en één kind krijgt een toeslag van 40 of 50 euro per kind naargelang het kind jonger of ouder dan 11 jaar is. Die bedragen stijgen naar 70 en 80 euro als het gezin twee kinderen telt en naar 110 en 120 euro als het gezin drie of meer kinderen telt. Eenoudergezinnen krijgen 10 euro extra met twee kinderen en 20 euro met minstens drie kinderen. Gezinnen met een inkomen tussen 31.000 en 45.000 euro krijgen een toeslag van 25 euro per kind als ze twee kinderen hebben en 72 euro als ze ze minstens drie hebben. Het systeem omvat ook jaarlijkse schoolpremie van 20 tot 80 euro naargelang de leeftijd en een eenmalige adoptiepremie of kraamgeld van 1.100 euro voor het eerste kind en 500 euro voor de volgenden. Wezen krijgen anderhalf maal het basisbedrag als één ouder is overleden en een dubbel basisbedrag als beiden niet meer leven. De toelagen voor een handicap blijven behouden. (Belga)