Het gebouw was in september 2012 verbeurd verklaard nadat de eigenaar veroordeeld werd voor huisjesmelkerij. Sindsdien was het eigendom van de Belgische staat. 'Maar de FOD Financiën stelde vast dat er nog mensen woonden hoewel er geen enkel huurcontract met die bewoners was opgemaakt', zegt Brussels parketwoordvoerster Ine Van Wymersch. 'Vermoedelijk betalen zij nog steeds huur aan de vorige eigenaar maar juridisch gezien bezetten zij het gebouw 'zonder recht of titel'.'

Het Brusselse parket opende een opsporingsonderzoek waaruit bleek dat er bovendien sprake was van overlast en dat het gebouw verwaarloosd werd. Herhaalde pogingen van de FOD Financiën om de bewoners goedschiks te doen vertrekken, haalden niets uit. Ook de aanplakking van een ontruimingsbevel in mei bracht de bewoners niet op andere gedachten.

De FOD Financiën diende daarop bij het parket een verzoek in om het pand te laten ontruimen, gebaseerd op artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017, de zogenaamde 'kraakwet'. 'Het parket heeft dan op 20 juli een bevel tot ontruiming opgesteld, en aan de politie Brussel Noord gevraagd dat bevel uit te voeren', zegt de parketmagistrate. 'Alleen wie hardnekkig weigert het pand te verlaten, zal opgepakt worden. Wie vrijwillig vertrekt, moet de gelegenheid krijgen om zijn spullen mee te nemen. Meteen na de ontruiming zullen de nodige maatregelen genomen worden om het pand af te sluiten zodat een nieuwe onrechtmatige bezetting vermeden wordt.'

De kraakwet bepaalt dat de politie krakers meteen uit een pand kan zetten indien dat pand wel degelijk bewoond is. Bij een onbewoond pand hebben krakers tot acht dagen de tijd om een verweer in te dienen tegen een gedwongen uitzetting. Gaan ze in beroep, dan onderneemt een vrederechter een poging om de verschillende kampen met elkaar te verzoenen. Lukt ook dat niet, dan hebben de krakers een maand de tijd om het pand te verlaten. Sinds de kraakwet zijn er bovendien boetes en gevangenisstraffen tot acht dagen mogelijk.

Het gebouw was in september 2012 verbeurd verklaard nadat de eigenaar veroordeeld werd voor huisjesmelkerij. Sindsdien was het eigendom van de Belgische staat. 'Maar de FOD Financiën stelde vast dat er nog mensen woonden hoewel er geen enkel huurcontract met die bewoners was opgemaakt', zegt Brussels parketwoordvoerster Ine Van Wymersch. 'Vermoedelijk betalen zij nog steeds huur aan de vorige eigenaar maar juridisch gezien bezetten zij het gebouw 'zonder recht of titel'.' Het Brusselse parket opende een opsporingsonderzoek waaruit bleek dat er bovendien sprake was van overlast en dat het gebouw verwaarloosd werd. Herhaalde pogingen van de FOD Financiën om de bewoners goedschiks te doen vertrekken, haalden niets uit. Ook de aanplakking van een ontruimingsbevel in mei bracht de bewoners niet op andere gedachten. De FOD Financiën diende daarop bij het parket een verzoek in om het pand te laten ontruimen, gebaseerd op artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017, de zogenaamde 'kraakwet'. 'Het parket heeft dan op 20 juli een bevel tot ontruiming opgesteld, en aan de politie Brussel Noord gevraagd dat bevel uit te voeren', zegt de parketmagistrate. 'Alleen wie hardnekkig weigert het pand te verlaten, zal opgepakt worden. Wie vrijwillig vertrekt, moet de gelegenheid krijgen om zijn spullen mee te nemen. Meteen na de ontruiming zullen de nodige maatregelen genomen worden om het pand af te sluiten zodat een nieuwe onrechtmatige bezetting vermeden wordt.' De kraakwet bepaalt dat de politie krakers meteen uit een pand kan zetten indien dat pand wel degelijk bewoond is. Bij een onbewoond pand hebben krakers tot acht dagen de tijd om een verweer in te dienen tegen een gedwongen uitzetting. Gaan ze in beroep, dan onderneemt een vrederechter een poging om de verschillende kampen met elkaar te verzoenen. Lukt ook dat niet, dan hebben de krakers een maand de tijd om het pand te verlaten. Sinds de kraakwet zijn er bovendien boetes en gevangenisstraffen tot acht dagen mogelijk.