En wij die dachten dat u een keurige jongen uit Ronse was. Onder uw pak blijkt u een motherfucker from the hood.
...

En wij die dachten dat u een keurige jongen uit Ronse was. Onder uw pak blijkt u een motherfucker from the hood. DieterLimbourg: (lacht) Toen ik een jaar of vijftien was, heeft mijn beste vriend me de muziek van Prince leren kennen. Daardoor ging er een deur open: die funk en soul wilden wij met ons bandje ook spelen. Vandaar ging het als vanzelf naar de hiphop. Ik ben geen kenner, dus laten we niet met namen gooien, maar ik heb onderweg veel opgepikt. In de jaren tachtig gebruikten rappers samples uit de klassieke jazz. Is dit jullie manier om revanche te nemen? Limbourg: Hé, nu je 't zegt. Er zitten echt hele straffe gasten tussen. Ik hoor het wanneer een van hen een echte muzikant is. Wat mij aan die wereld fascineert, is dat die mensen met heel veel verschillende invloeden tegelijk bezig zijn. Dat wil ik ook. Van opleiding ben ik saxofonist in de klassieke muziek. In de praktijk heb ik daar nooit iets mee gedaan. Maar zo kwam ik in contact met vele andere muziekjes: de romantische klassieke muziek, de hedendaagse, de avant-garde, en uiteindelijk kwam ik in de pop en de rock terecht. Jazz is mijn grote liefde, maar er is leven daarbuiten. Eén stijl is me te beperkend. Ik probeer me de dag voor te stellen waarop u naar het orkest stapte met de boodschap: ik wil met een rapper werken. Was iedereen meteen mee? Limbourg: Het project heeft een langere voorgeschiedenis dan dat. We wilden al lang iets doen met Brussel als thema, de grootstad. We hadden al samengewerkt met Michael De Cock van de KVS, en daar is de kiem gelegd. We zochten jonge mensen uit Brussel - rappers, dj's, slam poets - om een voorstelling mee te maken. Na twee concerten wisten we: hier moeten een opname en een tournee van komen. In het begin voelde ik wel enig voorbehoud bij sommige muzikanten - ook bij mezelf: ik was niet zeker of die werelden wel samen te brengen vielen. Nu weet ik dat het kan. De Vlaams-Nigeriaanse rapper Zediam - I am Zed, voor de vrienden - zegt in zijn eerste rhyme: ' If every muslim is a terrorist, then all Belgians are pedofiles.' Was u niet bang om het vaste, rustige publiek van het BJO te bruuskeren? Limbourg: Dat mag wel eens. Intern werd ook de vraag gesteld: 'Moeten we dit wel doen?' Mijn antwoord daarop is: 'Ja. Sommige dingen moeten maar eens uitgesproken worden.' Even niet braaf zijn, jongens. U hebt de band bijgestuurd, met elektrische bas, hammondorgel en synths. Het geeft het album de vibe van een detectiveserie uit de sixties en van een hedendaagse soundtrack bij Ascenseur pour l'échafaud. Limbourg: Dank je. We hebben nu twéé bassisten, een elektrische en een contrabas, omdat we soms heel snel moeten switchen tussen de twee werelden. Het was niet makkelijk om die elektrische instrumenten in balans te krijgen met het akoestische orkest. Hoe neem je in coronatijden een album op met een man of twintig? Limbourg: Normaal spelen wij alles samen, live. Dat kan nu natuurlijk niet. Eerst werd de ritmesectie opgenomen, daarna de blazers in een héél grote studio zodat we afstand konden bewaren, en op het eind de vocals en dj Grazzhoppa. Die man is ongelooflijk. Live maakt hij bijvoorbeeld samples van je solo's, en gebruikt die als antwoord in zijn solo. Dit krijgen jullie live voor elkaar? Limbourg: Natuurlijk wel. Het blijft wel een jazzband, hè. Gaan jullie nu optreden in hoody's? Limbourg: (grijnst) Nee hoor. Keurige jongens, was het toch?