Het alternerend leren is een manier van leren waarbij de theorie op de praktijk afgestemd wordt. Ook is het een soort opleiding die ervoor zorgt dat de noden van de ondernemingen worden vervuld op het vlak van geschoolde arbeidskrachten. De vorige Brusselse regering heeft een aantal maatregelen genomen om het alternerend leren te stimuleren: zo konden werkzoekenden gratis deelnemen aan een opleiding, was er een premie voor de ondernemingen en werd begeleiding voorzien voor de stagiairs. De cijfers voor 2019 tonen een stijging van het aantal inschrijvingen. Bij het EFP, de instelling belast met het alternerend leren in het Brussels Gewest, bedroeg het aantal inschrijvingen op 31 oktober 4.787, waarvan 4.120 ouder dan 18 jaar. Van deze laatste groep schreven 2.851 mensen zich voor het eerst in, wat een stijging met 14 procent betekent. Bij de beroepen in de bouwsector bedraagt de toename zelfs 37 procent. Hoewel sommige werkgevers nog stageplaatsen aanbieden en stagiairs zoeken die aan een opleiding via het alternerend leren willen beginnen - wat het geval is voor restaurants, kapsalons en tuinaannemingen -, hebben anderen moeite om werkgevers te vinden die hen willen opleiden. Dat is vooral het geval bij opleidingen in de digitale sector: assistent-ontwikkelaar, community manager, UX/UI-designer of computergraficus. "Alternerend leren wordt erkend als de meest efficiënte leermethode. Maar liefst 85 procent van de mensen die een opleiding via het alternerend leren voltooien, vindt een job, ondanks het feit dat voor sommige opleidingen geen werkgevers te vinden zijn die opleiding willen geven. In Duitsland is het alternerend leren een onderdeel van de bedrijfscultuur. Dat moet in Brussel ook zo worden. De ondernemingen moeten begeleid worden, zodat ze zich inzetten voor de opleiding van jongeren", besluit minister Clerfayt. (Belga)