Brussel is vandaag met onder meer de aanwezigheid van de audiovisuele omroepen en krantenuitgevers één van de belangrijkste centra van de Belgische mediasector. Met haar doctoraatsonderzoek bracht Komorowski de aantrekkelijkheid van steden voor mediabedrijven in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat de recente aanslagen en de reputatie van Brussel als politieke hoofdstad haar ambities om de bestaande mediasector verder uit te bouwen in de weg staan. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie en een bevraging van zestig mediabedrijven stelde Komorowski vast dat vier factoren bepalen waar mediabedrijven zich vestigen. De zogenaamde "urbanization economies" vormen de eerste belangrijke drijfveer: kenmerken die typisch zijn voor grote steden, zoals de aanwezigheid van beslissingsorganen en overheidsinstellingen of de goede bereikbaarheid en veel transportmogelijkheden. Verder zijn ook de toegang tot dergelijke instellingen en de aanwezigheid van opnamestudio's of montagecellen, "localization economies", doorslaggevend. Ook de nabijheid van andere mediabedrijven en concurrenten ("agglomeration economies") spelen een rol in het ontstaan van mediaclusters. Ten vierde is het imago van de stad zelf een niet te onderschatten factor ("perception economies"). "Het beeld dat mensen van je bedrijf of sector hebben, heeft een grote impact op hoe ze tegenover jou en je product staan", legt Komorowski uit. "Denk aan typische 'love-brands' zoals Google of Apple. Dat geldt ook voor mediabedrijven. Dit onderzoek toont aan dat die perceptie voor een heel groot stuk bepaald wordt door de locatie waar ze gevestigd zijn en de omgeving waarbinnen ze opereren. Mediabedrijven vestigen zich daarom bij voorkeur op plekken die het grote publiek hip en cool vindt, zoals Hollywood of Berlijn." (Belga)