Broeder Andreas werkte begin jaren 50 als enige verzorger met de onder verdachte omstandigheden overleden hulpbehoevende jongens. Het bisdom hoorde in 1959 over de verdachte sterftegevallen maar deed niets. Het bisdom werd op de hoogte gebracht door de Arbeidsinspectie, die een onderzoek had ingesteld naar de verdachte sterfgevallen in de periode 1953-1959. Ook de Arbeidsinspectie concludeerde dat het ging om verdachte sterfgevallen. De inspectrice deed geen aangifte bij de politie, hoewel ze daartoe wel verplicht was. Andreas was ongediplomeerd en ook niet bekwaam om de jongens te verzorgen. In de periode 1952-1954 zaten op Sint-Joseph 450 bewoners. Al in 1954 hield zijn orde Andreas verantwoordelijk voor het hoge sterftecijfer op zijn afdeling. Hij werd overgeplaatst naar Huize Savelberg in Koningslust, waarna de verdachte sterfgevallen abrupt stopten. Jaren later trad hij in bij de trappisten in Westvleteren, waar hij verbleef van 1969 tot begin de jaren 90. In 1997 overleed hij. (LOR)

Broeder Andreas werkte begin jaren 50 als enige verzorger met de onder verdachte omstandigheden overleden hulpbehoevende jongens. Het bisdom hoorde in 1959 over de verdachte sterftegevallen maar deed niets. Het bisdom werd op de hoogte gebracht door de Arbeidsinspectie, die een onderzoek had ingesteld naar de verdachte sterfgevallen in de periode 1953-1959. Ook de Arbeidsinspectie concludeerde dat het ging om verdachte sterfgevallen. De inspectrice deed geen aangifte bij de politie, hoewel ze daartoe wel verplicht was. Andreas was ongediplomeerd en ook niet bekwaam om de jongens te verzorgen. In de periode 1952-1954 zaten op Sint-Joseph 450 bewoners. Al in 1954 hield zijn orde Andreas verantwoordelijk voor het hoge sterftecijfer op zijn afdeling. Hij werd overgeplaatst naar Huize Savelberg in Koningslust, waarna de verdachte sterfgevallen abrupt stopten. Jaren later trad hij in bij de trappisten in Westvleteren, waar hij verbleef van 1969 tot begin de jaren 90. In 1997 overleed hij. (LOR)