Volgens minister Crevits is het handelsakkoord werkbaar, maar betaalt de visserijsector toch mee de tol gezien de visquota de komende jaren aanzienlijk verminderd zullen worden. "We moeten de visserijsector nu ten volle ondersteunen om hem leefbaar te houden op langere termijn", zegt ze. Ongeveer de helft van onze visserijproducten komt uit de Britse wateren. De Vlaamse vissersvloot telt 65 vaartuigen en een rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling van zo'n 2.500 werknemers. "Nog niet alle details van het akkoord zijn gekend, maar wat we al meekregen is dat de toegang tot de Britse wateren verzekerd zou blijven voor een periode van 5,5 jaar. Het gaat hier ook om de toegang tot de 6-12 mijlszone voor schepen die vandaag al actief zijn in deze zone. Deze 6-12 mijlszone is de zone voor de Britse kust waar onze visserij vandaag erg actief is. Specifiek voor het voortbestaan van de visserijactiviteiten van een 30-tal kleinere vaartuigen, is deze zone belangrijk", aldus Crevits. "Het is een goede zaak dat er nu een transitieperiode is afgesproken, maar een langere transitieperiode was beter geweest voor onze vissers", klinkt het. "Ons streefdoel lag oorspronkelijk op tien jaar. Vlaamse vissers zullen zich nu versneld moeten aanpassen aan de nieuwe situatie en mogelijks betekent dit ook dat ze op zoek moeten naar nieuwe visgronden en nieuwe vistechnieken. Dit is moeilijk, gezien onze vissers momenteel nog geen ervaring hebben op andere visgronden, omdat ze al eeuwen toegang hebben tot Britse wateren." Hoe het quotabeheer van de visbestanden, die gezamenlijk beheerd worden, na de transitieperiode zal verlopen, is momenteel nog niet duidelijk. "Na de transitie zullen we jaarlijks moeten onderhandelen met de Britten over quota en toegang. Voor het aspect van de toegang blijft het Privilege Charter een relevant juridisch document. Wat betreft de visquota, is een akkoord gevonden waarbij 25 procent van de waarde die Europese vissersboten vandaag opvissen in Britse wateren, wordt teruggegeven aan de Britten. Vissoorten die sterk aanwezig zijn in Britse wateren als tong, roggen, zeeduivel en pladijs zijn erg belangrijk voor de Vlaamse vissers. Dit heeft dus serieuze gevolgen voor onze vissers. De precieze impact die de sector hiervan onmiddellijk vanaf 1 januari zal voelen, is nog niet duidelijk." Er zullen ook afspraken tussen de verschillende Europese landen gemaakt moeten worden over hoe om te gaan met de gewijzigde vismogelijkheden gedurende de transitieperiode. Ook over hoe de Europese Unie kan reageren indien het Verenigd Koninkrijk ervoor kiest om na de transitieperiode de teruggavepercentages op te schroeven, zijn nog maar weinig details bekend. Minister Crevits zal de volgende weken nauw contact blijven houden met de Rederscentrale, de Visveiling en met de meest betrokken lidstaten om de precieze impact in te schatten. Er is ook een nieuwe webpagina voorzien om de vissers en bedrijven zo gericht en snel mogelijk te informeren. (Belga)

Volgens minister Crevits is het handelsakkoord werkbaar, maar betaalt de visserijsector toch mee de tol gezien de visquota de komende jaren aanzienlijk verminderd zullen worden. "We moeten de visserijsector nu ten volle ondersteunen om hem leefbaar te houden op langere termijn", zegt ze. Ongeveer de helft van onze visserijproducten komt uit de Britse wateren. De Vlaamse vissersvloot telt 65 vaartuigen en een rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling van zo'n 2.500 werknemers. "Nog niet alle details van het akkoord zijn gekend, maar wat we al meekregen is dat de toegang tot de Britse wateren verzekerd zou blijven voor een periode van 5,5 jaar. Het gaat hier ook om de toegang tot de 6-12 mijlszone voor schepen die vandaag al actief zijn in deze zone. Deze 6-12 mijlszone is de zone voor de Britse kust waar onze visserij vandaag erg actief is. Specifiek voor het voortbestaan van de visserijactiviteiten van een 30-tal kleinere vaartuigen, is deze zone belangrijk", aldus Crevits. "Het is een goede zaak dat er nu een transitieperiode is afgesproken, maar een langere transitieperiode was beter geweest voor onze vissers", klinkt het. "Ons streefdoel lag oorspronkelijk op tien jaar. Vlaamse vissers zullen zich nu versneld moeten aanpassen aan de nieuwe situatie en mogelijks betekent dit ook dat ze op zoek moeten naar nieuwe visgronden en nieuwe vistechnieken. Dit is moeilijk, gezien onze vissers momenteel nog geen ervaring hebben op andere visgronden, omdat ze al eeuwen toegang hebben tot Britse wateren." Hoe het quotabeheer van de visbestanden, die gezamenlijk beheerd worden, na de transitieperiode zal verlopen, is momenteel nog niet duidelijk. "Na de transitie zullen we jaarlijks moeten onderhandelen met de Britten over quota en toegang. Voor het aspect van de toegang blijft het Privilege Charter een relevant juridisch document. Wat betreft de visquota, is een akkoord gevonden waarbij 25 procent van de waarde die Europese vissersboten vandaag opvissen in Britse wateren, wordt teruggegeven aan de Britten. Vissoorten die sterk aanwezig zijn in Britse wateren als tong, roggen, zeeduivel en pladijs zijn erg belangrijk voor de Vlaamse vissers. Dit heeft dus serieuze gevolgen voor onze vissers. De precieze impact die de sector hiervan onmiddellijk vanaf 1 januari zal voelen, is nog niet duidelijk." Er zullen ook afspraken tussen de verschillende Europese landen gemaakt moeten worden over hoe om te gaan met de gewijzigde vismogelijkheden gedurende de transitieperiode. Ook over hoe de Europese Unie kan reageren indien het Verenigd Koninkrijk ervoor kiest om na de transitieperiode de teruggavepercentages op te schroeven, zijn nog maar weinig details bekend. Minister Crevits zal de volgende weken nauw contact blijven houden met de Rederscentrale, de Visveiling en met de meest betrokken lidstaten om de precieze impact in te schatten. Er is ook een nieuwe webpagina voorzien om de vissers en bedrijven zo gericht en snel mogelijk te informeren. (Belga)