Europeanen en Britten onderhandelen sinds begin maart over een vrijhandelsakkoord en andere aspecten van hun toekomstige relaties. De tijd dringt, want eind dit jaar verstrijkt de overgangsperiode waarin het VK nog steeds deel uitmaakt van de douane-unie en de eenheidsmarkt. De voorbije twee gespreksrondes hebben echter bitter weinig vooruitgang opgeleverd. "We hebben nood aan tastbare vooruitgang op alle domeinen, inclusief open en eerlijke concurrentienormen", stelde Barnier maandag na afloop van zijn onderhoud met Frost. Na de vorige gespreksronde, eind april, bekloeg de Fransman zich erover dat de Britten met de voeten slepen en zich niet echt lijken te engageren om een aantal belangrijke kwesties op te lossen. Ook de Britten vinden op hun beurt dat het Europese kamp te weinig beweegt. Londen aast op een lucratief handelsakkoord naar Canadees model, maar de Europeanen eisen in ruil garanties dat er aan de andere kant van het Kanaal geen gedereguleerde economie ontstaat die oneerlijk gaat concurreren met de Europese. "Er moet een juist evenwicht tussen rechten en plichten zijn", beklemtoonde Barnier maandag opnieuw. Ook het dispuut rond de verdeling van visquota blijft de onderhandelingen bezwaren. Die knoop zou nochtans tegen volgende maand beslecht moeten worden. In juni moeten de EU en het VK ook beslissen of ze de overgangsperiode met één of twee jaar willen verlengen. Ondanks de haperende onderhandelingen, en de economische ravage die de coronapandemie intussen aanricht, wil de conservatieve regering in Londen daar vooralsnog niet van weten. De situatie baart de Europese industrie grote zorgen. "Het verstrijken van de overgangsperiode zonder akkoord zal van een reeds moeilijke economische situatie een catastrofe maken", waarschuwde het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI) maandag. Niettemin is het "jammer genoeg realistisch dat de hoofdonderhandelaars ook op het einde van deze week opnieuw met lege handen zullen achterblijven", vreest de BDI. (Belga)

Europeanen en Britten onderhandelen sinds begin maart over een vrijhandelsakkoord en andere aspecten van hun toekomstige relaties. De tijd dringt, want eind dit jaar verstrijkt de overgangsperiode waarin het VK nog steeds deel uitmaakt van de douane-unie en de eenheidsmarkt. De voorbije twee gespreksrondes hebben echter bitter weinig vooruitgang opgeleverd. "We hebben nood aan tastbare vooruitgang op alle domeinen, inclusief open en eerlijke concurrentienormen", stelde Barnier maandag na afloop van zijn onderhoud met Frost. Na de vorige gespreksronde, eind april, bekloeg de Fransman zich erover dat de Britten met de voeten slepen en zich niet echt lijken te engageren om een aantal belangrijke kwesties op te lossen. Ook de Britten vinden op hun beurt dat het Europese kamp te weinig beweegt. Londen aast op een lucratief handelsakkoord naar Canadees model, maar de Europeanen eisen in ruil garanties dat er aan de andere kant van het Kanaal geen gedereguleerde economie ontstaat die oneerlijk gaat concurreren met de Europese. "Er moet een juist evenwicht tussen rechten en plichten zijn", beklemtoonde Barnier maandag opnieuw. Ook het dispuut rond de verdeling van visquota blijft de onderhandelingen bezwaren. Die knoop zou nochtans tegen volgende maand beslecht moeten worden. In juni moeten de EU en het VK ook beslissen of ze de overgangsperiode met één of twee jaar willen verlengen. Ondanks de haperende onderhandelingen, en de economische ravage die de coronapandemie intussen aanricht, wil de conservatieve regering in Londen daar vooralsnog niet van weten. De situatie baart de Europese industrie grote zorgen. "Het verstrijken van de overgangsperiode zonder akkoord zal van een reeds moeilijke economische situatie een catastrofe maken", waarschuwde het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI) maandag. Niettemin is het "jammer genoeg realistisch dat de hoofdonderhandelaars ook op het einde van deze week opnieuw met lege handen zullen achterblijven", vreest de BDI. (Belga)