Zaterdag won Brand de Zilvermeercross in Mol. Dat was al haar elfde zege van het seizoen. "Ik rijd met meer vertrouwen rond doordat ik technisch beter ben geworden, Sven Nys steekt daar heel wat tijd en energie in. Ik heb dit seizoen vele uren in het bos doorgebracht", verklaart de Rotterdamse haar beste seizoen tot nog toe. "Als de techniek beter is, dan moet je fysiek minder compenseren en houd je meer energie over. Daarnaast ben ik dit seizoen vroeger in het veld begonnen. Normaal gezien stap ik in november in, dan heeft de rest al het crossgevoel te pakken en loop ik een beetje achter de feiten aan." Brand stond al drie keer op het WK-podium (brons in 2018 en 2020, zilver in 2019), maar nog nooit op de hoogste trede. "Natuurlijk wil ik het WK in Oostende winnen. Maar als dat niet lukt, is het niet plots een slecht seizoen. Ik ben al zeker van de eindzege in de wereldbeker, dat toont aan dat je over het hele seizoen op verschillende parcoursen uiteindelijk de beste bent geweest. Maar het niveau is bij ons momenteel zo hoog dat je op het WK, dat op één dag wordt beslist, zomaar naast het podium kan belanden." Bij de vrouwen heeft Nederland een enorme weelde. Voor Brand komt de tegenstand in Oostende dan ook hoofdzakelijk uit eigen land, met onder anderen wereld- en Europees kampioene Ceylin del Carmen Alvarado en Denise Betsema. Sanne Cant komt doorgaans goed voor de dag in het zand, maar Brand betwijfelt dat de Belgische kampioene kan meestrijden voor de medailles. "Ik houd niet echt rekening met de niet-Nederlandse vrouwen. Al heeft Sanne de voorbije weken een paar keer een betere start laten zien. Ze rijdt goed door het zand en op een WK kan ze altijd beter presteren dan de weken ervoor. Het is maar de vraag of dat voldoende zal zijn om de hele wedstrijd mee te kunnen. Maar ze kan de race zeker mee beïnvloeden." (Belga)

Zaterdag won Brand de Zilvermeercross in Mol. Dat was al haar elfde zege van het seizoen. "Ik rijd met meer vertrouwen rond doordat ik technisch beter ben geworden, Sven Nys steekt daar heel wat tijd en energie in. Ik heb dit seizoen vele uren in het bos doorgebracht", verklaart de Rotterdamse haar beste seizoen tot nog toe. "Als de techniek beter is, dan moet je fysiek minder compenseren en houd je meer energie over. Daarnaast ben ik dit seizoen vroeger in het veld begonnen. Normaal gezien stap ik in november in, dan heeft de rest al het crossgevoel te pakken en loop ik een beetje achter de feiten aan." Brand stond al drie keer op het WK-podium (brons in 2018 en 2020, zilver in 2019), maar nog nooit op de hoogste trede. "Natuurlijk wil ik het WK in Oostende winnen. Maar als dat niet lukt, is het niet plots een slecht seizoen. Ik ben al zeker van de eindzege in de wereldbeker, dat toont aan dat je over het hele seizoen op verschillende parcoursen uiteindelijk de beste bent geweest. Maar het niveau is bij ons momenteel zo hoog dat je op het WK, dat op één dag wordt beslist, zomaar naast het podium kan belanden." Bij de vrouwen heeft Nederland een enorme weelde. Voor Brand komt de tegenstand in Oostende dan ook hoofdzakelijk uit eigen land, met onder anderen wereld- en Europees kampioene Ceylin del Carmen Alvarado en Denise Betsema. Sanne Cant komt doorgaans goed voor de dag in het zand, maar Brand betwijfelt dat de Belgische kampioene kan meestrijden voor de medailles. "Ik houd niet echt rekening met de niet-Nederlandse vrouwen. Al heeft Sanne de voorbije weken een paar keer een betere start laten zien. Ze rijdt goed door het zand en op een WK kan ze altijd beter presteren dan de weken ervoor. Het is maar de vraag of dat voldoende zal zijn om de hele wedstrijd mee te kunnen. Maar ze kan de race zeker mee beïnvloeden." (Belga)