Nu het sociaal overleg over de herinvoering van de proefperiode is afgesprongen, moet de federale regering het dossier naar zich toe trekken. Dat zegt minister van Middenstand Willy Borsus. De MR-minister heeft alvast zelf een voorstel klaar. Dat voorziet in een proefperiode van minstens 15 dagen tot 6 of 12 maanden. Een proefperiode zou ook enkel kunnen bij contracten van onbepaalde duur. Dat laat Borsus donderdag weten in een persbericht.

Eerder deze week hebben de vakbonden het ontwerpakkoord tussen de sociale partners over onder meer de herinvoering van de proefperiode en de hervorming van het minimumloon voor jongeren afgeschoten. Dat tot grote ergernis van de werkgevers, die vinden dat de vakbonden daarmee het hele interprofessioneel akkoord (IPA) op de helling zetten. Unizo-topman Karel Van Eetvelt vond het tijd dat de regering zou ingrijpen. Dat lijkt nu ook te gebeuren.

Minister van Middenstand Willy Borsus: "De regering wou het sociaal overleg alle kans op slagen geven, maar het is mislukt. Ik wens dat de regering het dossier snel in handen neemt." De MR-minister heeft zelf al een voorstel klaar. In dat voorstel wordt de duur van de proefperiode vastgelegd op minstens 15 (kalender)dagen en maximum 6 maanden tot een jaar. Nieuw is wel dat de proefperiode enkel zou kunnen gebruikt worden bij contracten van onbepaalde duur.

Verder mag er maar sprake zijn van één proefperiode per functie. Zo zal het bijvoorbeeld niet kunnen dat een werkgever een boekhouder aanwerft, nadien laat vertrekken en opnieuw in dezelfde functie aanneemt met een proefcontract. Wanneer diezelfde boekhouder zou terugkeren in een andere functie, bijvoorbeeld op de hr-afdeling, zou een proefperiode wél kunnen. Volgens minister Borsus is de maatregel "positief voor iedereen, zowel voor werkgever als voor werknemer".

Minister Borsus is niet de enige met een voorstel. Ook meerderheidspartij N-VA wil een eigen voorstel opnieuw van onder het stof halen. "Dit wetsvoorstel heeft tot doel de vanaf 1 januari 2014 afgeschafte proeftijd opnieuw in te voeren in het arbeidsrecht, zonder onderscheid tussen arbeiders en bedienden en zonder overbodige administratieve lasten. Dit voorstel stopten we even in de koelkast om het vastgelopen sociaal overleg niet te bemoeilijken. Maar nu zien we ons genoodzaakt dit voorstel opnieuw op tafel te leggen."

Tijdens het vragenuurtje in de Kamer liet minister van Werk Kris Peeters (die zich voor zijn antwoord liet vervangen door Koen Geens) een iets ander geluid horen. "De minister van Werk blijft het volste vertrouwen hebben in het sociaal overleg en zal de komende dagen verder contacten nemen met de verschillende verantwoordelijken van de sociale partners. Er is bovendien nog een vergadering van de groep van tien voorzien eind juni."

Nu het sociaal overleg over de herinvoering van de proefperiode is afgesprongen, moet de federale regering het dossier naar zich toe trekken. Dat zegt minister van Middenstand Willy Borsus. De MR-minister heeft alvast zelf een voorstel klaar. Dat voorziet in een proefperiode van minstens 15 dagen tot 6 of 12 maanden. Een proefperiode zou ook enkel kunnen bij contracten van onbepaalde duur. Dat laat Borsus donderdag weten in een persbericht. Eerder deze week hebben de vakbonden het ontwerpakkoord tussen de sociale partners over onder meer de herinvoering van de proefperiode en de hervorming van het minimumloon voor jongeren afgeschoten. Dat tot grote ergernis van de werkgevers, die vinden dat de vakbonden daarmee het hele interprofessioneel akkoord (IPA) op de helling zetten. Unizo-topman Karel Van Eetvelt vond het tijd dat de regering zou ingrijpen. Dat lijkt nu ook te gebeuren. Minister van Middenstand Willy Borsus: "De regering wou het sociaal overleg alle kans op slagen geven, maar het is mislukt. Ik wens dat de regering het dossier snel in handen neemt." De MR-minister heeft zelf al een voorstel klaar. In dat voorstel wordt de duur van de proefperiode vastgelegd op minstens 15 (kalender)dagen en maximum 6 maanden tot een jaar. Nieuw is wel dat de proefperiode enkel zou kunnen gebruikt worden bij contracten van onbepaalde duur. Verder mag er maar sprake zijn van één proefperiode per functie. Zo zal het bijvoorbeeld niet kunnen dat een werkgever een boekhouder aanwerft, nadien laat vertrekken en opnieuw in dezelfde functie aanneemt met een proefcontract. Wanneer diezelfde boekhouder zou terugkeren in een andere functie, bijvoorbeeld op de hr-afdeling, zou een proefperiode wél kunnen. Volgens minister Borsus is de maatregel "positief voor iedereen, zowel voor werkgever als voor werknemer". Minister Borsus is niet de enige met een voorstel. Ook meerderheidspartij N-VA wil een eigen voorstel opnieuw van onder het stof halen. "Dit wetsvoorstel heeft tot doel de vanaf 1 januari 2014 afgeschafte proeftijd opnieuw in te voeren in het arbeidsrecht, zonder onderscheid tussen arbeiders en bedienden en zonder overbodige administratieve lasten. Dit voorstel stopten we even in de koelkast om het vastgelopen sociaal overleg niet te bemoeilijken. Maar nu zien we ons genoodzaakt dit voorstel opnieuw op tafel te leggen." Tijdens het vragenuurtje in de Kamer liet minister van Werk Kris Peeters (die zich voor zijn antwoord liet vervangen door Koen Geens) een iets ander geluid horen. "De minister van Werk blijft het volste vertrouwen hebben in het sociaal overleg en zal de komende dagen verder contacten nemen met de verschillende verantwoordelijken van de sociale partners. Er is bovendien nog een vergadering van de groep van tien voorzien eind juni."