Voor de tiende verjaardag van de moordpartij zou de herdenkingsplek voor de slachtoffers op Utoya eindelijk afgewerkt moeten zijn, na een jarenlange juridische strijd. Die plek werd ontworpen door de Belg Bas Smets, samen met het Noorse bureau Manthey Kula en Mattias Ekmann. Het monument bestaat uit 77 bronzen kolommen van 3 meter hoog. Smets maakte eerder al het memoriaal voor de aanslagen in Brussel in het Zoniënwoud. Breivik viseerde Utoya omdat hij de Arbeiderspartij verantwoordelijk achtte voor de "massale import" van moslims. Tijdens een ondervraging gaf hij aan dat hij ook plannen had om de hoofdzetel van de partij te treffen, net als het Noorse paleis en mediabedrijven. Door een late interventie van de politiediensten kon Breivik op Utoya 70 minuten lang zijn moordende gang gaan. Tijdens de raid belde hij zelf naar de politie, maar toen er geen reactie kwam bleef hij verder doden. Een onafhankelijke commissie besloot dat de politie sneller had kunnen reageren. Net voor het bloedbad op Utoya bracht Breivik een bom van 950 kilo tot ontploffing in de regeringswijk in Oslo, vlak voor de ingang van het kantoor van toenmalig premier Jens Stoltenberg. Achter de kantoren van de premier brak na de explosie een brand uit. Acht mensen kwamen om en een tiental mensen liepen verwondingen op. Een parkeergarage onder het gebouw kon de kracht van de ontploffing gedeeltelijk opvangen. Mocht die er niet geweest zijn, was de balans waarschijnlijk veel groter geweest. Net voor zijn moordende raid stuurde Breivik een manifest van ruim 1.500 pagina's naar een reeks Europese politici, onder wie twee Vlaams Belang-mandatarissen en tal van andere Belgische sympathisanten van extreemrechts. In dat document werd ook Vlaams Belanger Filip Dewinter geciteerd, net als de Nederlandse rechtspopulist Geert Wilders. Op die 1.500 pagina's probeerde Breivik duidelijk te maken dat er "een preventieve oorlog" moest komen tegen "de marxistische/multiculturele regimes in Europa". Tijdens het proces, dat in april 2012 van start ging en goed tien weken duurde, stond Breivik terecht voor terrorisme en moord. Hij vroeg de vrijspraak, omdat hij vond dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld. Bij de start van het proces choqueerde Breivik meteen door de Hitlergroet te brengen. Hij bekende wel de feiten, maar zei in strafrechtelijke zin niet schuldig te zijn. Verder liet hij nog zijn ontgoocheling blijken over het geringe aantal slachtoffers bij zijn terreurdaad. In zijn verhoren had Breivik herhaaldelijk aangegeven niet alleen te handelen, maar tijdens het proces maakte de politie duidelijk dat de massamoordenaar geen hulp had gekregen. Op 24 augustus 2012 was de recthbank unaniem in zijn oordeel: Breivik is toerekeningsvatbaar en krijgt de maximumstraf van 21 jaar, al kan die termijn verlengd worden als blijkt dat Breivik een gevaar voor de samenleving blijft. De afgelopen jaren liet Breivik nog enkele keren van zich horen. Zo liet de universiteit van Oslo Brevik toe als student, maar hij zal zijn studies pas echt kunnen aanvatten als zijn regime versoepeld wordt of als hij vrijkomt. Via juridische weg protesteerde hij ook tegen zijn detentieomstandigheden. Een klacht daarover werd geklasseerd, en uiteindelijk kwam het in 2016 tot een proces tegen de Noorse staat. De rechter gaf hem deels gelijk, maar in beroep oordeelde de rechter anders. Het Europees Hof voor de Mensenrechten wees Breiviks klacht ten slotte af als onontvankelijk. (Belga)

Voor de tiende verjaardag van de moordpartij zou de herdenkingsplek voor de slachtoffers op Utoya eindelijk afgewerkt moeten zijn, na een jarenlange juridische strijd. Die plek werd ontworpen door de Belg Bas Smets, samen met het Noorse bureau Manthey Kula en Mattias Ekmann. Het monument bestaat uit 77 bronzen kolommen van 3 meter hoog. Smets maakte eerder al het memoriaal voor de aanslagen in Brussel in het Zoniënwoud. Breivik viseerde Utoya omdat hij de Arbeiderspartij verantwoordelijk achtte voor de "massale import" van moslims. Tijdens een ondervraging gaf hij aan dat hij ook plannen had om de hoofdzetel van de partij te treffen, net als het Noorse paleis en mediabedrijven. Door een late interventie van de politiediensten kon Breivik op Utoya 70 minuten lang zijn moordende gang gaan. Tijdens de raid belde hij zelf naar de politie, maar toen er geen reactie kwam bleef hij verder doden. Een onafhankelijke commissie besloot dat de politie sneller had kunnen reageren. Net voor het bloedbad op Utoya bracht Breivik een bom van 950 kilo tot ontploffing in de regeringswijk in Oslo, vlak voor de ingang van het kantoor van toenmalig premier Jens Stoltenberg. Achter de kantoren van de premier brak na de explosie een brand uit. Acht mensen kwamen om en een tiental mensen liepen verwondingen op. Een parkeergarage onder het gebouw kon de kracht van de ontploffing gedeeltelijk opvangen. Mocht die er niet geweest zijn, was de balans waarschijnlijk veel groter geweest. Net voor zijn moordende raid stuurde Breivik een manifest van ruim 1.500 pagina's naar een reeks Europese politici, onder wie twee Vlaams Belang-mandatarissen en tal van andere Belgische sympathisanten van extreemrechts. In dat document werd ook Vlaams Belanger Filip Dewinter geciteerd, net als de Nederlandse rechtspopulist Geert Wilders. Op die 1.500 pagina's probeerde Breivik duidelijk te maken dat er "een preventieve oorlog" moest komen tegen "de marxistische/multiculturele regimes in Europa". Tijdens het proces, dat in april 2012 van start ging en goed tien weken duurde, stond Breivik terecht voor terrorisme en moord. Hij vroeg de vrijspraak, omdat hij vond dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld. Bij de start van het proces choqueerde Breivik meteen door de Hitlergroet te brengen. Hij bekende wel de feiten, maar zei in strafrechtelijke zin niet schuldig te zijn. Verder liet hij nog zijn ontgoocheling blijken over het geringe aantal slachtoffers bij zijn terreurdaad. In zijn verhoren had Breivik herhaaldelijk aangegeven niet alleen te handelen, maar tijdens het proces maakte de politie duidelijk dat de massamoordenaar geen hulp had gekregen. Op 24 augustus 2012 was de recthbank unaniem in zijn oordeel: Breivik is toerekeningsvatbaar en krijgt de maximumstraf van 21 jaar, al kan die termijn verlengd worden als blijkt dat Breivik een gevaar voor de samenleving blijft. De afgelopen jaren liet Breivik nog enkele keren van zich horen. Zo liet de universiteit van Oslo Brevik toe als student, maar hij zal zijn studies pas echt kunnen aanvatten als zijn regime versoepeld wordt of als hij vrijkomt. Via juridische weg protesteerde hij ook tegen zijn detentieomstandigheden. Een klacht daarover werd geklasseerd, en uiteindelijk kwam het in 2016 tot een proces tegen de Noorse staat. De rechter gaf hem deels gelijk, maar in beroep oordeelde de rechter anders. Het Europees Hof voor de Mensenrechten wees Breiviks klacht ten slotte af als onontvankelijk. (Belga)