Door de natte zomer kampen verschillende boeren namelijk met problemen om hun akkers te bemesten, waarover De Standaard donderdag bericht. 'Het is heel jammer dat men vasthoudt aan een strikte deadline en geen rekening houdt met de realiteit op het terrein', klinkt het bij Vanessa Saenen, woordvoerder van de Boerenbond. Mark Wulfrancke van het Algemeen Boerensyndicaat heeft het over 'kalenderfetisjisme'.

Door de uitzonderlijk natte zomer is het voor vele boeren moeilijk om de mest uit te rijden. Ofwel zijn de akkers nog te nat, ofwel kunnen ze gewoon nog niet bemesten omdat ze de gewassen nog niet konden oogsten. De toegestane periode om mest uit te rijden, liep op 31 augustus af, maar volgens de Boerenbond laat het wettelijk kader wel degelijk wat soepelheid toe. Daarom werd geopperd om de termijn te verlengen naar 10 september. 'Er komen namelijk enkele mooie, droge dagen aan', verklaart Saenen. Er werd dan ook contact opgenomen met het kabinet van Demir, maar dat leverde niets op.

'Kalenderfetisjisme'

Het ABS kaartte het probleem reeds op 27 juli bij de bevoegde instanties aan, maar pas op 27 augustus werd de beslissing meegedeeld dat er geen verlenging zou komen. 'Waarom moest er zo lang gewacht worden? Er waren voldoende mogelijkheden voor overleg, dus dan voelt dat voor veel landbouwers toch als een klap in het gezicht', aldus Wulfrancke. Hij betreurt dan ook het 'kalenderfetisjisme' en vreest voor een onnodig dure mestverwerking.

In De Standaard liet Demir weten begrip te hebben voor de problematiek, maar met het oog op het verzekeren van de waterkwaliteit geen verlenging te willen toestaan. 'Een verlenging toestaan, zou onverantwoord zijn. Als de eigen mest­kelders volzitten, zal de overtollige mest naar mestverwerkers moeten. Dat is vervelend voor de landbouwers, maar het algemeen ­belang en ons leefmilieu mogen we niet zomaar negeren', aldus de minister.

Het ABS betwist of het weigeren van het uitstel wel degelijk beter zou zijn voor het milieu. 'De boodschap die de minister nu geeft, is dat we niet moeten kijken naar wat goed is voor de landbouw en het milieu, maar we de bodem gewoon moeten kapot rijden. Dat is een heel jammer signaal', besluit Wulfrancke.

Door de natte zomer kampen verschillende boeren namelijk met problemen om hun akkers te bemesten, waarover De Standaard donderdag bericht. 'Het is heel jammer dat men vasthoudt aan een strikte deadline en geen rekening houdt met de realiteit op het terrein', klinkt het bij Vanessa Saenen, woordvoerder van de Boerenbond. Mark Wulfrancke van het Algemeen Boerensyndicaat heeft het over 'kalenderfetisjisme'. Door de uitzonderlijk natte zomer is het voor vele boeren moeilijk om de mest uit te rijden. Ofwel zijn de akkers nog te nat, ofwel kunnen ze gewoon nog niet bemesten omdat ze de gewassen nog niet konden oogsten. De toegestane periode om mest uit te rijden, liep op 31 augustus af, maar volgens de Boerenbond laat het wettelijk kader wel degelijk wat soepelheid toe. Daarom werd geopperd om de termijn te verlengen naar 10 september. 'Er komen namelijk enkele mooie, droge dagen aan', verklaart Saenen. Er werd dan ook contact opgenomen met het kabinet van Demir, maar dat leverde niets op. Het ABS kaartte het probleem reeds op 27 juli bij de bevoegde instanties aan, maar pas op 27 augustus werd de beslissing meegedeeld dat er geen verlenging zou komen. 'Waarom moest er zo lang gewacht worden? Er waren voldoende mogelijkheden voor overleg, dus dan voelt dat voor veel landbouwers toch als een klap in het gezicht', aldus Wulfrancke. Hij betreurt dan ook het 'kalenderfetisjisme' en vreest voor een onnodig dure mestverwerking. In De Standaard liet Demir weten begrip te hebben voor de problematiek, maar met het oog op het verzekeren van de waterkwaliteit geen verlenging te willen toestaan. 'Een verlenging toestaan, zou onverantwoord zijn. Als de eigen mest­kelders volzitten, zal de overtollige mest naar mestverwerkers moeten. Dat is vervelend voor de landbouwers, maar het algemeen ­belang en ons leefmilieu mogen we niet zomaar negeren', aldus de minister. Het ABS betwist of het weigeren van het uitstel wel degelijk beter zou zijn voor het milieu. 'De boodschap die de minister nu geeft, is dat we niet moeten kijken naar wat goed is voor de landbouw en het milieu, maar we de bodem gewoon moeten kapot rijden. Dat is een heel jammer signaal', besluit Wulfrancke.