In de vermelde periode werd 88% van de nieuwe indexpatiënten succesvol gecontacteerd. 65% van hen kan door de contactonderzoekers binnen de 24 uur worden gecontacteerd, 75% binnen de 48 uur. De 12% die niet kon worden bereikt, zijn mensen die weigeren mee te werken, verkeerde personen (verkeerd nummer), negatief geteste personen die eigenlijk niet gebeld moesten worden, mensen die eerder al gebeld werden of mensen bij wie een telefoongesprek om nog andere redenen niet mogelijk of nuttig was. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) wijst erop dat de snelheid en het bereik van de contactopsporing aanzienlijk verbeterd zijn. "Het zwakke punt", zegt hij, "blijft echter dat slechts 62% van de patiënten contactpersonen doorgeeft." Dat is 3 procentpunt minder dan de week voordien. Bij het agentschap Zorg & Gezondheid zegt woordvoerder Joris Moonens dat gecontacteerde indexpatiënten moeten beseffen dat het doorgeven van contactpersonen belangrijk is om verdere besmettingen te voorkomen. "Het al dan niet vermelden van contacten hangt in eerste instantie van de mensen zelf af. Er loopt een campagne, maar het is belangrijk om mensen te blijven sensibiliseren." De contactopspoorders zelf vragen door, "van hen kunnen we niet meer vragen", zegt Moonens. "Maar de lokale initiatieven kunnen een grote meerwaarde betekenen als zij zich richten op 'moeilijke' indexpatiënten. Dat kunnen dan bijvoorbeeld anderstaligen zijn, of mensen die geen toegang hebben tot de juiste informatie. Op lokaal niveau kunnen mensen ook worden voorbereid op het contactonderzoek." (Belga)

In de vermelde periode werd 88% van de nieuwe indexpatiënten succesvol gecontacteerd. 65% van hen kan door de contactonderzoekers binnen de 24 uur worden gecontacteerd, 75% binnen de 48 uur. De 12% die niet kon worden bereikt, zijn mensen die weigeren mee te werken, verkeerde personen (verkeerd nummer), negatief geteste personen die eigenlijk niet gebeld moesten worden, mensen die eerder al gebeld werden of mensen bij wie een telefoongesprek om nog andere redenen niet mogelijk of nuttig was. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) wijst erop dat de snelheid en het bereik van de contactopsporing aanzienlijk verbeterd zijn. "Het zwakke punt", zegt hij, "blijft echter dat slechts 62% van de patiënten contactpersonen doorgeeft." Dat is 3 procentpunt minder dan de week voordien. Bij het agentschap Zorg & Gezondheid zegt woordvoerder Joris Moonens dat gecontacteerde indexpatiënten moeten beseffen dat het doorgeven van contactpersonen belangrijk is om verdere besmettingen te voorkomen. "Het al dan niet vermelden van contacten hangt in eerste instantie van de mensen zelf af. Er loopt een campagne, maar het is belangrijk om mensen te blijven sensibiliseren." De contactopspoorders zelf vragen door, "van hen kunnen we niet meer vragen", zegt Moonens. "Maar de lokale initiatieven kunnen een grote meerwaarde betekenen als zij zich richten op 'moeilijke' indexpatiënten. Dat kunnen dan bijvoorbeeld anderstaligen zijn, of mensen die geen toegang hebben tot de juiste informatie. Op lokaal niveau kunnen mensen ook worden voorbereid op het contactonderzoek." (Belga)