In 1869, zo meldt Concertgebouw Brugge, schreef Mahler in een brief: 'In mijn symfonie krijgt de natuur een stem en vertelt ze geheimen die zo diep zijn dat er alleen in dromen een glimp van kan worden opgevangen.' Welke geheimen hoorde u?
...

In 1869, zo meldt Concertgebouw Brugge, schreef Mahler in een brief: 'In mijn symfonie krijgt de natuur een stem en vertelt ze geheimen die zo diep zijn dat er alleen in dromen een glimp van kan worden opgevangen.' Welke geheimen hoorde u? Hans Van Dyck: Ik hoor bewondering voor de natuur. Mahler luisterde naar de natuur en vertaalde dat. In die symfonie laat hij 'bloemen in de weide' en 'dieren in het woud' horen. Beethoven deed ook zoiets. Het bekendste stukje uit zijn Symfonie nr. 5 is een muzikale vertaling van de zang van de geelgors. Die zang heet overigens geen 'symfonie' maar een 'biofonie'. (lacht) Als gedragsecoloog doe ik exact hetzelfde. De andere levensvormen die ik waarneem, vertaal ik volgens een - weliswaar minder kunstzinnige - wetenschappelijke methode. Wat doet u als seizoensdenker? Van Dyck: Ik gebruik de muziek als aanleiding om na te denken over de wereld. De baseline voor mijn sessies is: ' What you see, is not wat you get'. We worden omringd door zo veel levensvormen! Vaak begrijpen we amper wat we zien of horen. Wetenschappers en kunstenaars vinden inspiratie in die natuur. Ze is een wetenschappelijk en cultureel dienstencentrum, en ze is bedreigd. Tijdens de eerste sessie - waarbij Frederik Lucien De Laere ook gedichten brengt over uitgestorven dieren - en de drie andere sessies wil ik dat geanimeerd toelichten, plus enkele gaten schieten in het tussenschot tussen cultuur en natuur. Welk schot lost u tijdens, bijvoorbeeld, de tweede sessie? Van Dyck: Dan is De Schepping van Joseph Haydn het uitgangspunt. Hij schreef die muziek in 1798, toen biologen nog 'naturalisten' heetten en de natuur bestudeerden vanuit de houding 'Hoe prachtig is Gods schepping?' Je hoort die bewondering in Haydns muziek. Kunst en cultuur lagen in die tijd dicht bij elkaar. Wie vlinders bestudeerde, bijvoorbeeld, moest die vlinder met kunstzinnige finesse tekenen zodat de collega's de studie goed konden begrijpen. Uw broer, acteur Tom Van Dyck, vertelt graag over zijn kindertijd en hoe u hem op sleeptouw nam door de natuur. Zou dat tienjarige baasje schrikken van de professor die u nu bent? Van Dyck: Hij zou veel waarom-vragen stellen, en dat hoort zo. Maar - sorry als dit pathetisch klinkt - ik ben nog altijd die jongen in de korte broek die verwonderd door de natuur trekt. Vanuit die verwondering ontstaan, in mijn geval, studies over het gedrag van dieren en, in Toms geval, theater. Tom en ik vertellen op 27 september trouwens over mensen en beesten in het, voorlopig eenmalige, Beestige Confidenties. En nee, ik haal de mens er niet van zijn sokkel en verheerlijk geen dieren. Ik ben geen beestengoeroe. (lacht) Wat ik wel probeer, is meer begrip en respect vragen voor elke levensvorm. Dat is mijn missie, als bezorgde vader én als kritische wetenschapper die de jongen in zichzelf niet wil teleurstellen. Zal de wetenschap de wereld redden? Van Dyck: Niet zonder de hulp van de kunsten. De wetenschap is de minst slechte manier om immense problemen zoals de klimaatopwarming of de uitbraak van covid-19 te analyseren, en wegen te traceren die naar een oplossing leiden. De kunsten kunnen die oplossing communiceren.