De uitbreiding van het vaderschapsverlof kan maar een nipte meerderheid van de Vlamingen (54 procent) bekoren. Opvallend daarbij is dat vooral vrouwen voorstander zijn. Voor doorgedreven quota voor vrouwen in raden van bestuur van privébedrijven is er geen meerderheid. Slechts 45 procent van de ondervraagden toont zich voorstander. Uit de bevraging van de vier UGent-professoren blijkt voorts dat het eindeloopbaandebat geen evidentie zal worden. Ongeveer vier van de tien ondervraagden spreken zich positief uit over het uitfaseren van het brugpensioen (41 procent), lonen en anciënniteit gedeeltelijk ontkoppelen (35 procent) en pensioenopbouw minder afhankelijk maken van gelijkgestelde periodes, zoals werkloosheid (42 procent). Dit terwijl meer dan zeven op de tien (72 procent) wel aangeven voorstander te zijn van een minimumpensioen van 1.500 euro. Een meerderheid van de Vlamingen (57,5 procent) staat positief tegenover een degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, waardoor werklozen in het begin meer krijgen maar het bedrag daarna sneller afneemt. Bovendien wil driekwart van de Vlamingen (74 procent) tijdelijk werklozen verplichten om een opleiding te volgen. Acht op de tien vinden bovendien dat werklozen gemeenschapsdienst moeten vervullen. De Vlaming toont zich ook een voorstander van het aanscherpen van de controles op fraude. Bijna negen op de tien (87 procent) willen de strijd tegen onrechtmatig bekomen uitkeringen verstrengd zien, terwijl ook het opvoeren van de strijd tegen fiscale fraude drie op de vier (75 procent) van de ondervraagden kan bekoren. Opvallend is ook nog dat een op de vier Vlamingen (25,4 procent) zich negatief uitspreekt over een arbeidsduurvermindering met behoud van het loon. De steekproef werd tussen 28 januari en 1 februari 2021 afgenomen bij 500 Vlamingen door onderzoeksbureau Bilendi. De foutenmarge bedraagt 4,4 procent. (Belga)

De uitbreiding van het vaderschapsverlof kan maar een nipte meerderheid van de Vlamingen (54 procent) bekoren. Opvallend daarbij is dat vooral vrouwen voorstander zijn. Voor doorgedreven quota voor vrouwen in raden van bestuur van privébedrijven is er geen meerderheid. Slechts 45 procent van de ondervraagden toont zich voorstander. Uit de bevraging van de vier UGent-professoren blijkt voorts dat het eindeloopbaandebat geen evidentie zal worden. Ongeveer vier van de tien ondervraagden spreken zich positief uit over het uitfaseren van het brugpensioen (41 procent), lonen en anciënniteit gedeeltelijk ontkoppelen (35 procent) en pensioenopbouw minder afhankelijk maken van gelijkgestelde periodes, zoals werkloosheid (42 procent). Dit terwijl meer dan zeven op de tien (72 procent) wel aangeven voorstander te zijn van een minimumpensioen van 1.500 euro. Een meerderheid van de Vlamingen (57,5 procent) staat positief tegenover een degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, waardoor werklozen in het begin meer krijgen maar het bedrag daarna sneller afneemt. Bovendien wil driekwart van de Vlamingen (74 procent) tijdelijk werklozen verplichten om een opleiding te volgen. Acht op de tien vinden bovendien dat werklozen gemeenschapsdienst moeten vervullen. De Vlaming toont zich ook een voorstander van het aanscherpen van de controles op fraude. Bijna negen op de tien (87 procent) willen de strijd tegen onrechtmatig bekomen uitkeringen verstrengd zien, terwijl ook het opvoeren van de strijd tegen fiscale fraude drie op de vier (75 procent) van de ondervraagden kan bekoren. Opvallend is ook nog dat een op de vier Vlamingen (25,4 procent) zich negatief uitspreekt over een arbeidsduurvermindering met behoud van het loon. De steekproef werd tussen 28 januari en 1 februari 2021 afgenomen bij 500 Vlamingen door onderzoeksbureau Bilendi. De foutenmarge bedraagt 4,4 procent. (Belga)