Opgroeien schetst in het jaarlijks rapport een beeld over kinderen en jongeren in Vlaanderen. Het rapport combineert cijfers over een veelheid aan thema's die Opgroeien zelf registreert met cijfers geregistreerd door andere instanties. De cijfers van de Kruispuntdatabank Sociale Zekerheid over de werk- en inkomenssituatie gaan over het jaar 2018. Toch vindt Opgroeien dat deze cijfers relevant zijn. Het gaat over meer dan 1,2 miljoen kinderen en de inkomenssituatie van 2018 vormt de basis voor de toekenning van bepaalde toeslagen in 2020-2021. De cijfers tonen opmerkelijke verschillen naar gezinsvorm, herkomst en provincie. Het aandeel lag aanzienlijk lager bij minderjarigen van niet-Belgische origine dan bij kinderen van Belgische origine (42,2 versus 75 procent). Bij 4,2 procent van de minderjarigen werkten de ouders niet. Bij 23,3 procent van de kinderen in een eenoudergezin werkt die ouder niet. Een op de vijf minderjarigen leefde eind 2018 in een gezin met een bruto belastbaar gezinsinkomen van maximaal 30.000 euro. Bij 37,4 procent van de minderjarigen was dat groter is dan 65.000 euro, bij 18,3 procent van de kinderen is dat meer dan 85.000 euro. Vier op de tien minderjarigen leefden in een gezin met een inkomen dat volledig uit een arbeidsinkomen bestaat. Bij 3 op de 10 kinderen bestond het gezinsinkomen voor minder dan 10 procent uit uitkeringen. In 2020 waren er 9.311 verschillende minderjarigen gemeld bij een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Dat is 4,4 procent meer dan in 2019. Het valt volgens Opgroeien op dat het aantal meldingen voor de ongeboren kinderen toeneemt. Meldingen voor emotionele mishandeling of verwaarlozing kwamen in 2020 vaker voor dan de afgelopen jaren. (Belga)

Opgroeien schetst in het jaarlijks rapport een beeld over kinderen en jongeren in Vlaanderen. Het rapport combineert cijfers over een veelheid aan thema's die Opgroeien zelf registreert met cijfers geregistreerd door andere instanties. De cijfers van de Kruispuntdatabank Sociale Zekerheid over de werk- en inkomenssituatie gaan over het jaar 2018. Toch vindt Opgroeien dat deze cijfers relevant zijn. Het gaat over meer dan 1,2 miljoen kinderen en de inkomenssituatie van 2018 vormt de basis voor de toekenning van bepaalde toeslagen in 2020-2021. De cijfers tonen opmerkelijke verschillen naar gezinsvorm, herkomst en provincie. Het aandeel lag aanzienlijk lager bij minderjarigen van niet-Belgische origine dan bij kinderen van Belgische origine (42,2 versus 75 procent). Bij 4,2 procent van de minderjarigen werkten de ouders niet. Bij 23,3 procent van de kinderen in een eenoudergezin werkt die ouder niet. Een op de vijf minderjarigen leefde eind 2018 in een gezin met een bruto belastbaar gezinsinkomen van maximaal 30.000 euro. Bij 37,4 procent van de minderjarigen was dat groter is dan 65.000 euro, bij 18,3 procent van de kinderen is dat meer dan 85.000 euro. Vier op de tien minderjarigen leefden in een gezin met een inkomen dat volledig uit een arbeidsinkomen bestaat. Bij 3 op de 10 kinderen bestond het gezinsinkomen voor minder dan 10 procent uit uitkeringen. In 2020 waren er 9.311 verschillende minderjarigen gemeld bij een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Dat is 4,4 procent meer dan in 2019. Het valt volgens Opgroeien op dat het aantal meldingen voor de ongeboren kinderen toeneemt. Meldingen voor emotionele mishandeling of verwaarlozing kwamen in 2020 vaker voor dan de afgelopen jaren. (Belga)