In Assam wonen miljoenen etnische Bengalen, die in de jaren 70 vanuit buurland Bangladesh vluchtten naar de noordoostelijke Indiase deelstaat. Maar etnische Assamezen - veelal Hindoes - verzetten zich al jaren tegen de toestroom van de voornamelijk islamitische Bengalen. De Indiase regering wil illegale migratie naar Assam aanpakken en besliste daarom het bevolkingsregister te vernieuwen. Dat dateert al van 1951. Wie op het originele register staat is, net als nakomelingen, zeker van het Indiaas staatsburgerschap. Ook wie kan bewijzen dat hij of zij voor 24 maart 1971 - een dag voor Bangladesh zich onafhankelijk verklaarde van Pakistan - in Assam kwam wonen, heeft recht op een Indisch paspoort. Maar voor veel inwoners van Bengaalse origine ligt die bewijslast moeilijk. Velen van hen zijn analfabeet of hebben geen papieren. De Indiase regering publiceerde vorige maand al een voorlopige versie van het nieuwe bevolkingsregister, waarin meer dan 4 miljoen mensen ontbraken op een totaal van bijna 32 miljoen. Zij kregen toen een maand de tijd om alsnog hun staatsburgerschap te bewijzen. In de definitieve lijst die de regering van premier Narendra Modi zaterdag vrijgaf, verliezen iets meer dan 1,9 miljoen inwoners van Assam het staatsburgerschap. Wat die mensen te wachten staat, is nog onduidelijk. In principe zijn de Assamezen nu staatloos, wat onder meer betekent dat ze stemrecht verliezen en geen toegang meer krijgen tot zorg. Bovendien kan iedereen die zijn of haar staatsburgerschap niet kan aantonen, worden opgepakt. Volgens de Indiase regering heeft wie uit het bevolkingsregister viel, nog 120 dagen de tijd om beroep aan te tekenen, weet de Britse openbare omroep BBC. Mensenrechtenactivisten zien in de operatie een poging van de nationalistische hindoe-partij van premier Modi om moslims en Bengalen te verdrijven, en zien een parallel met de verdreven Rohingya-moslims in Myanmar. (Belga)