Dat verloop van bijna de helft ligt een stuk boven het normaal geachte cijfer van twintig tot veertig procent, zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven), wiens paper put uit het doctoraat van collega Athanassios Gou­glas. "Beperkte vernieuwing is goed, maar bij een hoger percentage treedt er een probleem van continuïteit op", zegt Maddens. "Het feit dat wij er structureel boven zitten, is niet goed voor de democratie." Het gemiddelde bij de acht onderzochte landen ligt op 35 procent. De wetgevende macht moet immers de regering controleren, en daarvoor is voldoende ervaring nodig, zegt Maddens. Bovendien is wetten opstellen een steeds complexere klus. "Het wetgevende werk zal zich nog meer naar de regering en externe experts verplaatsen", zegt Maddens. Bovendien zijn nieuwe parlementsleden meestal minder bekend en hebben ze nog geen stevige electorale basis, waardoor ze moeilijker een tegengewicht kunnen vormen voor de machtige politieke partijen. "Dat leidt tot een versterking van de particratie." In de studie valt vooral de sterke stijging van het parlementaire verloop op. Tussen 1945 en 1989 bedroeg het vernieuwingspercentage maar 26 procent. Sterk veranderende voorkeuren bij kiezers zijn volgens de onderzoekers de belangrijkste factor. De laatste decennia kende de Belgische politiek de doorbraken van onder meer Vlaams-nationalisten en groenen, terwijl de klassieke partijen terrein verloren. Daarnaast leidden de staatshervormingen tot sterke regionale parlementen, waarnaar vele parlementsleden overstappen. Ook de quota voor vrouwen op kieslijsten hadden een groter verloop tot gevolg. Een laatste belangrijke factor blijkt de lengte van de ambtsperiode te zijn. (Belga)

Dat verloop van bijna de helft ligt een stuk boven het normaal geachte cijfer van twintig tot veertig procent, zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven), wiens paper put uit het doctoraat van collega Athanassios Gou­glas. "Beperkte vernieuwing is goed, maar bij een hoger percentage treedt er een probleem van continuïteit op", zegt Maddens. "Het feit dat wij er structureel boven zitten, is niet goed voor de democratie." Het gemiddelde bij de acht onderzochte landen ligt op 35 procent. De wetgevende macht moet immers de regering controleren, en daarvoor is voldoende ervaring nodig, zegt Maddens. Bovendien is wetten opstellen een steeds complexere klus. "Het wetgevende werk zal zich nog meer naar de regering en externe experts verplaatsen", zegt Maddens. Bovendien zijn nieuwe parlementsleden meestal minder bekend en hebben ze nog geen stevige electorale basis, waardoor ze moeilijker een tegengewicht kunnen vormen voor de machtige politieke partijen. "Dat leidt tot een versterking van de particratie." In de studie valt vooral de sterke stijging van het parlementaire verloop op. Tussen 1945 en 1989 bedroeg het vernieuwingspercentage maar 26 procent. Sterk veranderende voorkeuren bij kiezers zijn volgens de onderzoekers de belangrijkste factor. De laatste decennia kende de Belgische politiek de doorbraken van onder meer Vlaams-nationalisten en groenen, terwijl de klassieke partijen terrein verloren. Daarnaast leidden de staatshervormingen tot sterke regionale parlementen, waarnaar vele parlementsleden overstappen. Ook de quota voor vrouwen op kieslijsten hadden een groter verloop tot gevolg. Een laatste belangrijke factor blijkt de lengte van de ambtsperiode te zijn. (Belga)