De federale regeringsformatie is intussen ruim 130 dagen bezig. Nu de taak van informateurs Johan Vande Lanotte (SP.A) en Didier Reynders (MR) erop zit, nemen preformateurs Rudy Demotte (PS) en Geert Bourgeois (N-VA) de verantwoordelijkheid om een regering te vormen over.

Maar volgens Vande Lanotte sleept de hele regeringsvorming veel te lang aan. Terugblikkend op de onderhandelingen van de afgelopen maanden roept hij in zijn slotbeschouwingen op om een tijdslimiet in te voeren. 'Als er na drie maanden geen regering is, moeten er opnieuw verkiezingen komen', zo staat te lezen.

'Het principe van lopende zaken functioneert niet meer adequaat', verduidelijkt Vande Lanotte aan Knack. 'Vroeger duurde een regering in lopende zaken nooit lang én genoot die regering ook nog de steun van de meerderheid in het parlement. Dat geruste gevoel is vandaag verdwenen. Daarom moeten we naar een ander mechanisme dat aanzet tot spoed. Wie zich tijdens de onderhandelingen constructief opstelt, zal daar door de kiezer ook voor beloond worden.'

De periode van drie maanden is volgens Vande Lanotte maar een arbitrair voorstel. 'Wat mij betreft kunnen we even goed nadenken over een periode van een vijf maanden', klinkt het. Vande Lanotte wil zo'n tijdslimiet laten inkapselen in de grondwet, maar heeft naar eigen zeggen geen weet of andere partijen voor zo'n systeem staan te springen. Vande Lanotte verwijst ook naar enkele voorbeelden uit het buitenland waar het volgens hem wel degelijk goed werkt. Griekenland en Spanje springen voor hem het meest in het oog, al zijn er nog andere interessante voorbeelden uit onze nabije omgeving.

Wie zich tijdens de onderhandelingen constructief opstelt, zal daar door de kiezer ook voor beloond worden.

Johan Vande Lanotte

Griekenland

In Griekenland zit er inderdaad aardig wat druk op de ketel na de verkiezingen. In 2012, tijdens de volle staatschuldencrisis, behaalde geen enkele partij een absolute meerderheid van de stemmen. En dat ondanks de bonus van vijftig zetels die de grootste partij automatisch krijgt. Zoals de Griekse grondwet voorschrijft, krijgen de drie grootste partijen om de beurt drie dagen tijd om een coalitieregering op de been te brengen. De voorzitter van de grootste partij mag aan die verkennende opdracht beginnen, de voorzitter van de derde grootste is als laatste aan zet. Maar na de drie pogingen van respectievelijk Nea Demokratia, Syriza en Pasok, kwam er zeven jaar geleden geen oplossing uit de bus.

Daarop bracht de toenmalige president met succes een regering van nationale eenheid op de been. Die kreeg het verplichte mandaat om vervroegde verkiezingen uit te werken. Om te voorkomen dat slechts enkele partijen hun eigen agenda doordrukken, moeten alle vertegenwoordigde partijen in het Griekse parlement verplicht betrokken zijn bij zo'n regering.

Was ook die poging mislukt, dan moest Papoulias het parlement ontbinden en de op dat moment best geplaatste rechtbank de opdracht geven om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Uiteindelijk gingen de Grieken al anderhalve maand na de eerste verkiezingen opnieuw naar de stembus. Drie dagen later stond er een nieuwe regering aan het roer.

Spanje

In Spanje is er eveneens een tijdslimiet ingekapseld tijdens de regeringsvorming, al treedt die pas na de tweede fase in werking. Na de verkiezingen draagt de koning in overleg met de parlementsvoorzitter en de fractievoorzitters een kandidaat-premier voor. Die heeft in principe alle tijd om een regeringsprogramma uit te werken waar hij vervolgens een absolute meerderheid in het parlement van moet overtuigen. Mislukt die poging, dan treedt volgens de grondwet een tijdslimiet van twee maanden in werking. De voorgedragen kandidaat-premier heeft na de eerste stemming wel 48 uur de tijd om de parlementsleden alsnog van zijn regeringsprogramma te overtuigen. Sneuvelt ook de tweede poging en verstrijkt de termijn van twee maanden, dan ontbindt de koning beide kamers in het parlement en volgen nieuwe verkiezingen.

De Spanjaarden moeten binnenkort voor de vierde keer in vier jaar tijd naar de stembus. Bij de vorige stembusgang behaalde de grootste partij van socialistisch premier Pedro Sanchez slechts 123 van de 350 zetels, het laagste zetelaantal dat de grootste partij van het land de afgelopen veertig jaar liet optekenen. Het Spaanse partijlandschap is sinds de opkomst van Ciudadanos, Podemos en Vox versplinterd, waardoor het erg moeilijk blijkt om coalitieregeringen op de been te brengen.

Oost-Europa

Ook in de Kroatische grondwet zit een tijdslimiet vervat. Na de verkiezingen duidt de president een formateur en kandidaat-premier aan die dertig dagen de tijd heeft om een regering te vormen. Het staatshoofd is echter bij machte om naar eigen inschatting te oordelen dat de kandidaat-premier meer tijd nodig heeft en kan de formateursopdracht met dertig dagen verlengen.

Ook in Moldavië geldt er - net zoals in het voorstel van Vande Lanotte - een beperking van drie maanden. Dat zorgde eerder dit jaar wel voor een grondwettelijke crisis. De uitslag van de verkiezingen die eind februari plaatsvonden, werd op 9 maart door het Grondwettelijk Hof gevalideerd. Maar op 7 juni besloot datzelfde Hof plots om het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Wat was er aan de hand? Het Grondwettelijk Hof interpreteerde de drie maanden als een tijdsspanne van negentig dagen, terwijl de politici vonden dat de tijdslimiet pas op 9 juni mocht aflopen. De president weigerde het bevel van het Grondwettelijk Hof en een dag later werd in een spoedzitting alsnog een nieuwe regeringscoalitie op de been gebracht. De zes rechters van het Hof dienden een maand later collectief hun ontslag in.

Aantal pogingen

Naast grondwettelijke tijdslimieten zijn er ook landen waarbij de president zijn uitvoerende macht kan aanwenden om een deadline op de onderhandelingen te plaatsen. Risico is natuurlijk wel dat het staatshoofd voor politieke doeleinden zijn macht misbruikt of simpelweg een verkeerde inschatting maakt van de tijd die nodig is om een nieuwe en stabiele regering op de been te brengen. In België ligt die piste bovendien een stuk moeilijker omdat het koningshuis zich dan plots met nieuwe verkiezingen zou moeten bezig houden.

Na de recente regeringscrisis in Italië besloot president Sergio Mattarella twee dagen na de val van de regering om de politieke partijen een deadline op te leggen. De Italiaan dreigde ermee dat de partijen binnen de vier dagen een alternatieve coalitie op de been moesten brengen, anders zou hij nieuwe verkiezingen uitschrijven of een overgangsregering installeren. Vier dagen later was een coalitie tussen de Vijfsterrenbeweging en de Partito Democratico een feit. Ook in Malta heeft de president gelijkaardige bevoegdheden. Als die oordeelt dat er binnen een 'redelijke tijdsspanne' onvoldoende steun voor eender welke kandidaat-premier is, dan kan die het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven.

In Zweden is er tot slot een limiet op het aantal pogingen dat een regering door het parlement kan beëdigd worden. Als een kandidaat-premier, en met hem de voltallige regering, na vier stemmingen in het parlement nog geen meerderheid achter zich heeft kunnen scharen, dan moeten er binnen de drie maanden nieuwe verkiezingen gehouden worden.