Donald Tusk draagt deze week zijn bevoegdheden over aan Charles Michel, die vanaf zondag officieel de voorzitter van de Europese Raad is, de machtige EU-instelling die de leiders van de 28 lidstaten samenbrengt om gezamenlijk de algemene politieke agenda van de EU te bepalen.

Een groep maatschappelijke organisaties (met een focus op lobbying, transparantie en goed bestuur in 'de Brusselse bubble') eist van Michel dat hij het functioneren van de Europese Raad kritisch bekijkt. In een open brief leggen wij voorzitter Michel tien cruciale uitdagingen voor zijn ambtstermijn voor, om een meer ethische en transparante beleidsvorming van de EU te bevorderen en zo de ongezonde greep van het bedrijfsleven op Europese besluitvorming in te dammen.

Want wie denkt dat het gelobby vooral een problem is van de Europese Commissie, denkt best nog eens na. De mores zijn bij de Europese Raad, een magneet voor lobbyisten, zo mogelijk nog erger. Er is dus veel ruimte voor de nieuwe voorzitter van de Europese Raad om beter te doen. De tien uitdagingen vergen van Michel geen bovenmenselijke inspanning. De Raad zélf stelde in een beleidsdocument "New strategic agenda 2019-2024" van juni: 'Onze instellingen zullen de beginselen van democratie, de rechtsstaat, transparantie en gelijkheid tussen de burgers en tussen de lidstaten eerbiedigen. Goed bestuur hangt ook af van de strikte tenuitvoerlegging en handhaving van overeengekomen beleid en regels, die nauwlettend moeten worden gevolgd. Elke instelling moet haar werkmethoden opnieuw bekijken en nadenken over de beste manier om haar rol in het kader van de Verdragen te vervullen.'

Het inzicht dat meer transparent bestuur en respect voor regels het algemeen Europese belang dienen, is er blijkbaar al. Nu er nog naar handelen.

Biedt nieuwe voorzitter van de Europese Raad meer transparantie over lobbywerk?

Allereerst is er natuurlijk de handhaving van de rechtsstaat in de EU. In verscheidene EU-landen, waaronder Hongarije, Polen en de Tsjechische Republiek, maken de burgers en het maatschappelijk middenveld zich zeer grote zorgen over de uitholling van de democratie en de rechtsstaat. Dit dreigt de corruptie in deze landen te doen toenemen en heeft een negatieve invloed op de vrijheid van de media en de beweegruimte voor burgers. Misbruik van EU-subsidies draagt ook nog eens bij aan de uitholling van de democratie. President Michel moet deze regeringen ter verantwoording roepen en ervoor zorgen dat de EU maatregelen neemt om de situatie snel te verbeteren.

De Europese Raad is een krachtige magneet voor grote ondernemingen en bedrijfslobbygroepen die op vaak ambitieuze wijze hun omvangrijke middelen en netwerken inzetten om de leiders van de lidstaten te beïnvloeden. Voorzitter Michel moet ervoor zorgen dat de belangen van de burgers bij de vaststelling van de agenda en de besluitvorming van de Europese Raad voorrang krijgen boven de private belangen van het bedrijfsleven.

Specifieke bedrijfssectoren geven aanleiding tot bezorgdheid. De EU heeft bijvoorbeeld artikel 5.3, van een bindend Verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabak ondertekend, waarin wordt bepaald dat alle officiële contacten van politici en ambtenaren met tabakslobbyisten tot een minimum moeten worden beperkt en volledig transparant moeten zijn. Deze regels worden echter nog steeds niet volledig gevolgd door de Raad.

En terwijl de regeringen volgende week in Madrid bijeenkomen voor de COP25 over het klimaat en hoewel het overgrote deel van de kolen-, olie- en gasreserves in de grond moet worden gelaten om de planeet van de klimaatcrisis te redden, blijft de fossiele brandstoffenindustrie in de hele EU op alarmerende wijze een belangrijke politieke invloed uitoefenen.

Ook andere sectoren, zoals de financiële sector, de offshore sector die ijvert voor belastingontduiking, de chemische en farmaceutische industrie en de wapenhandel, hebben herhaaldelijk véél te dicht bij de Europese besluitvormers gestaan en zijn erin geslaagd regelgeving te verzwakken en beleid in het algemeen belang te ondermijnen. Het is daarom hoog tijd dat de Europese Raad praktische maatregelen bespreekt en uitvoert om deze invloed te verminderen.

Charles Michel heeft hier de kans om het goede voorbeeld te geven. Hij en zijn kabinet zouden kunnen beginnen met het overnemen van de door de Commissie- Juncker opgestelde richtlijn om "te streven naar een passend evenwicht en representativiteit inzake hun ontmoetingen met belanghebbenden" (lees: lobbyisten). Dit houdt bijvoorbeeld in dat er strikt moet worden toegezien op een evenwicht tussen het aantal vergaderingen met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en het aantal vergaderingen met vertegenwoordigers van zij die het algemeen belang verdedigen (ngo's, vakbonden en academische instellingen).

Ondanks verzoeken daartoe heeft Donald Tusk, de aftredende voorzitter van de Europese Raad, geweigerd een volledige en gedetailleerde lijst te publiceren van de bijeenkomsten die hij en zijn kabinet met lobbyisten hebben gehad.

President Michel moet het anders doen en ervoor zorgen dat de lobby-transparantie van zijn kabinet verbetert in lijn met de recente aanbevelingen van de Europese Ombudsman. Hij moet er ook voor zorgen dat hij en zijn kabinet geen ontmoetingen hebben met lobbyisten die zich niet hebben aangemeld bij het Europese lobby-register en geen door hen georganiseerde evenementen bij te wonen.

Er is nog een andere manier waarop de nieuwe voorzitter van de Europese Raad zijn eigen huis op orde kan krijgen. Weinig mensen weten dat de gedragscode voor de voorzitter van de Europese Raad aanzienlijk zwakker is dan de gedragscode voor Europese commissarissen. De regels over de kennisgevingstermijn, het verbod op sommige lobby-praktijken en transparantie rond besluitvorming, ze zijn allemaal aanzienlijk zwakker. De Europese Raad moet er op zijn minst voor zorgen dat de gedragscode van de voorzitter van de Europese Raad in overeenstemming wordt gebracht met die van de voorzitter van de Europese Commissie.

Michel kan er ook mee voor zorgen dat het voorstel van president Ursula Von der Leyen voor een onafhankelijk ethisch orgaan dat in alle instellingen van de EU werkzaam is, zo solide mogelijk is. Hoewel dit technisch gezien een zaak is voor de zusterinstelling van de Raad van de EU, kunnen de Europese Raad en zeker voorzitter Michel desalniettemin het voortouw nemen door ethisch leiderschap te tonen.

De Europese Raad haalt meestal alleen de krantenkoppen als topontmoetingen in Brussel tot laat in de nacht plaatsvinden of als hij nog maar eens een Brexit-verlenging moet toestaan. Aangezien de Europese Raad echter de belangrijkste agenderende instelling van de EU is, verdient hij onze aandacht en zorgvuldige controle. En als Europese burgers verdienen wij het dat Michel en de zijnen de greep van het bedrijfsleven verminderen door het vergroten van de transparantie.

Vicky Cann is researcher bij de NGO Corporate Europe Observatory, onderdeel van de koepel Alter EU.