In een western van Sergio Leone steekt een man een lont aan met zijn cigarillo. En het kronkelend vuur doet het ene kruitvat na het andere ontploffen. De vaten zijn soms opgestapeld, maar altijd verbonden door een zwart spoor. Het eerste vat ontploft achter een gebouw, dan in de hoofdstraat voor de saloon en de barbier, vervolgens voor het kantoor van de sheriff en uiteindelijk voor dat van de burgemeester van de stad. Er zijn schoten, schuren die instorten, overal rook, mannen die van de daken vallen, anderen die vluchten. En op het einde worden degenen die gewetenloos over het stadje heersen, onschadelijk gemaakt. Iemand begint opnieuw te bouwen op het puin. En normaal gezien denken we dat morgen beter wordt dan vandaag.
...

In een western van Sergio Leone steekt een man een lont aan met zijn cigarillo. En het kronkelend vuur doet het ene kruitvat na het andere ontploffen. De vaten zijn soms opgestapeld, maar altijd verbonden door een zwart spoor. Het eerste vat ontploft achter een gebouw, dan in de hoofdstraat voor de saloon en de barbier, vervolgens voor het kantoor van de sheriff en uiteindelijk voor dat van de burgemeester van de stad. Er zijn schoten, schuren die instorten, overal rook, mannen die van de daken vallen, anderen die vluchten. En op het einde worden degenen die gewetenloos over het stadje heersen, onschadelijk gemaakt. Iemand begint opnieuw te bouwen op het puin. En normaal gezien denken we dat morgen beter wordt dan vandaag. Op dit moment is de lont bij ons het Publifin-schandaal. De man die de lont aansteekt is Le Vif/L'Express, die de zaak op 20 december jongstleden op zijn website aan het licht bracht. De kruitvaten die elk om beurt ontploffen, zijn de verkozenen en hun naasten, die elke maand een pak geld incasseerden om niets te doen. Of die betaalde mandaten en functies, vaak die van rechter en scheidsrechter, cumuleerden. De gebouwen die tegelijkertijd in brand schieten zijn Publifin, koepeldirectie Nethys, het kabinet-Furlan, de Waalse regering, de drie partijen waar de mensen die profiteerden van het systeem lid van zijn. De hoofdstraat, waar het kruit verspreid lag, is Luik. En de stad waar alles ontploft is Wallonië. We zullen zien wie van de daken valt, wegloopt, zich overgeeft of tussen de kogels schippert. We zullen zien of iemand opnieuw zal kunnen bouwen. We zullen zien of morgen minder onfatsoenlijk wordt dan vandaag.Maar we kunnen er ook drie belangrijke lessen uit trekken. Eén: het is, opnieuw, een traditioneel medium die de zaak aan het licht bracht. Het is de pers die zo vaak verguisd wordt die de zaak aan de kaak stelde, de eerste hervormingen mogelijk maakte en - we hopen het - de grote poetsbeurt. Een media die opnieuw haar publiek nut bewijst, in alle zelfstandigheid en onpartijdigheid. Twee: het is opnieuw de Belgische traditionele politieke klasse die op heterdaad betrapt wordt. Trucjes, spelletjes van geven en nemen, ontwijking van regels, persoonlijke verrijking met publiek geld. Onvermogen om de meest elementaire ethiek na te leven en zich te ontdoen van die overtuiging van totale straffeloosheid. Het Kazachgate-schandaal, waarin de MR op de eerste rij van de verdachten staat, suggereert dat op het federale niveau sommigen gewerkt hebben tegen een mooie bezoldiging om de wet in het voordeel van de zeer rijken te wijzigen. Daarmee plegen ze inbreuk op de scheiding van de uitvoerende, wettelijke en rechterlijke macht. Het Publifin-/Nethys-schandaal waarin PS en CDH de hoofdrollen spelen, impliceert dat op het regionaal en lokaal niveau in Wallonië velen akkoord gingen om omgekocht te worden, daarbij de macht bevestigend van een bedrijf die als een privéonderneming beheerd wordt terwijl het eigenlijk een openbare dienst is. Drie: als dat systeem al zo lang verspreid is in heel Wallonië kan het niet enkel door de leiders van Nethys opgelegd zijn. Het wordt in het beste geval gedoogd - misschien ondergaan, in het slechtste geval beschermd en dus gestimuleerd. En niet enkel door de voogdijminister. De leiders, huidige en vorige, van de drie grote Waalse partijen zijn op zijn minst moreel aansprakelijk. Ofwel omdat ze die praktijken niet wilden beëindigen, ofwel omdat ze niet konden. Die drie lessen tonen aan dat het niet de pers is die de antipolitiek voedt of die het bed maakt van de extremisme. Het zijn de bestuurders en een niet verwaarloosbaar deel van de drie historische Franstalige politieke formaties. En dat is een belediging - de zoveelste - voor al degenen over wie zij regeren. De kiezers zullen het indachtig zijn.