Omar en Tlaib wilden vanaf zondag een bezoek brengen aan de Westelijke Jordaanoever maar mogen Israël dus niet binnen. Die beslissing nam de regering van premier Benjamin Netanyahu kort nadat de Amerikaanse president Donald Trump hem daar op Twitter toe had aangespoord. Trump ligt al langer overhoop met de pro-Palestijnse Democratische politici. Netanyahu verdedigt zijn beslissing door te zeggen dat Omar en Tlaib met hun reis alleen maar "schade" wilden toebrengen aan Israël en de kritiek op het land wilden aanwakkeren. "De Israëlische wet verbiedt de toegang tot Israël aan wie werkt aan en oproept tot een boycot van Israël", zegt Netanyahu, die hoopt om na de nieuwe parlementsverkiezingen van volgende maand eerste minister te kunnen blijven. Dat de twee vrouwen geen ontmoeting hebben aangevraagd met Israëlische vertegenwoordigers, ziet Netanyahu als een bewijs van hun vooringenomenheid. Tlaib, die zelf van Palestijnse origine is, kan om familiale redenen wel nog Israël binnenraken, als ze tenminste "belooft geen boycot tegen Israël te promoten", aldus Netanyahu. In de VS zijn de reacties overwegend negatief. Lobbyorganisatie AIPAC zegt in een tweet dat ze de politieke stellingnames van Omar en Tlaib niet steunt, maar wel vindt dat "elk lid van het Congres onze democatische partner Israël moet kunnen bezoeken en uit eerste hand ervaren". Ook de American Jewish Committee (AJC), een van de oudste pro-joodse verenigingen in de VS, zegt dat politici Israël moeten kunnen bezoeken. Israël heeft niet wijs gehandeld, luidt het. Voor Ilhan Omar zelf is de beslissing van Netanyahu geen verrassing, want volgens haar plaatst de Israëlische premier zich al langer "op een lijn met islamofoben zoals Donald Trump". (Belga)