Er heerst de laatste maanden een drukte van jewelste in de gemeentehuizen, want lokale besturen maken nieuwe klimaatplannen op. En die plannen moeten een pak ambitieuzer zijn dan voordien, want sinds april werd het nieuwe burgemeestersconvenant gelanceerd, in lijn met het Europese Fit For 55-package. Daarmee engageren gemeenten zich om hun broeikasgasuitstoot tegen 2030 te reduceren met (minimum) hun nationale doelstelling, dat is voor België 47% ten opzichte van 2005. De uitdaging is enorm.

De eerste afgewerkte klimaatplannen getuigen in elk geval van inzicht in wat nodig is op lokaal niveau, en ze getuigen ook van de wil om de doelstelling echt te realiseren. Waar knelt het schoentje dan? Gemeenten hebben te weinig middelen om hun ambities te verzilveren. Veel lokale besturen voeren daarom vooral ad hoc-projecten uit waarvoor ze financiering kunnen vinden, ruimte om een globale langetermijnvisie uit te voeren of noodzakelijke klimaatinvesteringen te doen, ontbreekt.

Berooide gemeenten zullen het klimaat niet redden.

Uit een onderzoek bij 67 lokale besturen dat het Consultancybureau Transition Heroes begin dit jaar uitvoerde, kwam al een alarmerend signaal. Op de vraag of het haalbaar is om de klimaatdoelstelling voor 2030 of 2050 te behalen met de huidige personeelscapaciteit, begrotingsmiddelen, bovenlokale ondersteuning en regelgevend kader, gaf 92% van de bevraagden een negatief antwoord. Er is onvoldoende tijd en geld.

Druppel op een hete plaat

Het Lokaal Energie- en Klimaatpact, dat op 4 juni gelanceerd werd door het kabinet van minister Bart Somers, is een stap in de goede richting. Het wijst erop dat de minister beseft wat het belang is van de lokale besturen in het klimaatbeleid. Zij weten best wat nodig is en zijn het best geplaatst om actie te ondernemen. Met het pact engageert de Vlaamse overheid zich om professionele ondersteuning te bieden aan de lokale besturen en ze voorziet ook financiële ondersteuning. In totaal wordt er 24,3 miljoen euro verdeeld over de Vlaamse gemeenten en voor de komende jaren is er jaarlijks 10 miljoen euro voorzien aangevuld met middelen uit het Vlaams Klimaatfonds. In ruil daarvoor engageren de lokale besturen zich om het nieuwe burgemeestersconvenant te ondertekenen. Probleem: voor het grote engagement dat tegenover die ondertekening staat, zijn de vermelde bedragen slechts een druppel op een hete plaat.

Geen herhaling van 2020

Gemeenten hebben ook hun fierheid. Ze willen daarom koste wat kost een scenario als bij het vorige burgemeestersconvenant vermijden. Toen moesten ze hun CO2-uitstoot reduceren met 20% tegen 2020, maar haalden ze die doelstelling helemaal niet: Antwerpen landde op slechts 2,2%, Oostende op 5,9%. Dat met het pact -en de daaraan verbonden ondertekening van het nieuwe burgemeestersconvenant- de lat hoger gelegd wordt terwijl de beschikbare middelen niet volgen, geeft bij de gemeenten vandaag een ongemakkelijk gevoel.

Berooide gemeenten

Een studie van consultancybureau Futureproofed uit 2015 duidt op diezelfde structurele onderfinanciering van gemeenten om hun klimaatplannen te verwezenlijken. Volgens Futureproofed heeft een gemeente een werkingsbudget van 50-100 euro per burger per jaar nodig als hefboom om bijkomende private investeringsbudgetten van 1000 euro per burger per jaar te mobiliseren. De realiteit is anders: gemeenten spenderen slechts tussen de 0,5 á 20 euro per burger, per jaar.

Vilvoorde bijvoorbeeld, beschikt over een operationeel budget van 6-7 euro per burger per jaar. Dankzij het Lokaal energie- en klimaatplan komt daar 3,5 euro bij, compleet ontoereikend dus. De Stad Oostende berekende dat ze om haar ambitieus klimaatplan uit te voeren, dat in lijn is met het nieuwe burgemeestersconvenant, 47 euro per burger, per jaar nodig heeft, bovenop het al bestaande operationeel budget. Zo'n 13 keer meer dan de ondersteuning vanuit Vlaanderen.

Hoe dat anders kan? Daarvoor, hoeven we maar naar onze noorderburen te kijken. In Nederland wordt een klimaatbudget vrijgemaakt van 3,2 miljard euro tot 2030. Per stad wordt er tussen de drie en vier miljoen euro vrijgemaakt via gerichte subsidies.

Waar blijft Vlaanderen?

Vlaanderen heeft heel wat van de klimaatinspanningen in het bakje van de gemeenten gelegd, zonder daar een bijpassende enveloppe bij te steken. Dat is een maatschappelijk probleem: het gaat hier niet enkel over het klimaat, maar ook over investeringen in gezonde lucht, jobs, het gevecht tegen energiearmoede, een mobiliteitshift en lokale energievoorziening. Kortom: investeringen in de meest prangende problemen van elk lokaal bestuur. Investeringen in welvaart, toegankelijk voor méér mensen. Als de Vlaamse overheid straffe resultaten verwacht van het lokale niveau, dan moet er dringend boter bij de vis.

Er heerst de laatste maanden een drukte van jewelste in de gemeentehuizen, want lokale besturen maken nieuwe klimaatplannen op. En die plannen moeten een pak ambitieuzer zijn dan voordien, want sinds april werd het nieuwe burgemeestersconvenant gelanceerd, in lijn met het Europese Fit For 55-package. Daarmee engageren gemeenten zich om hun broeikasgasuitstoot tegen 2030 te reduceren met (minimum) hun nationale doelstelling, dat is voor België 47% ten opzichte van 2005. De uitdaging is enorm.De eerste afgewerkte klimaatplannen getuigen in elk geval van inzicht in wat nodig is op lokaal niveau, en ze getuigen ook van de wil om de doelstelling echt te realiseren. Waar knelt het schoentje dan? Gemeenten hebben te weinig middelen om hun ambities te verzilveren. Veel lokale besturen voeren daarom vooral ad hoc-projecten uit waarvoor ze financiering kunnen vinden, ruimte om een globale langetermijnvisie uit te voeren of noodzakelijke klimaatinvesteringen te doen, ontbreekt.Uit een onderzoek bij 67 lokale besturen dat het Consultancybureau Transition Heroes begin dit jaar uitvoerde, kwam al een alarmerend signaal. Op de vraag of het haalbaar is om de klimaatdoelstelling voor 2030 of 2050 te behalen met de huidige personeelscapaciteit, begrotingsmiddelen, bovenlokale ondersteuning en regelgevend kader, gaf 92% van de bevraagden een negatief antwoord. Er is onvoldoende tijd en geld.Druppel op een hete plaatHet Lokaal Energie- en Klimaatpact, dat op 4 juni gelanceerd werd door het kabinet van minister Bart Somers, is een stap in de goede richting. Het wijst erop dat de minister beseft wat het belang is van de lokale besturen in het klimaatbeleid. Zij weten best wat nodig is en zijn het best geplaatst om actie te ondernemen. Met het pact engageert de Vlaamse overheid zich om professionele ondersteuning te bieden aan de lokale besturen en ze voorziet ook financiële ondersteuning. In totaal wordt er 24,3 miljoen euro verdeeld over de Vlaamse gemeenten en voor de komende jaren is er jaarlijks 10 miljoen euro voorzien aangevuld met middelen uit het Vlaams Klimaatfonds. In ruil daarvoor engageren de lokale besturen zich om het nieuwe burgemeestersconvenant te ondertekenen. Probleem: voor het grote engagement dat tegenover die ondertekening staat, zijn de vermelde bedragen slechts een druppel op een hete plaat.Gemeenten hebben ook hun fierheid. Ze willen daarom koste wat kost een scenario als bij het vorige burgemeestersconvenant vermijden. Toen moesten ze hun CO2-uitstoot reduceren met 20% tegen 2020, maar haalden ze die doelstelling helemaal niet: Antwerpen landde op slechts 2,2%, Oostende op 5,9%. Dat met het pact -en de daaraan verbonden ondertekening van het nieuwe burgemeestersconvenant- de lat hoger gelegd wordt terwijl de beschikbare middelen niet volgen, geeft bij de gemeenten vandaag een ongemakkelijk gevoel.Een studie van consultancybureau Futureproofed uit 2015 duidt op diezelfde structurele onderfinanciering van gemeenten om hun klimaatplannen te verwezenlijken. Volgens Futureproofed heeft een gemeente een werkingsbudget van 50-100 euro per burger per jaar nodig als hefboom om bijkomende private investeringsbudgetten van 1000 euro per burger per jaar te mobiliseren. De realiteit is anders: gemeenten spenderen slechts tussen de 0,5 á 20 euro per burger, per jaar. Vilvoorde bijvoorbeeld, beschikt over een operationeel budget van 6-7 euro per burger per jaar. Dankzij het Lokaal energie- en klimaatplan komt daar 3,5 euro bij, compleet ontoereikend dus. De Stad Oostende berekende dat ze om haar ambitieus klimaatplan uit te voeren, dat in lijn is met het nieuwe burgemeestersconvenant, 47 euro per burger, per jaar nodig heeft, bovenop het al bestaande operationeel budget. Zo'n 13 keer meer dan de ondersteuning vanuit Vlaanderen. Hoe dat anders kan? Daarvoor, hoeven we maar naar onze noorderburen te kijken. In Nederland wordt een klimaatbudget vrijgemaakt van 3,2 miljard euro tot 2030. Per stad wordt er tussen de drie en vier miljoen euro vrijgemaakt via gerichte subsidies.Vlaanderen heeft heel wat van de klimaatinspanningen in het bakje van de gemeenten gelegd, zonder daar een bijpassende enveloppe bij te steken. Dat is een maatschappelijk probleem: het gaat hier niet enkel over het klimaat, maar ook over investeringen in gezonde lucht, jobs, het gevecht tegen energiearmoede, een mobiliteitshift en lokale energievoorziening. Kortom: investeringen in de meest prangende problemen van elk lokaal bestuur. Investeringen in welvaart, toegankelijk voor méér mensen. Als de Vlaamse overheid straffe resultaten verwacht van het lokale niveau, dan moet er dringend boter bij de vis.