In februari startte een studie bij 200 kankerpatiënten die werden ingeënt met het vaccin van BioNTech-Pfizer. Onderzoekers van het UZA wilden nagaan of de vaccins even werkzaam zijn bij kankerpatiënten, die door hun ziekte en behandeling te maken krijgen met een verminderde immuniteit. Daarnaast werd bestudeerd of kankerpatiënten meer risico lopen op (ernstige) nevenwerkingen van de vaccins. De eerste resultaten zijn nu gekend. "Het resultaat van de studie wijst er in de eerste plaats op dat de bijwerkingen van het vaccin bij patiënten die een kankerbehandeling ondergaan volledig in lijn liggen met de meldingen gemaakt door gezonde personen", zegt diensthoofd oncologie Marc Peeters. Wel is er een verschil bij de werking van het vaccin. "Wat de afweerreactie betreft, zien we dat de hoeveelheid antistoffen die worden aangemaakt bij sommige patiënten minder is dan bij gezonde personen na twee doses van het vaccin", zegt Peeters. "Antistoffen worden bij de meeste patiënten aangemaakt na de eerste prik, maar nemen niet bij alle groepen van patiënten toe na de tweede prik." Daarbij zijn duidelijke verschillen tussen patiënten, afhankelijk van hun behandelingstherapie. Zo goed als alle patiënten die hormoontherapie, immuuntherapie of doelgerichte therapie ondergaan, hebben een normale aanmaak van antistoffen. Een normale antilichaamrespons zien we echter slechts bij iets meer dan de helft van de patiënten met chemotherapie en zelfs maar bij een derde van de patiënten met bloedkanker. De onderzoekers ga nu na of kankerpatiënten gebaat zijn bij een derde vaccindosis. "De recent gestarte Tri-VOICE studie bestudeert dan ook het effect van een derde dosis van het vaccin, ongeveer zes maanden na de eerste prik, op de afweerstoffen. Verder onderzoek zal uitwijzen of zij op die manier een grotere hoeveelheid antistoffen aanmaken", aldus Sciensano-onderzoekster Mieke Goossens. (Belga)

In februari startte een studie bij 200 kankerpatiënten die werden ingeënt met het vaccin van BioNTech-Pfizer. Onderzoekers van het UZA wilden nagaan of de vaccins even werkzaam zijn bij kankerpatiënten, die door hun ziekte en behandeling te maken krijgen met een verminderde immuniteit. Daarnaast werd bestudeerd of kankerpatiënten meer risico lopen op (ernstige) nevenwerkingen van de vaccins. De eerste resultaten zijn nu gekend. "Het resultaat van de studie wijst er in de eerste plaats op dat de bijwerkingen van het vaccin bij patiënten die een kankerbehandeling ondergaan volledig in lijn liggen met de meldingen gemaakt door gezonde personen", zegt diensthoofd oncologie Marc Peeters. Wel is er een verschil bij de werking van het vaccin. "Wat de afweerreactie betreft, zien we dat de hoeveelheid antistoffen die worden aangemaakt bij sommige patiënten minder is dan bij gezonde personen na twee doses van het vaccin", zegt Peeters. "Antistoffen worden bij de meeste patiënten aangemaakt na de eerste prik, maar nemen niet bij alle groepen van patiënten toe na de tweede prik." Daarbij zijn duidelijke verschillen tussen patiënten, afhankelijk van hun behandelingstherapie. Zo goed als alle patiënten die hormoontherapie, immuuntherapie of doelgerichte therapie ondergaan, hebben een normale aanmaak van antistoffen. Een normale antilichaamrespons zien we echter slechts bij iets meer dan de helft van de patiënten met chemotherapie en zelfs maar bij een derde van de patiënten met bloedkanker. De onderzoekers ga nu na of kankerpatiënten gebaat zijn bij een derde vaccindosis. "De recent gestarte Tri-VOICE studie bestudeert dan ook het effect van een derde dosis van het vaccin, ongeveer zes maanden na de eerste prik, op de afweerstoffen. Verder onderzoek zal uitwijzen of zij op die manier een grotere hoeveelheid antistoffen aanmaken", aldus Sciensano-onderzoekster Mieke Goossens. (Belga)