De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat er nog duidelijke gaten zitten in de digitalisering van het Vlaamse onderwijs. Onderzoek toont ook aan dat Vlaanderen op dat vlak achterloopt tegenover andere landen. Scholen hebben onvoldoende of verouderd ICT-materiaal, leerkrachten scoren niet goed op ICT-vaardigheden, enz... Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) kondigde eerder al aan dat hij die digitale achterstand wil ombuigen in een voorsprong.

Het budget voor ICT voor het Vlaamse onderwijs gaat in één klap van 32 miljoen euro in 2019 naar 375 miljoen euro. Nu heeft de Vlaamse regering beslist hoeveel budget elke school precies krijgt om de komende jaren te investeren in digitaal onderwijs. Zo kunnen scholen volgens de onderwijsminister beginnen aan de voorbereiding van de Digisprong en bijvoorbeeld gaan nadenken over welke laptops of ander gelijkwaardige ICT-toestellen ze willen aankopen of leasen voor hun leerlingen.

Concreet zullen basisscholen voor alle klassen vanaf het eerste kleuterklasje tot en met het 4de leerjaar toestellen voor gedeeld gebruik kunnen aanschaffen en krijgen ze daarvoor 25 euro per leerling. 'Zo kunnen ook de jongste kinderen al proeven van digitaal onderwijs', klinkt het. Voor het 5 de en het 6 de leerjaar is er 290 euro per leerling voorzien, zodat elke leerling vanaf het 5de leerjaar toegang kan krijgen tot een eigen ICT-toestel. Bedoeling is dat het 5de leerjaar op die manier een soort ICT-mijlpaal wordt voor elke leerling.

In het secundair onderwijs kunnen de scholen dan beschikken over 510 euro per leerling, omdat er hier meer geavanceerde toestellen nodig zijn. De secundaire scholen krijgen de betrokken middelen gespreid over twee jaar. Er gaat daarbovenop ook nog eens ruim 50 miljoen euro naar ICT-infrastructuur, zoals internetconnectiviteit, softwarepakketten, netwerkbeveiliging en eventuele randapparatuur. Op die manier krijgt elke school een bijkomend bedrag van 42 euro per betrokken leerling.

Uit berekeningen blijkt dat een gemiddelde basisschool zal kunnen rekenen op een Digisprong-budget van 40.000 euro en een doorsnee secundaire school met 1.200 leerlingen op meer dan 660.000 euro. Volgens minister Weyts wordt de Digisprong uitgerold vanaf volgend schooljaar (2021-2022) en hebben de scholen twee volledige schooljaren de tijd om de digitale sprong te maken. Dat geeft scholen niet alleen de tijd om alles voor te bereiden, maar moet ook helpen voorkomen dat iedereen op hetzelfde moment toestellen aankoopt en de markt oververhit geraakt.

De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat er nog duidelijke gaten zitten in de digitalisering van het Vlaamse onderwijs. Onderzoek toont ook aan dat Vlaanderen op dat vlak achterloopt tegenover andere landen. Scholen hebben onvoldoende of verouderd ICT-materiaal, leerkrachten scoren niet goed op ICT-vaardigheden, enz... Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) kondigde eerder al aan dat hij die digitale achterstand wil ombuigen in een voorsprong. Het budget voor ICT voor het Vlaamse onderwijs gaat in één klap van 32 miljoen euro in 2019 naar 375 miljoen euro. Nu heeft de Vlaamse regering beslist hoeveel budget elke school precies krijgt om de komende jaren te investeren in digitaal onderwijs. Zo kunnen scholen volgens de onderwijsminister beginnen aan de voorbereiding van de Digisprong en bijvoorbeeld gaan nadenken over welke laptops of ander gelijkwaardige ICT-toestellen ze willen aankopen of leasen voor hun leerlingen. Concreet zullen basisscholen voor alle klassen vanaf het eerste kleuterklasje tot en met het 4de leerjaar toestellen voor gedeeld gebruik kunnen aanschaffen en krijgen ze daarvoor 25 euro per leerling. 'Zo kunnen ook de jongste kinderen al proeven van digitaal onderwijs', klinkt het. Voor het 5 de en het 6 de leerjaar is er 290 euro per leerling voorzien, zodat elke leerling vanaf het 5de leerjaar toegang kan krijgen tot een eigen ICT-toestel. Bedoeling is dat het 5de leerjaar op die manier een soort ICT-mijlpaal wordt voor elke leerling. In het secundair onderwijs kunnen de scholen dan beschikken over 510 euro per leerling, omdat er hier meer geavanceerde toestellen nodig zijn. De secundaire scholen krijgen de betrokken middelen gespreid over twee jaar. Er gaat daarbovenop ook nog eens ruim 50 miljoen euro naar ICT-infrastructuur, zoals internetconnectiviteit, softwarepakketten, netwerkbeveiliging en eventuele randapparatuur. Op die manier krijgt elke school een bijkomend bedrag van 42 euro per betrokken leerling. Uit berekeningen blijkt dat een gemiddelde basisschool zal kunnen rekenen op een Digisprong-budget van 40.000 euro en een doorsnee secundaire school met 1.200 leerlingen op meer dan 660.000 euro. Volgens minister Weyts wordt de Digisprong uitgerold vanaf volgend schooljaar (2021-2022) en hebben de scholen twee volledige schooljaren de tijd om de digitale sprong te maken. Dat geeft scholen niet alleen de tijd om alles voor te bereiden, maar moet ook helpen voorkomen dat iedereen op hetzelfde moment toestellen aankoopt en de markt oververhit geraakt.