Op 11 december besliste de Brusselse kortgedingrechter dat de Belgische regering aan tien kinderen van Syrië-strijders consulaire bijstand moest verlenen en hen documenten moet bezorgen die hen in staat zouden stellen om onder begeleiding naar België te komen. De kortgedingrechter legde ook een dwangsom op van 5.000 euro per dag vertraging en per kind.

Volgens de advocaten van de kinderen en hun ouders deed de Belgische regering onvoldoende om die beschikking uit te voeren en stuurde een deurwaarder om de dwangsommen op te eisen. De regering stapte echter naar de dwangsommenrechter, de rechter die de oorspronkelijke beschikking in kort geding had uitgesproken. Daar vroeg ze om de opgelegde dwangsommen te herzien omdat ze in de onmogelijkheid zou zijn de beschikking uit te voeren, omdat de Syrische Koerden weigeren de ouders te scheiden van de kinderen, de moeders weigeren te worden gescheiden van hun kinderen en Syrië is oorlogsgebied is, zodat de documenten tot op heden niet aan de kinderen konden bezorgd worden.

Die dwangsommenrechter heeft nu geoordeeld dat de regering in die omstandigheden inderdaad de beschikking niet kan uitvoeren en besliste dat de dwangsommen pas betaald moeten worden als de regering de beschikking nog steeds niet uitvoert, drie maanden nadat de ouders er schriftelijke mee hebben ingestemd om de kinderen zonder hen te laten repatriëren.

Op 11 december besliste de Brusselse kortgedingrechter dat de Belgische regering aan tien kinderen van Syrië-strijders consulaire bijstand moest verlenen en hen documenten moet bezorgen die hen in staat zouden stellen om onder begeleiding naar België te komen. De kortgedingrechter legde ook een dwangsom op van 5.000 euro per dag vertraging en per kind. Volgens de advocaten van de kinderen en hun ouders deed de Belgische regering onvoldoende om die beschikking uit te voeren en stuurde een deurwaarder om de dwangsommen op te eisen. De regering stapte echter naar de dwangsommenrechter, de rechter die de oorspronkelijke beschikking in kort geding had uitgesproken. Daar vroeg ze om de opgelegde dwangsommen te herzien omdat ze in de onmogelijkheid zou zijn de beschikking uit te voeren, omdat de Syrische Koerden weigeren de ouders te scheiden van de kinderen, de moeders weigeren te worden gescheiden van hun kinderen en Syrië is oorlogsgebied is, zodat de documenten tot op heden niet aan de kinderen konden bezorgd worden. Die dwangsommenrechter heeft nu geoordeeld dat de regering in die omstandigheden inderdaad de beschikking niet kan uitvoeren en besliste dat de dwangsommen pas betaald moeten worden als de regering de beschikking nog steeds niet uitvoert, drie maanden nadat de ouders er schriftelijke mee hebben ingestemd om de kinderen zonder hen te laten repatriëren.