Van de totale Belgische ontwikkelingshulp ging 129 miljoen dollar naar wat de Oeso "COVID-gerelateerde activiteiten" noemt. Daarvan ging 33 miljoen dollar specifiek naar de gezondheidssector. In het regeerakkoord nam de regering-De Croo zich al voor om vanaf dit jaar "een bindend groeipad" uit te tekenen en uit te voeren om tegen 2030 de internationaal afgesproken norm van 0,7 pct van het bnp te besteden aan ontwikkelingshulp. "Als onze welvaart opnieuw stijgt, moet ook onze solidariteit toenemen", schreef bevoegd minister Meryame Kitir daarover in haar beleidsnota. Binnen de dertig leden van de OESO-ontwikkelingshulpcommissie blijven de Verenigde Staten de grootste donor, gevolgd door Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Frankrijk. Slechts zes landen halen nog de norm van 0,7 procent: Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Noorwegen, Zweden en het VK. Turkije, geen lid van de commissie, haalt net als andere niet-leden ook die norm. Voor Turkije gaat het om 1,12 procent. In zestien landen stegen de uitgaven voor ontwikkelingshulp, waaronder dus ook België. De Oeso wijst erop dat dit te maken heeft met budgetten die vrijgemaakt worden om ontwikkelingslanden bij te staan in de strijd tegen de pandemie. Voor de verschillende donorlanden ging het in 2020 om een totaalbedrag van 161 miljard dollar, een stijging met 3,5 procent en een nieuw record. Dat bedrag komt overeen met 0,32 procent van hun bnp's. Zowat 12 miljard daarvan ging naar "COVID-gerelateerde activiteiten". Voor Oeso-topman Angel Gurria is de coronacrisis "een grote test voor multilateralisme en het concept 'buitenlandse hulp'. We moeten veel meer inspanningen doen om ontwikkelingslanden te helpen met de verdeling van vaccins, dienstverlening in ziekenhuizen en we moeten de inkomens en het levenonderhoud van de kwetsbaarsten steunen om te bouwen aan een echt internationaal herstel." (Belga)

Van de totale Belgische ontwikkelingshulp ging 129 miljoen dollar naar wat de Oeso "COVID-gerelateerde activiteiten" noemt. Daarvan ging 33 miljoen dollar specifiek naar de gezondheidssector. In het regeerakkoord nam de regering-De Croo zich al voor om vanaf dit jaar "een bindend groeipad" uit te tekenen en uit te voeren om tegen 2030 de internationaal afgesproken norm van 0,7 pct van het bnp te besteden aan ontwikkelingshulp. "Als onze welvaart opnieuw stijgt, moet ook onze solidariteit toenemen", schreef bevoegd minister Meryame Kitir daarover in haar beleidsnota. Binnen de dertig leden van de OESO-ontwikkelingshulpcommissie blijven de Verenigde Staten de grootste donor, gevolgd door Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Frankrijk. Slechts zes landen halen nog de norm van 0,7 procent: Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Noorwegen, Zweden en het VK. Turkije, geen lid van de commissie, haalt net als andere niet-leden ook die norm. Voor Turkije gaat het om 1,12 procent. In zestien landen stegen de uitgaven voor ontwikkelingshulp, waaronder dus ook België. De Oeso wijst erop dat dit te maken heeft met budgetten die vrijgemaakt worden om ontwikkelingslanden bij te staan in de strijd tegen de pandemie. Voor de verschillende donorlanden ging het in 2020 om een totaalbedrag van 161 miljard dollar, een stijging met 3,5 procent en een nieuw record. Dat bedrag komt overeen met 0,32 procent van hun bnp's. Zowat 12 miljard daarvan ging naar "COVID-gerelateerde activiteiten". Voor Oeso-topman Angel Gurria is de coronacrisis "een grote test voor multilateralisme en het concept 'buitenlandse hulp'. We moeten veel meer inspanningen doen om ontwikkelingslanden te helpen met de verdeling van vaccins, dienstverlening in ziekenhuizen en we moeten de inkomens en het levenonderhoud van de kwetsbaarsten steunen om te bouwen aan een echt internationaal herstel." (Belga)