De gunstige fiscale behandeling voor profvoetballers zorgde de voorbije jaren meermaals voor discussie. Ook bij de huidige begrotingsonderhandelingen liggen de fiscale regels voor topsport op de regeringstafel. In opdracht van het Europees parlement maakten onderzoekers van de UAntwerpen en UHasselt een vergelijking tussen fiscale stelsels in zeven Europese landen. Het gaat om België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Portugal, Italië en Spanje: de belangrijkste (sub)competities binnen de EU. "Een opvallende vaststelling is dat een meerderheid van de onderzochte landen het profvoetbal - en de profsport meer algemeen - fiscaal incentiveert", legt prof. Robby Houben (UAntwerpen) uit. "In de buik van het peloton van landen dat de profsport ondersteunt, vindt de Belgische regeling een goed evenwicht tussen specifieke behandeling enerzijds en positieve maatschappelijke impact anderzijds." Heel wat landen kiezen voor maatregelen die er speficiek op gericht zijn om buitenlands talent aan te trekken, zegt prof. Niels Appermont (UHasselt). "Uit empirisch onderzoek is gebleken dat deze vorm van belastingconcurrentie ook daadwerkelijk kan werken op topniveau. De Belgische regeling is bijzonder omdat die dan weer inzet op de eigen jeugdwerking." De onderzoekers raden in de marge het Europees Parlement aan werk te maken van een Europees licentiesysteem, om zo het speelveld in de Unie gelijk te maken, met meer aandacht voor zorgvuldig bestuur, compliance, transparantie - ook van geldstromen - en een performant toezicht. (Belga)

De gunstige fiscale behandeling voor profvoetballers zorgde de voorbije jaren meermaals voor discussie. Ook bij de huidige begrotingsonderhandelingen liggen de fiscale regels voor topsport op de regeringstafel. In opdracht van het Europees parlement maakten onderzoekers van de UAntwerpen en UHasselt een vergelijking tussen fiscale stelsels in zeven Europese landen. Het gaat om België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Portugal, Italië en Spanje: de belangrijkste (sub)competities binnen de EU. "Een opvallende vaststelling is dat een meerderheid van de onderzochte landen het profvoetbal - en de profsport meer algemeen - fiscaal incentiveert", legt prof. Robby Houben (UAntwerpen) uit. "In de buik van het peloton van landen dat de profsport ondersteunt, vindt de Belgische regeling een goed evenwicht tussen specifieke behandeling enerzijds en positieve maatschappelijke impact anderzijds." Heel wat landen kiezen voor maatregelen die er speficiek op gericht zijn om buitenlands talent aan te trekken, zegt prof. Niels Appermont (UHasselt). "Uit empirisch onderzoek is gebleken dat deze vorm van belastingconcurrentie ook daadwerkelijk kan werken op topniveau. De Belgische regeling is bijzonder omdat die dan weer inzet op de eigen jeugdwerking." De onderzoekers raden in de marge het Europees Parlement aan werk te maken van een Europees licentiesysteem, om zo het speelveld in de Unie gelijk te maken, met meer aandacht voor zorgvuldig bestuur, compliance, transparantie - ook van geldstromen - en een performant toezicht. (Belga)