"Het is op vraag van de clubs, fans en pers dat we de dubbele competitie afgeschaft hebben. Met een anderhalve competitie willen we meer ademruimte geven aan onze vier clubs die Europees spelen", verduidelijkt Arthur Goethals, voorzitter van de liga, Een anderhalve competitie wil zeggen dat in een eerste fase Antwerpen, Charleroi, Aalst, Bergen en Leuven twee keer (thuis en uit) tegen elkaar spelen in de ene poule. Oostende, Brussels, Limburg, Mechelen en Luik doen dat in de andere poule. Daarna volgt er een volledige speelronde van achttien speeldagen met alle tien clubs. 12 mei beginnen dan de play-offs met acht ploegen. Kwartfinale play-offs is best-of-three, halve finale ging vorig jaar nog naar best-of-three, maar wordt nu best-of-five en wie dan in de finale het eerst drie overwinningen achter zijn naam heeft, is kampioen. Secretaris-generaal Wim Van de Keere is tevreden met de nieuwe competitieformule. "Dit komt neer op vijftig wedstrijden minder, maar wel een betere spreiding van de kalender. Minder kwantiteit en meer kwaliteit. De grootste stap vooruit op dat vlak dit seizoen is de introductie van EMBL tv. Elke match wordt gratis gelivestreamd op de site van de liga of op de app die vanaf vrijdag beschikbaar is. Daarnaast zenden we ook 45 matchen uit op PlaySports, Proximus Sports en VOO Sport en acht matchen op Sporza." Ook lijkt het weinig waarschijnlijk dat de Belgische basketbalcompetitie de komende jaren aansluiting zal vinden in Nederland. Een BeneLiga of een Benelux-liga komt er hoogstwaarschijnlijk niet. "It takes two to tango en onze Hollandse confraters zijn moeilijk te enthousiasmeren", aldus Arthur Goethals. Het grootste probleem lijken de budgetten van de clubs te zijn in Nederland. Arthur Goethals: "Er is een enorme kloof tussen de top drie in Nederland en de nummers vier tot en met tien. Die lager gerangschikte ploegen in Nederland draaien op budgetten van 300.000 à 400.000 euro. Dat komt overeen met het geld dat tweedeklasseclubs bij ons hebben. Het is dus moeilijk, maar het is ook nog niet voorbij. We blijven praten, zonder deadline." En om Belgische spelers beter te beschermen komt er nu een systeem van opleidingsvergoedingen bij. Clubs die investeren in jeugd en die een speler tussen zijn 16de en 22ste hebben opgeleid, maar die speler dan zien vertrekken naar een concurrent, krijgen voortaan een opleidingspremie. Het gaat de facto over een vergoeding van de effectieve kosten die de clubs gemaakt hebben om een jeugdspeler op te leiden. Die kosten zijn berekend en komen neer op 6.000 à 7.000 euro per jaar per speler. (Belga)