De Brusselse kortgedingrechter had in eerste aanleg wel beslist dat de kinderen moesten gerepatrieerd worden maar de Belgische regering ging tegen die beslissing in beroep en heeft daar nu gelijk gekregen.

De twee IS-weduwen en hun kinderen werden in 2013 al een keer geëvacueerd uit Syrië. Nadat de twee vrouwen in Antwerpen waren bevallen, vertrokken zij opnieuw met hun kinderen naar Syrië. In maart 2018 werden ze door de Antwerpse correctionele rechtbank bij verstek tot vijf jaar cel veroordeeld.

Beide vrouwen, die vastzitten in het Koerdische kamp Al-Hol, zijn begin dit jaar opnieuw bevallen, zodat het intussen over zes kinderen gaat, van wie de oudste 5 jaar is en de jongste net twee maanden.

Kort geding

In een eerste kort geding hadden zowel de rechtbank van eerste aanleg als het hof van beroep geoordeeld dat de Belgische staat niet verplicht was de kinderen te repatriëren. Volgens de rechters oefent de Belgische staat geen enkel gezag of controle uit in het gevangenenkamp en vielen de vrouwen en hun kinderen dan ook niet onder de rechtsmacht van ons land.

De advocaat van de twee vrouwen spande daarop een tweede kort geding aan en ditmaal verplichtte de kortgedingrechter 'de Belgische staat om alle noodzakelijke en mogelijke maatregelen te nemen om de zes minderjarige kinderen vanuit Syrië te kunnen laten reizen naar België.' Bovendien moesten ook de moeders kunnen terugkeren naar België. De Belgische regering ging tegen die beslissing in beroep.

'Het hof van beroep heeft de vordering van de twee moeders niet ontvankelijk verklaard, omdat die identiek is aan de vordering die zij reeds eerder hadden ingesteld en die afgewezen werd bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 september 2018', meldt de persmagistraat van het Brusselse hof van beroep woensdag.

Geens: 'Inspanningen blijven doen'

De Belgische regering blijft inspanningen leveren om de beslissing van december 2017, om kinderen tot 10 jaar terug naar België te halen, toe te passen. Dat zegt minister van Justitie Koen Geens in een reactie op het vonnis . 'Kinderen kunnen nooit schuldig zijn aan de daden van hun ouders', aldus Geens.

De voornaamste reden voor het beroep was volgens de minister van Justitie dat de vraag tot repatriëring van de kinderen al eerder door de rechtbank werd behandeld en zowel in eerste aanleg als in beroep werd afgewezen. 'De geldende rechtsregels bepalen dat zaken die eerder bepleit werden met dezelfde eisen en dezelfde argumenten niet meer in aanmerking kunnen worden genomen voor een nieuwe rechtsprocedure of voor een nieuwe uitspraak', aldus Geens. Het Hof van Beroep volgde die redenering woensdag en verklaarde dat de eis van de vrouwen om hun kinderen te laten terugkeren onontvankelijk is.

De Brusselse kortgedingrechter had in eerste aanleg wel beslist dat de kinderen moesten gerepatrieerd worden maar de Belgische regering ging tegen die beslissing in beroep en heeft daar nu gelijk gekregen. De twee IS-weduwen en hun kinderen werden in 2013 al een keer geëvacueerd uit Syrië. Nadat de twee vrouwen in Antwerpen waren bevallen, vertrokken zij opnieuw met hun kinderen naar Syrië. In maart 2018 werden ze door de Antwerpse correctionele rechtbank bij verstek tot vijf jaar cel veroordeeld. Beide vrouwen, die vastzitten in het Koerdische kamp Al-Hol, zijn begin dit jaar opnieuw bevallen, zodat het intussen over zes kinderen gaat, van wie de oudste 5 jaar is en de jongste net twee maanden.In een eerste kort geding hadden zowel de rechtbank van eerste aanleg als het hof van beroep geoordeeld dat de Belgische staat niet verplicht was de kinderen te repatriëren. Volgens de rechters oefent de Belgische staat geen enkel gezag of controle uit in het gevangenenkamp en vielen de vrouwen en hun kinderen dan ook niet onder de rechtsmacht van ons land. De advocaat van de twee vrouwen spande daarop een tweede kort geding aan en ditmaal verplichtte de kortgedingrechter 'de Belgische staat om alle noodzakelijke en mogelijke maatregelen te nemen om de zes minderjarige kinderen vanuit Syrië te kunnen laten reizen naar België.' Bovendien moesten ook de moeders kunnen terugkeren naar België. De Belgische regering ging tegen die beslissing in beroep. 'Het hof van beroep heeft de vordering van de twee moeders niet ontvankelijk verklaard, omdat die identiek is aan de vordering die zij reeds eerder hadden ingesteld en die afgewezen werd bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 september 2018', meldt de persmagistraat van het Brusselse hof van beroep woensdag.