De nasleep van de aanslagen van 22 maart 2016 heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat het Belgische systeem voor hulp en herstel voor de slachtoffers schromelijk tekortschoot. De verhalen van terreurslachtoffers zijn soms op het hallucinante af. Ze voelen zich verloren in het administratieve kluwen; het proces met de verzekeraars blijkt moeilijk en traag te verlopen; en intussen lopen medische en andere kosten hoog op. Dat veroorzaakt alleen maar meer stress en psychische problemen. En dat is onaanvaardbaar.

België moet de terreurslachtoffers geven waar ze recht op hebben.

Dat vindt ook de Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties voor de bescherming van mensenrechten in de strijd tegen terrorisme, die deze namiddag haar rapport over ons land voorstelde aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties.

Bij de reactie na terreuraanslagen denken we vaak aan deradicalisering, screening van verdachten, betere beveiliging... In haar rapport belicht de speciale rapporteur ook een ander aspect van het terreurbeleid: herstel, ondersteuning en respect voor de slachtoffers van terreurdaden.

Na aanslagen drukken regeringen snel hun solidariteit uit met de slachtoffers. Dat is niet genoeg: de overheid moet ook de mensenrechten van de slachtoffers respecteren en beschermen. Zij hebben recht op erkenning, respectvolle behandeling, medische en psychologische hulp, en sociale en materiële ondersteuning. Daarnaast moeten ze ook toegang krijgen tot gerechtigheid en herstel. Herstel omvat onder meer een snelle en effectieve schadevergoeding, op basis van eenvoudige en gemakkelijk toegankelijke procedures.

Na de aanslagen van 22 maart 2016 heeft de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen aanbevelingen geformuleerd om de rechten van slachtoffers beter te beschermen, en heeft de regering verschillende initiatieven genomen om tekortkomingen recht te trekken in het systeem van vergoeding van slachtoffers.

Maar er blijft veel werk aan de winkel. Het vergoedingssysteem blijft bijzonder complex. Slachtoffers moeten aankloppen bij verzekeraars, ziekenfondsen, overheidsinstellingen, en kunnen eventueel beroep doen op een begrensde tussenkomst van het algemene slachtofferfonds of op een residuair herstelpensioen. Deze complexiteit maakt het voor slachtoffers veel te moeilijk om het herstel en de vergoedingen te krijgen waar ze recht op hebben. Dat concludeerde ook de parlementaire onderzoekscommissie.

Die commissie raadde aan om een overheidsfonds op te richten dat de slachtoffers onmiddellijk zou vergoeden op basis van een eenvoudige en gemakkelijk toegankelijke procedure. De overheid zou die vergoedingen vervolgens kunnen terugvorderen van de verzekeringsmaatschappijen. Dat is nu bijna twee jaar geleden.

In omstandigheden die al verschrikkelijk genoeg zijn, maakt een helder, toegankelijk systeem en een snelle vergoeding van de schade een wereld van verschil.

Ook de Speciale Rapporteur van de Verenigde Nateis dringt nu aan om absolute prioriteit te geven aan de rechten van slachtoffers, en verdere stappen te nemen om hun rechten ten volle te respecteren. Ook zij beveelt aan om een garantiefonds voor terreurslachtoffers op te richten, beheerd door de overheid. In Frankrijk bestaat zo'n fonds al lang. In haar rapport over Frankrijk, dat ook vandaag aan de Mensenrechtenraad werd voorgesteld, en dat voor het overige bijzonder kritisch is voor het Franse antiterreurbeleid, noemt de Speciale Rapporteur het Franse systeem voor terreurslachtoffers een voorbeeld voor andere landen.

Ook de slachtofferverenigingen dringen al lang aan op zo'n fonds. Het is tijd dat hun stem echt gehoord wordt. Iedereen hoopt dat we het fonds in de toekomst zo min mogelijk nodig hebben. Maar in omstandigheden die al verschrikkelijk genoeg zijn, maakt een helder, toegankelijk systeem en een snelle vergoeding van de schade voor terreurslachtoffers een wereld van verschil. En daar hebben ze recht op.