Van Quickenborne kwam in de Kamer zijn plannen met de Noordzee toelichten, gaande van de ambities op het vlak van natuurbescherming tot offshore windenergie en de vergroening van de scheepvaart. Wat de vergroening van de scheepvaart betreft - Van Quickenborne zelf spreekt zelf van 'blauwe scheepvaart' - wil België ambitieuzer zijn dan de internationale afspraken. Zo was binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) afgesproken om de uitstoot van de scheepvaart tegen 2030 met 40% te verminderen en met 70% tegen 2050. Maar België wil een stap verder gaan en mikt op een reductie van 55% tegen 2030 en een klimaatneutrale scheepvaart tegen 2050. Om die opgeschroefde ambities te realiseren rekent de Open Vld-minister op lopende technologische vernieuwingen en onderzoeken. De uitstoot van de scheepvaart zal ook gecontroleerd worden. Zo zal België als enige land ter wereld een 'sniffervliegtuig' inzetten. Dat vliegtuig vliegt door rookpluimen van schepen om de uitstoot van zwavel en stikstof te controleren. Vanaf 2021 zal ook de uitstoot van roetdeeltjes (black carbon) gecontroleerd worden. Er komen ook sensoren op windmolens om de uitstoot te controleren. "De scheepvaart zal dus niet kunnen ontsnappen. Je kan het zien als een soort trajectcontroles van de zee", aldus Van Quickenborne. Op het vlak van offshore windenergie verankert Van Quickenborne het nieuwe marien ruimtelijk plan 2020-2026 met bijkomende windmolens in een nieuwe zone (Prinses Elisabethzone). België moet op die manier tegen 2030 aan de beoogde 4GW productiecapaciteit geraken. Dat is ongeveer het dubbele van de huidige capaciteit. Eerder was al beslist die bijkomende offshorecapaciteit via tendering (en niet langer via concessies) in te vullen en volgens Van Quickeborne lopen er tal van (voor)studies om die procedure zo vlot mogelijk te laten lopen. Een van de nieuwigheden is dat de overheid zelf al op voorhand de nodige vergunningen aanvraagt en bekomt zodat de uiteindelijke winnaar van de tendering die vergunningen "meteen op zak heeft en ze niet meer zelf moet aanvragen". Op die manier zou volgens Van Quickenborne de eerste tender in 2023 kunnen gebeuren en zou men vanaf 2024 al kunnen bouwen. (Belga)

Van Quickenborne kwam in de Kamer zijn plannen met de Noordzee toelichten, gaande van de ambities op het vlak van natuurbescherming tot offshore windenergie en de vergroening van de scheepvaart. Wat de vergroening van de scheepvaart betreft - Van Quickenborne zelf spreekt zelf van 'blauwe scheepvaart' - wil België ambitieuzer zijn dan de internationale afspraken. Zo was binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) afgesproken om de uitstoot van de scheepvaart tegen 2030 met 40% te verminderen en met 70% tegen 2050. Maar België wil een stap verder gaan en mikt op een reductie van 55% tegen 2030 en een klimaatneutrale scheepvaart tegen 2050. Om die opgeschroefde ambities te realiseren rekent de Open Vld-minister op lopende technologische vernieuwingen en onderzoeken. De uitstoot van de scheepvaart zal ook gecontroleerd worden. Zo zal België als enige land ter wereld een 'sniffervliegtuig' inzetten. Dat vliegtuig vliegt door rookpluimen van schepen om de uitstoot van zwavel en stikstof te controleren. Vanaf 2021 zal ook de uitstoot van roetdeeltjes (black carbon) gecontroleerd worden. Er komen ook sensoren op windmolens om de uitstoot te controleren. "De scheepvaart zal dus niet kunnen ontsnappen. Je kan het zien als een soort trajectcontroles van de zee", aldus Van Quickenborne. Op het vlak van offshore windenergie verankert Van Quickenborne het nieuwe marien ruimtelijk plan 2020-2026 met bijkomende windmolens in een nieuwe zone (Prinses Elisabethzone). België moet op die manier tegen 2030 aan de beoogde 4GW productiecapaciteit geraken. Dat is ongeveer het dubbele van de huidige capaciteit. Eerder was al beslist die bijkomende offshorecapaciteit via tendering (en niet langer via concessies) in te vullen en volgens Van Quickeborne lopen er tal van (voor)studies om die procedure zo vlot mogelijk te laten lopen. Een van de nieuwigheden is dat de overheid zelf al op voorhand de nodige vergunningen aanvraagt en bekomt zodat de uiteindelijke winnaar van de tendering die vergunningen "meteen op zak heeft en ze niet meer zelf moet aanvragen". Op die manier zou volgens Van Quickenborne de eerste tender in 2023 kunnen gebeuren en zou men vanaf 2024 al kunnen bouwen. (Belga)