Na vier dagen en vier nachten onderhandelen bereikten de Europese leiders op 21 juli een akkoord over de Europese meerjarenbegroting en een tijdelijk instrument voor de financiering van het economisch herstel na de coronacrisis. Voor dat instrument, dat de naam Next Generation EU meekreeg, mag de Europese Commissie op de kapitaalmarkten 750 miljard euro lenen: 360 miljard euro bestemd voor leningen en 390 miljard euro voor subsidies. De leningen en het gros van de subsidies worden samengevoegd in een nagelnieuw herstelfonds, de 'faciliteit voor herstel en veerkracht'.

Van de 312,5 miljard euro aan subsidies die in dat fonds worden gestopt, is 5,148 miljard euro bestemd voor België, blijkt nu uit een raming van de Commissie. Dat bedrag kan evenwel nog wijzigen, omdat slechts 70% van de ter beschikking gestelde subsidies berekend wordt op basis van reeds bekende gegevens: de economische groeicijfers en de werkloosheidscijfers van de afgelopen jaren.

Voor de resterende 30% wordt het verlies aan reëel bbp door de coronacrisis mee in rekening gebracht. Dat deel van de subsidies wordt pas eind 2023 vastgelegd. Voor de raming die nu bekendgemaakt is, baseerde de Commissie zich op haar jongste economische prognoses.

Doordat het definitieve bedrag nog niet bekend is, kunnen de uiteindelijke subsidies voor België nog hoger of lager uitvallen dan de nu vooropgestelde 5,15 miljard euro. Maar, zo valt in federale regeringskringen te horen, dat zal "geen substantieel verschil" meer uitmaken.

Met 65,5 miljard euro zou Italië de meeste subsidies uit het herstelfonds krijgen. Voor Spanje is 59,17 miljard gereserveerd, voor Frankrijk 37,39 miljard, voor Polen 23,06 miljard en voor Duitsland 22,72 miljard. Nederland krijgt 5,57 miljard euro.

Na vier dagen en vier nachten onderhandelen bereikten de Europese leiders op 21 juli een akkoord over de Europese meerjarenbegroting en een tijdelijk instrument voor de financiering van het economisch herstel na de coronacrisis. Voor dat instrument, dat de naam Next Generation EU meekreeg, mag de Europese Commissie op de kapitaalmarkten 750 miljard euro lenen: 360 miljard euro bestemd voor leningen en 390 miljard euro voor subsidies. De leningen en het gros van de subsidies worden samengevoegd in een nagelnieuw herstelfonds, de 'faciliteit voor herstel en veerkracht'. Van de 312,5 miljard euro aan subsidies die in dat fonds worden gestopt, is 5,148 miljard euro bestemd voor België, blijkt nu uit een raming van de Commissie. Dat bedrag kan evenwel nog wijzigen, omdat slechts 70% van de ter beschikking gestelde subsidies berekend wordt op basis van reeds bekende gegevens: de economische groeicijfers en de werkloosheidscijfers van de afgelopen jaren. Voor de resterende 30% wordt het verlies aan reëel bbp door de coronacrisis mee in rekening gebracht. Dat deel van de subsidies wordt pas eind 2023 vastgelegd. Voor de raming die nu bekendgemaakt is, baseerde de Commissie zich op haar jongste economische prognoses. Doordat het definitieve bedrag nog niet bekend is, kunnen de uiteindelijke subsidies voor België nog hoger of lager uitvallen dan de nu vooropgestelde 5,15 miljard euro. Maar, zo valt in federale regeringskringen te horen, dat zal "geen substantieel verschil" meer uitmaken. Met 65,5 miljard euro zou Italië de meeste subsidies uit het herstelfonds krijgen. Voor Spanje is 59,17 miljard gereserveerd, voor Frankrijk 37,39 miljard, voor Polen 23,06 miljard en voor Duitsland 22,72 miljard. Nederland krijgt 5,57 miljard euro.