De gendergelijkheidsscores verschillen sterk tussen landen: van 83,9 punten in Zweden tot 52,6 punten in Griekenland. Zweden en Denemarken doen het ook dit jaar weer het best in de index, gevolgd door Nederland, dat Finland en Frankrijk is gepasseerd en is opgeklommen naar de derde plaats. Luxemburg, Litouwen en Nederland zijn het meest vooruitgegaan sinds de editie van vorig jaar. Slovenië is het enige land dat achteruit is gegaan. Vooral op het onderdeel 'macht' is er nog vooruitgang te boeken: zo is in Europese lidstaten nog steeds maar een op de drie parlementsleden een vrouw, en ook in economische topfuncties zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. België scoort dit jaar 72,8 op 100 en stijgt daarmee van de negende naar de achtste plaats. Vooral op het vlak van geld scoren we goed, met een tweede plaats van alle lidstaten. Wat betreft de economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen prijkt België op plaats vijf. Op het vlak van gezondheid staat ons land op plaats zestien, vooral te wijten aan slechte prestaties op het gebied van gezondheidsgedrag en slechte toegang tot gezondheidsdiensten. Sinds 2010 heeft ons land in het onderdeel "macht" de grootste verbetering gemaakt, dankzij onder meer meer gendergelijkheid bij economische besluitvorming. Toch was de progressie groter in andere lidstaten, wat ervoor zorgde dat België door veel landen werd ingehaald op de ranglijst. Zo staan we in vergelijking met tien jaar geleden een plaats lager. Sinds 2010 zijn er meer vrouwen full time aan het werk, maar ze verdienen gemiddeld nog 10 procent minder dan mannen. Ook nemen vrouwen in ons land nog steeds meer huishoudelijke taken op zich. In de politieke besluitvorming zijn vrouwen intussen wel goed vertegenwoordigd. Het EIGE spreekt verder over een 'flattening curve'wat betreft de Belgische cijfers. Zo zijn de algemene scores van België op dit moment nog hoger dan het EU-gemiddelde, maar groeien ze wel aan een trager tempo. "Europa heeft broze vooruitgang geboekt op het gebied van gendergelijkheid. Maar de COVID-19-pandemie heeft grote schade toegebracht. De economische gevolgen duren langer voor vrouwen, terwijl de levensverwachting voor mannen is gedaald", aldus Carlien Scheele, directeur van EIGE. Het instituut benadrukt dat het cruciaal is dat beleidsmakers gendergelijkheidsaangelegenheden meenemen in de gezondheids- en andere herstelmaatregelen, om voor iedereen tot de best mogelijke resultaten te komen. (Belga)

De gendergelijkheidsscores verschillen sterk tussen landen: van 83,9 punten in Zweden tot 52,6 punten in Griekenland. Zweden en Denemarken doen het ook dit jaar weer het best in de index, gevolgd door Nederland, dat Finland en Frankrijk is gepasseerd en is opgeklommen naar de derde plaats. Luxemburg, Litouwen en Nederland zijn het meest vooruitgegaan sinds de editie van vorig jaar. Slovenië is het enige land dat achteruit is gegaan. Vooral op het onderdeel 'macht' is er nog vooruitgang te boeken: zo is in Europese lidstaten nog steeds maar een op de drie parlementsleden een vrouw, en ook in economische topfuncties zijn vrouwen ondervertegenwoordigd. België scoort dit jaar 72,8 op 100 en stijgt daarmee van de negende naar de achtste plaats. Vooral op het vlak van geld scoren we goed, met een tweede plaats van alle lidstaten. Wat betreft de economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen prijkt België op plaats vijf. Op het vlak van gezondheid staat ons land op plaats zestien, vooral te wijten aan slechte prestaties op het gebied van gezondheidsgedrag en slechte toegang tot gezondheidsdiensten. Sinds 2010 heeft ons land in het onderdeel "macht" de grootste verbetering gemaakt, dankzij onder meer meer gendergelijkheid bij economische besluitvorming. Toch was de progressie groter in andere lidstaten, wat ervoor zorgde dat België door veel landen werd ingehaald op de ranglijst. Zo staan we in vergelijking met tien jaar geleden een plaats lager. Sinds 2010 zijn er meer vrouwen full time aan het werk, maar ze verdienen gemiddeld nog 10 procent minder dan mannen. Ook nemen vrouwen in ons land nog steeds meer huishoudelijke taken op zich. In de politieke besluitvorming zijn vrouwen intussen wel goed vertegenwoordigd. Het EIGE spreekt verder over een 'flattening curve'wat betreft de Belgische cijfers. Zo zijn de algemene scores van België op dit moment nog hoger dan het EU-gemiddelde, maar groeien ze wel aan een trager tempo. "Europa heeft broze vooruitgang geboekt op het gebied van gendergelijkheid. Maar de COVID-19-pandemie heeft grote schade toegebracht. De economische gevolgen duren langer voor vrouwen, terwijl de levensverwachting voor mannen is gedaald", aldus Carlien Scheele, directeur van EIGE. Het instituut benadrukt dat het cruciaal is dat beleidsmakers gendergelijkheidsaangelegenheden meenemen in de gezondheids- en andere herstelmaatregelen, om voor iedereen tot de best mogelijke resultaten te komen. (Belga)