België en Nederland hebben vrijdag het contract ondertekend voor de levering van twaalf nieuwe mijnenjagers. De twee Franse bedrijven die het order binnenhaalden, zullen een groot deel van de productie in ons land uitvoeren. De ambitie is om van de vaartuigen een referentie op internationaal niveau te maken, zodat er mogelijk ook export naar andere landen in zit.

België en Nederland hebben beslist om samen zestien nieuwe vaartuigen te kopen: vier fregatten en twaalf mijnenjagers. Terwijl Nederland de leiding nam in het dossier van de fregatten, nam België het aankoopdossier van de mijnenjagers voor zijn rekening. De Franse bedrijven Naval Group en ECA-Robotics haalde enkele maanden geleden het order binnen, voor een prijs van 1,1 miljard euro.

Minister van Defensie Didier Reynders en zijn Nederlandse collega Barbara Visser benadrukken vrijdag dat er niet werd gekozen voor een eenvoudige vernieuwing van de huidige vloot. De nieuwe schepen moeten internationaal toonaangevend zijn, om de bemanning beter te beschermen, maar ook in de hoop om buitenlandse aandacht te trekken. 'De nieuwe schepen hebben drones onder water, op het water en in de lucht, om de afstand van de bemanning tot de mijn zo groot mogelijk te maken', zegt Reynders.

De Franse bedrijven bouwen in Zeebrugge een nieuwe productiesite, die achteraf ook zal instaan voor het onderhoudsprogramma van de schepen. De financiële return voor ons land wordt op 1,6 miljard euro begroot. Het eerste schip moet al in 2023 worden geleverd.

Een krappe timing, weet ook Naval Group. 'Uit ervaring weet ik dat dit zeer ingewikkelde aanbestedingen zijn', zegt ceo Hervé Guillou. 'De timing houden is zeer moeilijk.'

De Nederlandse staatssecretaris van Defensie Barbara Visser hoopt alvast andere landen te inspireren met de samenwerking. 'Een dergelijk vertrouwen tussen twee lidstaten is uniek in Europa', zegt ze. 'Ik hoop dat onze collega's in andere landen dit als voorbeeld gaan zien.'

Buitenlandse reizen onderhandelaars geen hinderpaal, vindt Reynders

Federaal informateur Didier Reynders vindt de buitenlandse reizen die verschillende onderhandelaars de komende weken maken geen hinderpaal. Dat zegt hij vrijdag in de marge van de ondertekening van het contract voor de aankoop van 12 nieuwe mijnenjagers. De informateur werkt naarstig voort, nu hij naast een topjob bij de Raad van Europa greep. Die baan was wel een zeer mooie opportuniteit, geeft hij toe.

Didier Reynders moest eind vorige maand de duimen leggen voor de functie van secretaris-generaal bij de Raad van Europa. 'De bescherming van de rechtsstaat die ik voorsta was misschien een beetje te sterk voor sommige lidstaten', zegt hij daarover. Intussen lonkt voor Reynders het premierschap of het voorzitterschap van de partij, maar daarover houdt hij de lippen stijf op elkaar. Informateurs Reynders en Johan Vande Lanotte rekenen er immers nog altijd op om voor 1 december een nieuwe federale regering op de been te kunnen brengen, volgens hen cruciaal om de begroting op de rails te houden.

Dit weekend vertrekt N-VA-voorzitter Bart De Wever naar het buitenland, voor een conferentie van burgemeesters. Geen probleem, vindt Reynders. 'We houden telefonisch contact, en ik kan verder face-to-face werken met Jan Jambon en Theo Francken.'

Op 15 juli is het dan aan collega Vande Lanotte om een week naar het buitenland te trekken. Die periode wil Reynders gebruiken om te beginnen schrijven aan een preformatienota. Het MR-kopstuk ergert zich naar eigen zeggen niet aan de nadrukkelijke koppeling van de Vlaamse formatie aan de federale, die Bart De Wever doorvoerde. 'Een goede samenwerking met de regionale formateurs was van bij het begin een van onze voornaamste doelstellingen', zegt hij. 'Dat is nog steeds het geval.'