Ook over de eigen toekomst is de Belgische bevolking minder optimistisch dan de doorsnee Europeaan: slechts 50 procent van onze landgenoten ziet die rooskleurig tegemoet tegenover een Europees gemiddelde van 58 procent.

Dat alles blijkt donderdag uit een Europese studie van de Bertelsmann Stiftung, waaraan voor ons land ook de Koning Boudewijnstichting meewerkte.

Over het algemeen heeft een meerderheid van de Europeanen een positief gevoel over de eigen toekomst, maar een negatief over de toekomst van hun land. Die 'optimismeparadox' is volgens de onderzoekers terug te vinden bij alle bevolkingsgroepen, leeftijden en landen. Ze stelden wel vast dat 16- tot 35-jarigen veel optimistischer zijn over hun land dan bijvoorbeeld 46- tot 70-jarigen. En over het algemeen geldt voor alle leeftijdsgroepen dat hoger opgeleiden optimistisch zijn over hun eigen leven, maar pessimistisch over de toekomst van hun land. Wordt er gekeken naar het geslacht van de bevraagden, dan blijken vrouwen minder optimistisch over het eigen leven dan de mannen en ook veel pessimistischer over de toekomst van hun land.

Extreemrechts en extreemlinks zijn pessimistischer

In de studie werd voorts het verband onderzocht tussen het persoonlijke en maatschappelijke pessimisme van de Europeanen en hun partijpolitieke voorkeur. En die twee zaken blijken nauw aan elkaar gelinkt. De meest pessimistische aanhangers van politieke partijen zijn veruit degenen die dicht aanleunen bij partijen uit het extreemrechtse ideologische spectrum. Aanhangers van mainstreampartijen die een centrumpositie innemen, zijn het meest optimistisch. Het enige land dat dit patroon niet volgt is Polen, waar de aanhangers van de extreemrechtse partij Recht en Rechtvaardigheid het meest optimistisch zijn en de aanhangers van de sociaalliberale Wiosnapartij het meest pessimistisch.

Wij, Belgen, volgen wel het patroon. In ons land maakt namelijk 65 procent van de aanhangers van het Vlaams Belang zich zorgen over de eigen toekomst en 78 procent heeft geen goed oog in de toekomst van België. Het meest positief over de eigen toekomst zijn de aanhangers van de SP.A (70 pct), gevolgd door die van Open VLD (67 pct) en CD&V (65 pct). Die laatste twee zien dan weer, met respectievelijk 55 en 50 procent, de toekomst van het land het rooskleurigst in, terwijl dat bij de aanhangers van SP.A slechts voor 40 procent van de ondervraagden het geval blijkt. Een interessante uitzondering is de Partij van de Arbeid in Wallonië en Brussel: het is de enige linkse partij in het onderzoek die massaal pessimisten aantrekt.

Ook over de eigen toekomst is de Belgische bevolking minder optimistisch dan de doorsnee Europeaan: slechts 50 procent van onze landgenoten ziet die rooskleurig tegemoet tegenover een Europees gemiddelde van 58 procent. Dat alles blijkt donderdag uit een Europese studie van de Bertelsmann Stiftung, waaraan voor ons land ook de Koning Boudewijnstichting meewerkte.Over het algemeen heeft een meerderheid van de Europeanen een positief gevoel over de eigen toekomst, maar een negatief over de toekomst van hun land. Die 'optimismeparadox' is volgens de onderzoekers terug te vinden bij alle bevolkingsgroepen, leeftijden en landen. Ze stelden wel vast dat 16- tot 35-jarigen veel optimistischer zijn over hun land dan bijvoorbeeld 46- tot 70-jarigen. En over het algemeen geldt voor alle leeftijdsgroepen dat hoger opgeleiden optimistisch zijn over hun eigen leven, maar pessimistisch over de toekomst van hun land. Wordt er gekeken naar het geslacht van de bevraagden, dan blijken vrouwen minder optimistisch over het eigen leven dan de mannen en ook veel pessimistischer over de toekomst van hun land. In de studie werd voorts het verband onderzocht tussen het persoonlijke en maatschappelijke pessimisme van de Europeanen en hun partijpolitieke voorkeur. En die twee zaken blijken nauw aan elkaar gelinkt. De meest pessimistische aanhangers van politieke partijen zijn veruit degenen die dicht aanleunen bij partijen uit het extreemrechtse ideologische spectrum. Aanhangers van mainstreampartijen die een centrumpositie innemen, zijn het meest optimistisch. Het enige land dat dit patroon niet volgt is Polen, waar de aanhangers van de extreemrechtse partij Recht en Rechtvaardigheid het meest optimistisch zijn en de aanhangers van de sociaalliberale Wiosnapartij het meest pessimistisch. Wij, Belgen, volgen wel het patroon. In ons land maakt namelijk 65 procent van de aanhangers van het Vlaams Belang zich zorgen over de eigen toekomst en 78 procent heeft geen goed oog in de toekomst van België. Het meest positief over de eigen toekomst zijn de aanhangers van de SP.A (70 pct), gevolgd door die van Open VLD (67 pct) en CD&V (65 pct). Die laatste twee zien dan weer, met respectievelijk 55 en 50 procent, de toekomst van het land het rooskleurigst in, terwijl dat bij de aanhangers van SP.A slechts voor 40 procent van de ondervraagden het geval blijkt. Een interessante uitzondering is de Partij van de Arbeid in Wallonië en Brussel: het is de enige linkse partij in het onderzoek die massaal pessimisten aantrekt.