Moet het politieke gild evenwichtig verdeeld zijn naar geslacht en afkomst? De onderzoekers van de UGent vroegen de respondenten om op een tienpuntenschaal aan te geven hoe belangrijk ze dat vinden. Genderevenwicht bleek een 7,4 waard en evenwicht naar afkomst een 5,8. Een diepere blik op die gemiddelden toont interessante verschillen tussen de taalgroepen, geslachten en generaties.
...

Moet het politieke gild evenwichtig verdeeld zijn naar geslacht en afkomst? De onderzoekers van de UGent vroegen de respondenten om op een tienpuntenschaal aan te geven hoe belangrijk ze dat vinden. Genderevenwicht bleek een 7,4 waard en evenwicht naar afkomst een 5,8. Een diepere blik op die gemiddelden toont interessante verschillen tussen de taalgroepen, geslachten en generaties. Zo hechten de Vlaamse jonge respondenten (18-34 jaar oud) het minst belang aan een politiek genderevenwicht (6,8). Vlaamse 65+'ers dan weer het meest (7,4). Maar daaruit mag je niet concluderen dat die jongeren onverschilliger zijn, zegt onderzoekster Sigrid Van Trappen van de UGent. 'Ze zijn opgegroeid met vrouwelijke burgemeesters, parlementsleden of ministers. Ze vinden dat vanzelfsprekender dan de oudere respondenten, voor wie dat soms nog een strijdpunt was.' Ook wat het evenwicht qua afkomst betreft, speelt leeftijd een rol: hoe jonger de kiezer, hoe belangrijker hij dat diversiteitsevenwicht vindt. Dat geldt ook voor het opleidingsniveau: hoe hoger de opleidingsgraad, hoe meer belang eraan wordt gehecht. Van Trappen: 'Dat sluit aan bij een andere bevinding uit het onderzoek. Oudere en lager opgeleide kiezers zijn vaker conservatiever en staan argwanender tegenover de 'vreemde bevolking'. En dus kent Vlaams Belang het hoogste aantal laagopgeleiden onder zijn kiezers en het kleinste aantal jonge kiezers (18-34), terwijl Groen en de SP.A beter scoren bij jongeren, die steeds meer wereldburger worden.' Het is inzichtelijk om te kijken hoeveel respondenten een nul, een vijf of een tien geven. Daaruit blijkt hoe groot de polarisatie over een bepaald thema is. De verschillen tussen gender en afkomst zijn opmerkelijk groot, zegt Van Trappen: '36 procent van de respondenten vindt de vertegenwoordiging van vrouwen 'heel belangrijk' of geeft er een hoog cijfer aan. Met andere woorden: de grote meerderheid van de kiezers hecht er belang aan.' Dat is wel anders voor de migratieachtergrond. Dat evenwicht vindt maar 15 procent 'heel belangrijk'. De respondenten staan ook opvallend vaker onverschillig tegenover diversiteit op basis van afkomst dan op basis van geslacht (19 procent versus 14 procent). 'En ook aan de onderkant, categorie nul, zien we een duidelijk onderscheid. Slechts vijf procent van de bevraagden vindt genderevenwicht niet belangrijk, tien procent denkt dat over politici met een migratieachtergrond. Die cijfers tonen aan dat er veel meer polarisering bestaat over de migratieachtergrond dan over het geslacht.' Ter verklaring van het grotere draagvlak voor genderevenwicht wijst Van Trappen onder meer naar de ongelijke aandacht die politici zelf geven aan deze kwesties. 'Eerder onderzoek heeft aangetoond dat partijvoorzitters relatief weinig belang hechten aan een evenwichtige lijst wat afkomst betreft. Zij vinden de mix tussen geslacht en leeftijd veel belangrijker.'