Sinds de hype rond #WijOverdrijvenNiet kom je op elke straathoek wel een meisje tegen dat koketteert met de nieuwste vrouwenstrijd.'Misschien zijn die jonge vrouwen wel iets op het spoor', denkt Knack-redactrice Ann Peuteman. 'En daar moeten we hen de ruimte voor geven, zonder op hun ideeën neer te kijken omdat hun gezichten nog zo jong zijn en hun boeken zo roze.'
...

Sinds de hype rond #WijOverdrijvenNiet kom je op elke straathoek wel een meisje tegen dat koketteert met de nieuwste vrouwenstrijd.'Misschien zijn die jonge vrouwen wel iets op het spoor', denkt Knack-redactrice Ann Peuteman. 'En daar moeten we hen de ruimte voor geven, zonder op hun ideeën neer te kijken omdat hun gezichten nog zo jong zijn en hun boeken zo roze.' Ik weet nog goed hoe het voelde toen ik het voor het eerst uitsprak. Na een zware deadline zat ik op café met collega's van de krant waar ik toen werkte. En toen zei ik het. Dat ik een feministe ben. Op alles was ik voorbereid: hoongelach, venijnige replieken, prikkelende tegenargumenten. Maar niets daarvan. De enige reactie die ik kreeg, was wat gegniffel en een vrouwelijke collega die zich haastte om te benadrukken dat zij niets tegen mannen had. En toen ging het alweer over iets anders. Ondertussen zijn we twintig jaar verder en kijkt niemand er nog van op als ik zeg dat ik een feministe ben. Maar nog altijd kom ik geregeld vrouwen van mijn leeftijd tegen die in de praktijk overtuigde feministes zijn maar dat het liefst in alle toonaarden ontkennen. Allemaal zijn dat vrouwen die na de tweede feministische golf volwassen zijn geworden, maar onderweg toch nog keihard tegen het glazen plafond zijn gebotst, in de loonkloof zijn gesukkeld en bij elke blijk van emotie de vraag kregen of het misschien weer die tijd van de maand was.Ik moet er dan ook een beetje aan wennen dat ik jonge vrouwen de laatste maanden te pas en te onpas hoor beweren dat ze feministe zijn. Vooral sinds de hype rond #WijOverdrijvenNiet kom je op elke straathoek wel een meisje tegen dat koketteert met de nieuwste vrouwenstrijd. En even vaak ontmoet ik een vrouw van veertig of vijftig die daar een beetje meewarig over doet. 'Die meisjes zijn twee keer nageroepen op straat en denken al dat ze het warm water kunnen uitvinden', sneerde een kennis onlangs. 'Wacht maar tot ze een promotie mislopen omdat ze kinderen willen. Dan pas zullen ze begrijpen waar vrouwen al zo lang voor strijden.' En toen begon er ook nog iemand over genitale verminking.Het was dan ook met de nodige terughoudendheid dat ik vorige week Echte vrouwen bestaan niet van de jonge blogster Yasmine Schillebeeckx begon te lezen ter voorbereiding van het debat op haar boekpresentatie. Slut shaming, cat calling, body shaming: alle mogelijke vormen van hedendaags seksisme passeerden de revue. Vlot geschreven met een heel arsenaal aan sprekende voorbeelden - daar niet van - maar waar was de strijd? Waar bleef de aanklacht tegen het patriarchaat? Waarom repte ze met geen woord over onderdrukking? Het boekje met de schreeuwerige roze kaft leek in niets op alle feministische pamfletten die ik in mijn leven al had gelezen. Kon dit ook feminisme zijn? Zo luchtig en frivool? Echt feminisme, bedoel ik?En toen was ik dus op die boekpresentatie, en daar waren opvallend meer meisjes van 25 dan op het gemiddelde evenement dat ik frequenteer. Haast allemaal combineerden ze hun zwarte jurkjes en hoge hakken met een naar eigen zeggen overtuigd feminisme. En daar werd niet om gegniffeld. Als iemand beweerde dat ze een feministe was, haastte haar buurvrouw zich niet om te benadrukken dat zij wél van mannen hield. Het was niet voor het eerst dat ik dat zag: een soort meisjesachtige zusterlijkheid waar veel ervaren feministes nog een puntje aan kunnen zuigen. Dat is dan ook een van de belangrijkste boodschappen van Schillebeeckx' boekje: dat vrouwen dringend moeten ophouden met elkaar af te breken. Vaak zijn zij de eersten om venijnige opmerkingen te geven over het lijf, de outfit, het liefdesleven of de steile carrière van een andere vrouw. Zo houden ze het nog alomtegenwoordige seksisme zelf in stand. Ben ik nu plots een grote pleitbezorgster van het nieuwe feminisme? Is het vandaag allemaal zoveel beter dan toen ik me destijds outte? Natuurlijk niet. Veel van de jonge blogsters en schrijfsters die vandaag aan de genderalarmbel trekken, zouden best wat meer aandacht mogen hebben voor de sociaaleconomische kant van de vrouwenstrijd, en van af en toe een boek van Simone De Bauvoir of Naomi Wolf lezen, zouden ze ook niet doodgaan. Maar dat neemt niet weg dat ze misschien wel iets op het spoor zijn. En daar moeten we hen de ruimte voor geven, zonder hen een bijwijlen gedateerde vorm van feminisme op te dringen. En vooral: zonder op hun ideeën neer te kijken omdat hun gezichten nog zo jong zijn en hun boeken zo roze.