Het EHJ oordeelde maandag dat de federale regering een milieueffectenbeoordeling had moeten uitvoeren toen ze in juni 2015 besliste om de oudste kerncentrales Doel 1 en 2 tien jaar langer open te houden. De BBL en Inter-Environnement Wallonie (IEW) waren naar het Grondwettelijk Hof gestapt om die beslissing ongedaan te maken. Het Grondwettelijk Hof verwees de zaak door naar het EHJ. "Net zoals het Europees Hof nu concludeert, vragen de Verdragen van Espoo en Aarhus een grensoverschrijdende milieueffectenbeoordeling en publieke inspraak bij een levensduurverlenging van kerncentrales. We verwachten nu dat het Grondwettelijk Hof het advies van het Europees Hof volgt en snel tot een uitspraak komt", zegt Van Dyck in een communiqué. Het EHJ stelde dat een milieueffectenrapportage en publieke consultatie nog kan gebeuren zonder Doel 1 en 2 stil te leggen, als het "ernstige en reële risico" bestaat dat de elektriciteitsbevoorrading wordt onderbroken. De BBL en IEW menen dat dit niet het geval is. Onduidelijk is wanneer het Grondwettelijk Hof hierover nu uitspraak zal doen, en of de centrales dus al dan niet stil komen te liggen. Maar BBL ziet de uitspraak ook als een "belangrijk signaal aan de partijen die nog nieuwe levensduurverlengingen overwegen". "De keuze om kerncentrales langer open te houden, zal niet meer kunnen bedisseld worden in de achterkamers van de politiek. Beleidsmakers zullen rekening moeten houden met mogelijke milieugevolgen en bezorgdheden van burgers. Niet alleen in België maar ook in de buurlanden, want een kernongeval houdt zich niet aan landsgrenzen", zegt Van Dyck. BBL en IEW, die de concrete juridische gevolgen van het advies nog onderzoeken, pleiten ervoor de "nucleaire bladzijde voor eens en altijd om te draaien". (Belga)