It takes two to tango. De bemiddelende koningskoppels, Reynders-Vande Lanotte, Bourgeois-Demotte, Coens-Bouchez en Dewael-Laruelle kwamen nooit verder dan een surplace, laat staan een pas-de-deux, noch op de partituur van Vivaldi, noch op de noten van Zweedse boomzagen. De federale restregering van aflopende zaken is een opgewarmd lijk maar niemand durft het kadaver ten grave te dragen. De angst voor de hel van de verkiezingen is groter dan de wil om voort te garen in het vagevuur. Het was wachten op de volgende opiniepeiling voor de politieke partijen om uit de palliatieve zorgen te komen of om naar het mortuarium gesleept te worden. Die is er nu (HLN/VTM): 28 procent voor het Vlaams Belang. De trado's SP.A, Open VLD en CD&V halen samen nauwelijks zoveel. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Angst voor de kiezer en de coronacrisis zijn nu een ideaal alibi om een noodregering uit de grond te stampen.

Bart Somers is voor de Vlaamse regering wat Kris Peeters voor de federale was.

Ondertussen is het parlement een dansende muizenkolonie. Voor elk wat wils, als de kat van huis is dansen de muizen. Met opportunistische wisselmeerderheden tussen politieke partijen worden er voortdurend wetsvoorstellen door de plenaire vergaderingen van de Kamer gejaagd. In theorie een democratische meerwaarde, maar in werkelijkheid meer uit rancune en frustratie dan uit gemeenschapsbelang. Het Vlaams Belang stemt mee met de communisten van PVDA/PTB, of de vrijzinnigen van Open VLD en PS maken van de gelegenheid gebruik om katholieken te pesten. Terwijl de enen een wetsvoorstel op de snijtafel leggen om abortus goed te keuren tot 130 dagen na de bevruchting, worden de anderen getroost met de belofte om een doodgeboren vrucht van 140 dagen te mogen inschrijven als sterrenkindje in het bevolkingsregister. De politieke paaipolitiek draait op volle toeren. Meer ideologische afrekeningen en emopolitiek met gelegenheidsargumenten dan rationeel doordacht beleid. Macht in coalitieland vraagt nochtans om relativering van het eigen gelijk. Terwijl de begrotingsput van 13,5 miljard euro nauwelijks nog te dempen is, maken toevallig gesmede parlementaire coalities hem met de week dieper. Met de kosten van de coronacrisis er bovenop wordt het een gapende bodemloze krater.

Voortschrijdend inzicht

Waren de voorzittersverkiezingen bij de diverse partijen nog een alibi voor vertraging in de regeringsvorming, nu zijn ze zelfs geen excuus meer, ze zijn enkel nog een dooddoener. Rousseau, Magnette, Bouchez en Coens zitten immers al op hun troon. Bij Groen volgt er wel nog een bijltjesdag, en Ecolo wil eerst Zakia Khattabi ten allen prijze naar het opvangtehuis voor afgedankte politici, het Grondwettelijk Hof, om er Fiene Moerman en Yasmine Kherbache te vervoegen. Het is nu enkel nog wachten op super friday van 27 Maart voor het Blauwe Fabriekje. Dan wordt de nek-aan-nekrace voor het voorzitterschap van Open VLD beslecht tussen het triumviraat van de goesting, Tommelein-Somers-Rutten, en het bleekblauwe trio Lachaert-De Croo-Van Quickenborne. De bont en blauw geklopte erfenis van roeptoeter Verhofstadt tegenover een waakvlammetje aan liberale ideologie.

Het Vlaams Belang stemt mee met de communisten van PVDA/PTB, of de vrijzinnigen van Open VLD en PS maken van de gelegenheid gebruik om katholieken te pesten.

Bij de voorzittersverkiezingen van de Open VLD moet je echter niet alleen de verkiezingen winnen tegen het establishment maar ook de telling. Hoewel Lachaert en De Croo stamboekliberalen zijn van vader op zoon, is de kandidaat van het establishment toch Bart Tommelein - onder de auspiciën van Patrick Dewael. De zelfverklaarde Oostendse Kennedy is meer marketeer, tribunespeler, verbinder en pragmaticus dan ideoloog. Pragmatisme in de politiek betekent dat je je huik naar de wind van de macht hangt, uit welke richting die ook komt. Het wordt dan meestal verkocht als voortschrijdend inzicht. Egbert Lachaert heeft al een blauwtje gelopen. Hij verloor de verkiezingen voor het voorzitterschap al eens van Gwendolyn Rutten in 2012. Het wordt nu erop of eronder voor de Merelbekenaar. In Oost-Vlaanderen wonen de meeste Open VLD-leden en in West-Vlaanderen krijgt hij de steun van Vincent Van Quickenborne. Als burgemeester van Kortrijk heeft deze ondertussen alles op orde aan de Groeningekouter en zijn libertair bloed begint terug sneller te stromen dan zijn pragmatisme.

Somers is gehersenspoeld door de Gutmenschdoctrine en het groenlinkse paardenbrildenken.

Voor Tommeleins running mate Bart Somers geldt het omgekeerde.

Op de vlucht uit Mechelen, waar hij een schuld nalaat van 293 miljoen euro en waar hij zijn meerderheid in zijn eigen schepencollege kwijt is aan de Groenen, heeft Somers een veilig onderkomen gevonden in de Vlaamse regering. Daar ontpopt hij zich meer en meer tot schaduw-minister-president van Jan Jambon. Meer oppositielid dan Mitspieler en kwelduivel van de N-VA. Somers is immers gehersenspoeld door de Gutmenschdoctrine en het groenlinkse paardenbrildenken. Wat Kris Peeters van de CD&V was in de federale Zweedse coalitie, is Somers voor de Vlaamse regentenraad. Zijn ondermijningsstrategie begon al op de dag van de ondertekening van het Vlaamse regeerakkoord.

Zoenoffer

Eventjes recapituleren. De verliezers van de verkiezingen van 26 mei, Gwendolyn Rutten (Open VLD) en Wouter Beke (CD&V), hadden in een onderling akkoord afgesproken om allebei minister te worden; de eerste zou viceminister-president en minister van Mobiliteit & Openbare Werken worden, en de tweede minister van Volksgezondheid. Als Rutten mee stapte zou Beke immers gemakkelijker zijn ministeriële ambities aan zijn morrende achterban kunnen verkopen, want hij had Koen Van den Heuvel gedumpt voor zijn eigen zitje. Hij voegde als zoenoffer voor Rutten ook nog Benjamin Dalle toe als Brussels appendixje. De haan had echter nog geen driemaal gekraaid of Rutten verloochende al haar belofte. Ze was ondertussen door Paul Magnette (PS) beloofd om de eerste vrouwelijke premier van ons Koninkrijkje te worden in een nieuwe paarsgroene federale regering. Bart Somers, pas ingezworen als minister van Inburgering en Integratie (ten koste van Zuhal Demir), mocht van Rutten dan doorschuiven naar het viceminister-presidentschap, op voorwaarde dat hij paarsgroen zou verdedigen. Somers kweet zich hartstochtelijk van deze opdracht. Amper in functie werd het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering van zijn voorganger Liesbeth Homans (N-VA) ook nog opgevuld met blauwe acolieten o.l.v. Jo De Roo, onderwijsspecialist van de Open VLD. Hij haalde de N-VA-carnavalsburgemeester van Aalst door de mangel alsof deze zelf de joodse carnavalwagens getrokken had, en hij speelt nu ook nog buitenspel op het terrein van milieuminister Zuhal Demir. Hij wil bomen en hagen planten, maar vooral een mes in haar rug.

Om niet besmet te geraken door het kibbelvirus is het hoog tijd dat Jan Jambon het Mechelse koekoeksjong uit het Vlaamse nest duwt. Er wordt straks wel een wisselbaantje gecreëerd voor Somers in de nieuwe federale coronacoalitie.

It takes two to tango. De bemiddelende koningskoppels, Reynders-Vande Lanotte, Bourgeois-Demotte, Coens-Bouchez en Dewael-Laruelle kwamen nooit verder dan een surplace, laat staan een pas-de-deux, noch op de partituur van Vivaldi, noch op de noten van Zweedse boomzagen. De federale restregering van aflopende zaken is een opgewarmd lijk maar niemand durft het kadaver ten grave te dragen. De angst voor de hel van de verkiezingen is groter dan de wil om voort te garen in het vagevuur. Het was wachten op de volgende opiniepeiling voor de politieke partijen om uit de palliatieve zorgen te komen of om naar het mortuarium gesleept te worden. Die is er nu (HLN/VTM): 28 procent voor het Vlaams Belang. De trado's SP.A, Open VLD en CD&V halen samen nauwelijks zoveel. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Angst voor de kiezer en de coronacrisis zijn nu een ideaal alibi om een noodregering uit de grond te stampen. Ondertussen is het parlement een dansende muizenkolonie. Voor elk wat wils, als de kat van huis is dansen de muizen. Met opportunistische wisselmeerderheden tussen politieke partijen worden er voortdurend wetsvoorstellen door de plenaire vergaderingen van de Kamer gejaagd. In theorie een democratische meerwaarde, maar in werkelijkheid meer uit rancune en frustratie dan uit gemeenschapsbelang. Het Vlaams Belang stemt mee met de communisten van PVDA/PTB, of de vrijzinnigen van Open VLD en PS maken van de gelegenheid gebruik om katholieken te pesten. Terwijl de enen een wetsvoorstel op de snijtafel leggen om abortus goed te keuren tot 130 dagen na de bevruchting, worden de anderen getroost met de belofte om een doodgeboren vrucht van 140 dagen te mogen inschrijven als sterrenkindje in het bevolkingsregister. De politieke paaipolitiek draait op volle toeren. Meer ideologische afrekeningen en emopolitiek met gelegenheidsargumenten dan rationeel doordacht beleid. Macht in coalitieland vraagt nochtans om relativering van het eigen gelijk. Terwijl de begrotingsput van 13,5 miljard euro nauwelijks nog te dempen is, maken toevallig gesmede parlementaire coalities hem met de week dieper. Met de kosten van de coronacrisis er bovenop wordt het een gapende bodemloze krater.Waren de voorzittersverkiezingen bij de diverse partijen nog een alibi voor vertraging in de regeringsvorming, nu zijn ze zelfs geen excuus meer, ze zijn enkel nog een dooddoener. Rousseau, Magnette, Bouchez en Coens zitten immers al op hun troon. Bij Groen volgt er wel nog een bijltjesdag, en Ecolo wil eerst Zakia Khattabi ten allen prijze naar het opvangtehuis voor afgedankte politici, het Grondwettelijk Hof, om er Fiene Moerman en Yasmine Kherbache te vervoegen. Het is nu enkel nog wachten op super friday van 27 Maart voor het Blauwe Fabriekje. Dan wordt de nek-aan-nekrace voor het voorzitterschap van Open VLD beslecht tussen het triumviraat van de goesting, Tommelein-Somers-Rutten, en het bleekblauwe trio Lachaert-De Croo-Van Quickenborne. De bont en blauw geklopte erfenis van roeptoeter Verhofstadt tegenover een waakvlammetje aan liberale ideologie. Bij de voorzittersverkiezingen van de Open VLD moet je echter niet alleen de verkiezingen winnen tegen het establishment maar ook de telling. Hoewel Lachaert en De Croo stamboekliberalen zijn van vader op zoon, is de kandidaat van het establishment toch Bart Tommelein - onder de auspiciën van Patrick Dewael. De zelfverklaarde Oostendse Kennedy is meer marketeer, tribunespeler, verbinder en pragmaticus dan ideoloog. Pragmatisme in de politiek betekent dat je je huik naar de wind van de macht hangt, uit welke richting die ook komt. Het wordt dan meestal verkocht als voortschrijdend inzicht. Egbert Lachaert heeft al een blauwtje gelopen. Hij verloor de verkiezingen voor het voorzitterschap al eens van Gwendolyn Rutten in 2012. Het wordt nu erop of eronder voor de Merelbekenaar. In Oost-Vlaanderen wonen de meeste Open VLD-leden en in West-Vlaanderen krijgt hij de steun van Vincent Van Quickenborne. Als burgemeester van Kortrijk heeft deze ondertussen alles op orde aan de Groeningekouter en zijn libertair bloed begint terug sneller te stromen dan zijn pragmatisme. Voor Tommeleins running mate Bart Somers geldt het omgekeerde.Op de vlucht uit Mechelen, waar hij een schuld nalaat van 293 miljoen euro en waar hij zijn meerderheid in zijn eigen schepencollege kwijt is aan de Groenen, heeft Somers een veilig onderkomen gevonden in de Vlaamse regering. Daar ontpopt hij zich meer en meer tot schaduw-minister-president van Jan Jambon. Meer oppositielid dan Mitspieler en kwelduivel van de N-VA. Somers is immers gehersenspoeld door de Gutmenschdoctrine en het groenlinkse paardenbrildenken. Wat Kris Peeters van de CD&V was in de federale Zweedse coalitie, is Somers voor de Vlaamse regentenraad. Zijn ondermijningsstrategie begon al op de dag van de ondertekening van het Vlaamse regeerakkoord.Eventjes recapituleren. De verliezers van de verkiezingen van 26 mei, Gwendolyn Rutten (Open VLD) en Wouter Beke (CD&V), hadden in een onderling akkoord afgesproken om allebei minister te worden; de eerste zou viceminister-president en minister van Mobiliteit & Openbare Werken worden, en de tweede minister van Volksgezondheid. Als Rutten mee stapte zou Beke immers gemakkelijker zijn ministeriële ambities aan zijn morrende achterban kunnen verkopen, want hij had Koen Van den Heuvel gedumpt voor zijn eigen zitje. Hij voegde als zoenoffer voor Rutten ook nog Benjamin Dalle toe als Brussels appendixje. De haan had echter nog geen driemaal gekraaid of Rutten verloochende al haar belofte. Ze was ondertussen door Paul Magnette (PS) beloofd om de eerste vrouwelijke premier van ons Koninkrijkje te worden in een nieuwe paarsgroene federale regering. Bart Somers, pas ingezworen als minister van Inburgering en Integratie (ten koste van Zuhal Demir), mocht van Rutten dan doorschuiven naar het viceminister-presidentschap, op voorwaarde dat hij paarsgroen zou verdedigen. Somers kweet zich hartstochtelijk van deze opdracht. Amper in functie werd het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering van zijn voorganger Liesbeth Homans (N-VA) ook nog opgevuld met blauwe acolieten o.l.v. Jo De Roo, onderwijsspecialist van de Open VLD. Hij haalde de N-VA-carnavalsburgemeester van Aalst door de mangel alsof deze zelf de joodse carnavalwagens getrokken had, en hij speelt nu ook nog buitenspel op het terrein van milieuminister Zuhal Demir. Hij wil bomen en hagen planten, maar vooral een mes in haar rug.Om niet besmet te geraken door het kibbelvirus is het hoog tijd dat Jan Jambon het Mechelse koekoeksjong uit het Vlaamse nest duwt. Er wordt straks wel een wisselbaantje gecreëerd voor Somers in de nieuwe federale coronacoalitie.