Toen ik als burgemeester de vraag kreeg of de stad Antwerpen ondersteuning wilde geven aan een biografie van mijn illustere voorganger Frans Van Cauwelaert, heb ik geen seconde getwijfeld om daarop in te gaan. In mijn kantoor kijkt Frans Van Cauwelaert elke dag op mij neer, vanaf het canvas dat Isidoor Opsomer op voortreffelijke wijze van zijn portret heeft voorzien. Het is een dagelijkse aanmoediging om mijn best te doen voor deze stad en voor het Vlaamse land.
...

Toen ik als burgemeester de vraag kreeg of de stad Antwerpen ondersteuning wilde geven aan een biografie van mijn illustere voorganger Frans Van Cauwelaert, heb ik geen seconde getwijfeld om daarop in te gaan. In mijn kantoor kijkt Frans Van Cauwelaert elke dag op mij neer, vanaf het canvas dat Isidoor Opsomer op voortreffelijke wijze van zijn portret heeft voorzien. Het is een dagelijkse aanmoediging om mijn best te doen voor deze stad en voor het Vlaamse land. Ik heb zo mogelijk nog minder lang getwijfeld toen ik als bescheiden historicus de vraag kreeg om hier een inleidend woord te spreken voor mijn oude magister Lode Wils. Het is een eer u op het stadhuis te mogen ontvangen. Frans Van Cauwelaert leefde in een tijd waarin de Vlaamse Beweging zich op een scharnierpunt in haar ontwikkeling bevond, net zoals vandaag. Na de stemrechtuitbreiding van 1848 begon een nieuwe, Vlaamse middenklasse haar rechten op te eisen in een politiek bestel dat nog grotendeels door de hoge burgerij en adel werd gedomineerd. De Vlaamse Beweging groeide van een bescheiden cultuurbeweging uit tot een mobilisatiekanaal van een sociaal ambitieuze, nieuwe burgerij die zich verzette tegen de blokkering die zij ervoer. Blocked mobility - het idee dat je geblokkeerd bent in je sociale mobiliteit omdat je bent wie je bent - is de krachtigste motor van iedere nationale of emancipatorische beweging. Aanvankelijk was er bij de Vlaamsgezinden optimisme over de mogelijkheid om België om te vormen tot een land waarin zij gelijke rechten zouden genieten. Tegen die achtergrond schreef Hendrik Conscience in 1838 De Leeuw van Vlaanderen. Dertig jaar later echter, klonk zijn bittere teleurstelling in het Belgische gezag duidelijk door in De Kerels van Vlaanderen (1871). De auteur voelde aan dat de Belgische natie op termijn onhoudbaar zou worden, wat hem als goede vaderlander bijzonder ontgoochelde. In die periode speelde Antwerpen een centrale rol. Tussen 1862 en 1872 domineerde de Meetingpartij de Antwerpse politiek. Ontstaan uit frustratie over de manier waarop Leopold I en de Belgische regering de eisen van de Vlaamse middenklasse negeerden, verenigde de partij een brede coalitie van Vlaamsgezinden, liberalen en katholieken. Een van de kernideeën van de Meetingpartij, het verzet tegen de peperdure en militair waardeloze Brialmontvesten en de fortengordel, zou overigens zeer terecht blijken. Men had bij de constructie immers geen rekening gehouden met de veel sterkere artillerie van de 20e eeuw. De fortengordel bleek uiteindelijk helemaal geen partij voor het Duitse geschut. Niemand anders dan Winston Churchill had er nochtans in geloofd en presenteerde zich in 1914 in Antwerpen in de hoop de Duitse opmars te stuiten. Na een kort verblijf stuurde hij een kort telegram naar Londen waarvan de lectuur me tot vandaag nog rillingen geeft: 'Antwerp is finished.'De Meetingpartij had de forten dan wel niet kunnen tegenhouden, maar eenmaal aan de macht in de stad begon ze wel met het vernederlandsen van het bestuur. In 1863 legde voor het eerst een volksvertegenwoordiger, Jan de Laet, namens de Meetingpartij in het Belgische parlement de eed af in het Nederlands. Een kwarteeuw later hield Edward Coremans er voor het eerst een redevoering in het Nederlands. Op 27 augustus 1866 besliste de gemeenteraad enkel nog het Nederlands als officiële taal van 't Stad te gebruiken. Gemeenteraadsleden en loketbedienden zouden in functie voortaan enkel Nederlands spreken. Daarmee werd een proces in gang gezet dat uiteindelijk - zij het niet zonder slag of stoot - tot de volledige vernederlandsing van de administratie zou leiden. Op nationaal vlak volgde in 1893 de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht dat de volledige Vlaamse volksmassa zou betrekken in de Belgische democratie en dat daardoor - naar het goede woord van Herman Van Goethem - de barst in België zou blootleggen.Op dat moment steekt een piepjonge Frans Van Cauwelaert zijn neus aan het venster. In een mooie passage beschrijft Lode Wils hoe de jonge snaak in de zomer van 1897 naar Lier trekt voor zijn 'Vlaamse vuurdoop' op een massale betoging voor de Gelijkheidswet. Die wet (De Vriendt-Coremans) moest het Nederlands naast het Frans tot officiële taal van de wetgeving verheffen. Het wetsontwerp was door de Kamer van Volksvertegenwoordigers zonder problemen aangenomen na de invoering van het meervoudig algemeen stemrecht. Echter, 38 van de 39 Waalse senatoren stemden tegen, waarna het voorstel geamendeerd werd. Bij twijfel of onenigheid zou de Nederlandse tekst enkel de waarde van een vertaling hebben. Ondanks die toegeving spanden de flaminganten een jaar lang hun krachten in om via meetings en betogingen het volk wakker te schudden en de politici onder druk te zetten. Uiteindelijk werd de gelijkheidswet in 1898 goedgekeurd. In 1910 volgde Van Cauwelaert Coremans op in het parlement, waar hij met zijn dertig jaar de jongste volksvertegenwoordiger was. Samen met de liberaal Louis Franck en de socialist Camille Huysmans vormde hij de 'drie kraaiende hanen' die over de partijgrenzen heen de Vlaamse zaak zouden verdedigen. Belangrijk strijdpunt was de eis voor een Nederlandstalige universiteit. In 1911 dienden de 'drie kraaiende hanen' hiervoor een wetsvoorstel in, maar het zou pas in 1914 aan bod komen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Opnieuw was het verzet van de Franstaligen zeer groot, waardoor de radicalisering in de Vlaamse Beweging verder werd aangemoedigd. Een klein deel zou tijdens WO I voor het eerst actief uit het Belgische legalisme treden en via het activisme steun zoeken bij de Duitse bezetter. In 1922 werd een wetsvoorstel van Van Cauwelaert tot vernederlandsing van de Gentse rijksuniversiteit nipt goedgekeurd. De senaat schoot het voorstel echter af, mede onder invloed van de koning. In de wallin-gantisch-koninklijke visie was immers alleen Wallonië eentalig, en Vlaanderen tweetalig. Er werden allerlei amendementen ingediend die niet tot een vernederlandsing maar tot een verdubbeling van de universiteit zouden leiden. Op de pagina's van de door Van Cauwelaert nog mee opgerichte De Standaard (toen nog een Vlaamsgezinde krant) werd er luid geprotesteerd tegen het uitblijven van een oplossing voor Gent. In een open brief aan de koning in De Standaard van 6 januari 1924, waarschuwde Van Cauwelaert dat de Belgische gedachte in de Vlaamse harten stilaan maar gestaag uitdoofde door de miskenning van de gelijke rechten van de Vlamingen. Een verkiezingsoverwinning van de Vlaams-nationalisten zorgde ervoor dat er in 1930 eindelijk een werkelijk Nederlandstalige universiteit zou komen. De Franstalige elite die in 1830 de Belgische democratie uitmaakte en die het land naar haar zelfbeeld definieerde, had de intussen onherstelbare fout gemaakt België niet op te vatten als een res publica waarin ze met de Nederlandstaligen gemene zaak moest maken. De vrijheid van taal bleef voor hen de vrijheid om geen Nederlands te hoeven leren of spreken. De angst voor demografische minorisering dreef hen zelfs naar de opvatting van België als een natie die hen daarvoor moest afschermen. In hun ideaalbeeld bleef Wallonië eentalig en Vlaanderen tweetalig. De onwil van de elite om tijdig en ten gronde hervormingen te aanvaarden, leidde in het begin van de twintigste eeuw tot een radicalisering van een deel van de Vlaamse Beweging van hervormingsgezinde Vlaamsgezinden tot Vlaams-nationalisten. Terwijl Frans Van Cauwelaert tijdens het interbellum geleidelijk succes boekte met zijn zogeheten minimumprogramma, werd hij verguisd door de zogenaamde maximalisten die de Vlaamse Beweging niet meer opvatten als drager van een subnatie binnen België, maar als drager van een Vlaamse natie tegen België. Tijdens de Twee Wereldoorlog vluchtte Van Cauwelaert naar New York. Na zijn terugkeer trachtte hij - net zoals na de Eerste Wereldoorlog - de repressie tegen de Vlaams-nationalisten te beperken. Hij zetelde uiteindelijk tot 1954 als Kamervoorzitter, maar tegen dan was zijn rol binnen de Vlaamse Beweging grotendeels uitgespeeld. Twee maanden na de verkiezingscampagne van 1961 overleed Frans Van Cauwelaert. Voor de stad Antwerpen was Frans van Cauwelaert van uitzonderlijk groot belang. Het is dankzij hem en dankzij de inspanningen van Coremans en de Meetingpartij voor hem, dat de vernederlandsing van het openbare leven in Antwerpen gerealiseerd is. Ook nationaal speelde Van Cauwelaert een cruciale rol. Tijdens de tussenoorlogse periode heeft hij de vernederlandsing van het onderwijs, het bestuur, het gerecht en het leger in Vlaanderen doorgedrukt. Zo heeft hij de voorwaarden geschapen waarin Vlaanderen zijn culturele, politieke en economische achterstand kon inhalen. De traditionele Vlaamse Beweging zoals Van Cauwelaert die opvatte, bereikte uiteindelijk al zijn doelstellingen en zou vanaf de jaren 1970 stilaan verdwijnen. Wat vandaag nog overblijft, is het Vlaams-nationalisme en het vraagstuk of en hoe dit land uiteindelijk in de 21e eeuw zal verder bestaan. Tot slot nog dit. Frans Van Cauwelaert heeft in zijn rol als burgemeester van Antwerpen, tussen 1921 en 1932, de basis gelegd van het mystieke rooms-rode huwelijk tussen katholieken en socialisten. Dat zou uiteindelijk voor 80 jaar deze stad domineren, zij het dan met de socialisten en niet de katholieken als dominante partner. Pas in 2012 kwam hieraan een einde en werd een Vlaams-nationalist tot burgemeester verkozen. De geschiedenis is nooit voorbij.