In mei 1925 kon men in het Brughs Handelsblad lezen : 'Een echte wanklank in een harmonisch geheel, iets zwaarmoedigs te midden van de algemene vreedzame levenslust'. Het ging om een nieuwe woning annex dokterspraktijk gebouwd door de architect Huib Hoste (1881-1957) in opdracht van de plaatselijke arts dr. Reimond de Beir (1879-1945). Die was een overtuig(en)d flamingant en had connecties met heel wat markante figuren uit de Vlaamse beweging wat ook het geval was met Huib Hoste, de gedreven modernist die al wat opdrachten op zijn palmares kon schrijven, ook in Nederland waar hij tijdens de oorlogsjaren verbleef. Hij ijverde voor zuivere vormen met een osmose tussen buiten- en binnenarchitectuur en was betrokken bij de wederopbouw van in de Eerste Wereldoorlog verwoeste steden en dorpen, de "verwoeste gewesten" Zo ontwerp hij een tuinwijk in Zelzate die beroemd en berucht werd als "klein Rusland" en voor Zonnebeke bouwde hij de eerste moderne kerk in West-Vlaanderen.

Dat Hoste het huis van De Beir mocht ontwerpen dankte hij aan een lange vriendschap met de bouwheer, hun gezamenlijke Vlaamse strijd en ook aan hun wederzijdse liefde voor de nieuwe kunstvormen, het modernisme. Het grondperceel lag aan de Dumortierlaan, de weg die liep van het station naar de zeedijk van Knokke en die toen nog bebouwd was met traditionele, nietszeggende huizen, kleinere hotels en winkels. Bovendien leunde het aan de dan nog aanwezige duinen. Hoste ontwierp een gebouw op basis van geometrische patronen en maakte gebruik van beton om de kosten te drukken. Zowel bij de binnen- als de buitenkant is die geometrie toegepast door de vorm en plaatsing van de ramen zodat een consequent geheel ontstond. Hoste liet de voor- en zijgevel in bitumenzwart schilderen en de onderzijde in oranjerood. Zo werd de woning als een modernistische sculptuur die vanzelfsprekend contrasteerde met de kleinburgerlijke architectuur van de overige huizen.

Veel zorg besteedde de architect ook aan de binnenstructuur waarbij hij geen details over het hoofd zag. Met de modernistische schilder Victor Servranckx plande hij muurschilderingen in het interieur maar dat strandde op het veto van de echtgenote van de arts die niet zo gewonnen was voor al die moderniteit. Exit dus Servranckx, jammer genoeg want de voorbereidende tekeningen wijzen er op dat hij de binnenarchitectuur kon valoriseren. Ook het meubilair dat Hoste ontwierp, en waar nog foto's van bestaan werd helaas niet gerealiseerd.

Na het overlijden van dr. Lebeir werd het pand aan zijn lot overgelaten en ging het in verval. Gelukkig werd het opgekocht door een kunstminnende liefhebber die het volledig liet restaureren maar het niet bewoonde.

Via via kwam de kunsthandelaar Ronny Van de Velde, die ook in Knokke een galerie had geopend, in contact met de nieuwe eigenaar en kon het pand voorlopig voor een jaar huren. Hij organiseerde er, als eerste tentoonstelling, een schitterend ensemble van doorgaans minder bekende werken van kunstenaars die picturaal aansloten bij de principes en opvattingen van Hoste.

Het is een schat geworden van schilders en beeldhouwers die in het interbellum wat verweesd buiten de toen geldende kunstnormen vielen door de krachtige aanwezigheid van de Vlaamse expressionisten die sterk in de kijker werden gezet door wijlen prof. André De Ridder die in de artistieke wereld een grote invloed heeft gehad. Zo bleven de avant-gardisten in België een marginaal verschijnsel. De abstracten zoals ze werden genoemd zouden moeten wachten tot na de tweede wereldoorlog om op hun merites te worden beoordeeld. Terzijde, de Antwerpse apostel van die abstracte kunst, Jozef Peeters werd als een vedette binnengehaald in de naoorlogse avant-garde groep G.58 als volwaardig lid nadat hij in het interbellum als gek werd beschouwd.

Vandaag, en met de kunsthistorische kennis die we nu hebben, kunnen we beter inschatten hoe groot de rol van deze voorlopers is geweest en wat ze hebben betekend voor de verdere ontwikkeling van de hedendaagse kunst. Daarom plant Van de Velde in de nabije toekomst een reeks tentoonstellingen in het Zwart Huis die daar op inspelen met solo-exposities van Amédée Cortier (1921-1976), Willy De Sauter (1938) en Boy & Erik Stappaerts (1969).

Telkens verschijnt er ook een publicatie waarvan die van de recente expo een model is met schitterende architectuurfoto's van het Zwart Huis en zijn interieur door Karin Borghouts die daarmee niet aan haar proefstuk is. Ze manifesteert zich al decennia als fotografe die iets heeft met gebouwen en stedelijke monumenten en dat maakt haar buitengewoon in de actuele Belgische fotowereld.

Tentoonstelling, Vanaf 19 mei "Amédée Cortier in huis Hoste" (tot 22 juli).

In mei 1925 kon men in het Brughs Handelsblad lezen : 'Een echte wanklank in een harmonisch geheel, iets zwaarmoedigs te midden van de algemene vreedzame levenslust'. Het ging om een nieuwe woning annex dokterspraktijk gebouwd door de architect Huib Hoste (1881-1957) in opdracht van de plaatselijke arts dr. Reimond de Beir (1879-1945). Die was een overtuig(en)d flamingant en had connecties met heel wat markante figuren uit de Vlaamse beweging wat ook het geval was met Huib Hoste, de gedreven modernist die al wat opdrachten op zijn palmares kon schrijven, ook in Nederland waar hij tijdens de oorlogsjaren verbleef. Hij ijverde voor zuivere vormen met een osmose tussen buiten- en binnenarchitectuur en was betrokken bij de wederopbouw van in de Eerste Wereldoorlog verwoeste steden en dorpen, de "verwoeste gewesten" Zo ontwerp hij een tuinwijk in Zelzate die beroemd en berucht werd als "klein Rusland" en voor Zonnebeke bouwde hij de eerste moderne kerk in West-Vlaanderen.Dat Hoste het huis van De Beir mocht ontwerpen dankte hij aan een lange vriendschap met de bouwheer, hun gezamenlijke Vlaamse strijd en ook aan hun wederzijdse liefde voor de nieuwe kunstvormen, het modernisme. Het grondperceel lag aan de Dumortierlaan, de weg die liep van het station naar de zeedijk van Knokke en die toen nog bebouwd was met traditionele, nietszeggende huizen, kleinere hotels en winkels. Bovendien leunde het aan de dan nog aanwezige duinen. Hoste ontwierp een gebouw op basis van geometrische patronen en maakte gebruik van beton om de kosten te drukken. Zowel bij de binnen- als de buitenkant is die geometrie toegepast door de vorm en plaatsing van de ramen zodat een consequent geheel ontstond. Hoste liet de voor- en zijgevel in bitumenzwart schilderen en de onderzijde in oranjerood. Zo werd de woning als een modernistische sculptuur die vanzelfsprekend contrasteerde met de kleinburgerlijke architectuur van de overige huizen. Veel zorg besteedde de architect ook aan de binnenstructuur waarbij hij geen details over het hoofd zag. Met de modernistische schilder Victor Servranckx plande hij muurschilderingen in het interieur maar dat strandde op het veto van de echtgenote van de arts die niet zo gewonnen was voor al die moderniteit. Exit dus Servranckx, jammer genoeg want de voorbereidende tekeningen wijzen er op dat hij de binnenarchitectuur kon valoriseren. Ook het meubilair dat Hoste ontwierp, en waar nog foto's van bestaan werd helaas niet gerealiseerd.Na het overlijden van dr. Lebeir werd het pand aan zijn lot overgelaten en ging het in verval. Gelukkig werd het opgekocht door een kunstminnende liefhebber die het volledig liet restaureren maar het niet bewoonde. Via via kwam de kunsthandelaar Ronny Van de Velde, die ook in Knokke een galerie had geopend, in contact met de nieuwe eigenaar en kon het pand voorlopig voor een jaar huren. Hij organiseerde er, als eerste tentoonstelling, een schitterend ensemble van doorgaans minder bekende werken van kunstenaars die picturaal aansloten bij de principes en opvattingen van Hoste. Het is een schat geworden van schilders en beeldhouwers die in het interbellum wat verweesd buiten de toen geldende kunstnormen vielen door de krachtige aanwezigheid van de Vlaamse expressionisten die sterk in de kijker werden gezet door wijlen prof. André De Ridder die in de artistieke wereld een grote invloed heeft gehad. Zo bleven de avant-gardisten in België een marginaal verschijnsel. De abstracten zoals ze werden genoemd zouden moeten wachten tot na de tweede wereldoorlog om op hun merites te worden beoordeeld. Terzijde, de Antwerpse apostel van die abstracte kunst, Jozef Peeters werd als een vedette binnengehaald in de naoorlogse avant-garde groep G.58 als volwaardig lid nadat hij in het interbellum als gek werd beschouwd.Vandaag, en met de kunsthistorische kennis die we nu hebben, kunnen we beter inschatten hoe groot de rol van deze voorlopers is geweest en wat ze hebben betekend voor de verdere ontwikkeling van de hedendaagse kunst. Daarom plant Van de Velde in de nabije toekomst een reeks tentoonstellingen in het Zwart Huis die daar op inspelen met solo-exposities van Amédée Cortier (1921-1976), Willy De Sauter (1938) en Boy & Erik Stappaerts (1969).Telkens verschijnt er ook een publicatie waarvan die van de recente expo een model is met schitterende architectuurfoto's van het Zwart Huis en zijn interieur door Karin Borghouts die daarmee niet aan haar proefstuk is. Ze manifesteert zich al decennia als fotografe die iets heeft met gebouwen en stedelijke monumenten en dat maakt haar buitengewoon in de actuele Belgische fotowereld.Tentoonstelling, Vanaf 19 mei "Amédée Cortier in huis Hoste" (tot 22 juli).