Op het hoogtepunt, in augustus 2014, zaten er ongeveer 220 kinderen in de gesloten Australische asielcentra op de eilandjes Nauru en Manus in de Stille Oceaan. Onder druk van een grote protestcampagne in Australië, 'Kids off Nauru', begon de conservatieve regering in Canberra vorig jaar alle kinderen te evacueren van Nauru. Eerder zou dat al in Manus gebeurd zijn. Eerste minister Scott Morrison, die in augustus aan de macht kwam, toen er nog 109 kinderen verbleven op Nauru, maakte zondag van de gelegenheid gebruik om het Australische beleid te bewieroken. "We hebben kinderen behandeld met mededogen, zonder onze strenge grensbeveiliging in gedrang te brengen. De balans is juist." Toch leek de evacuatie van kinderen in Nauru pas echt in een stroomversnelling te komen nadat de conservatieve partij in november vorig jaar een cruciale zetel had verloren in het parlement aan een onafhankelijke kandidaat, Kerryn Phelps. Het weghalen van kinderen in Nauru was een speerpunt van de campagne van Phelps, zelf een arts. Morrison haalde zondag ook uit naar oppositiepartij Labor, omdat die in 2012 startte met het plaatsen van kinderen in de detentiecentra op de eilanden Nauru en Manus. Morrison, in het recente verleden minister van Immigratie, is nochtans zelf nog verantwoordelijk geweest voor de detentie van vluchtelingen en andere migranten die Australië bereikten per boot. In december klaagde ngo Artsen zonder Grenzen nog aan dat de meerderheid van zij die vast zitten op Nauru lijden aan "onmenselijk" hoge niveaus van geestelijke problemen. Een derde van de patiënten zou al een zelfmoordpoging ondernomen hebben, kinderen van negen jaar inbegrepen. Sinds 2012 heeft Canberra als beleid om vluchtelingen en andere migranten die het Australische grondgebied per boot bereiken vast te houden op Manus en Nauru. Eerst gebeurde dat in gesloten centra, maar na verloop van tijd kregen de asielzoekers meer bewegingsvrijheid, al mochten ze de kleine eilanden niet verlaten. Het beleid krijgt internationaal veel kritiek. (Belga)