Spelende kinderen ontdekten het levenloze lichaam op 28 mei 1996 in het Staatsbos in De Haan. Het slachtoffer lag op zijn rug toen hij enkele dagen eerder vanop enkele centimeters afgemaakt werd met twee kogels in het linkeroog en in de linkerslaap. Marcus Mitchell kon snel geïdentificeerd worden doordat zijn vrouw hem als vermist had opgegeven. Vreemd genoeg waren zijn persoonlijke documenten ondertussen al teruggevonden op het strand van Lymington, tegenover het Britse eiland Wight. In de spullen van de Brit vonden de speurders ook een huurcontract voor een studio in Knokke-Heist. De avond van 23 mei werd hij door de verantwoordelijke van het agentschap voor het laatst gezien in de buurt van het appartementsgebouw. Zijn echtgenote verklaarde dan weer dat Mitchell als zakenman in vliegtuigelektronica sinds enkele maanden vaak contact had met een zekere 'John', die hij in Sarajevo had leren kennen. Na de verdwijning van Mitchell telefoneerde zijn echtgenote meermaals met John en met zijn vriendin, een zekere 'Hilde'. Op basis van die informatie werden Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker op 2 juni opgepakt op de luchthaven van Charleroi. Ze stonden op het punt om met een privévliegtuig naar Parijs te vliegen. Op het moment van hun arrestatie waren de beschuldigden in het bezit van omgerekend bijna 17.500 euro. Lacote leefde toen onder de naam Jean-Alain Aubray, naar eigen zeggen door zijn rol als informant voor de BOB van Namen. Beide beschuldigden ontkenden elke betrokkenheid bij de dood van Mitchell en werden enkele maanden later vrijgelaten. Uit het onderzoek bleek ondertussen dat Lacote en Van Acker in meerdere oplichtingszaken verwikkeld waren. Zo zaten ze in 1995 allebei al een tijdje in een Engelse gevangenis. Een Duitser werd kort voor de moord zelfs een miljoen Duitse mark lichter gemaakt. Volgens het openbaar ministerie besefte ook Marcus Mitchell dat hij was opgelicht en eiste hij daarom het geld van zijn geldschieters terug. De contacten tussen Mitchell en de beschuldigden hadden te maken met wapenhandel. In dat kader zouden ze elkaar drie dagen voor de moord ook ontmoet hebben in Tunesië. Volgens Lacote was daar toen ook een zekere 'Ali' uit Libië bij aanwezig. Aan de BOB van Namen vertelde de beschuldigde bijna onmiddellijk dat 'de Libiërs' wellicht betrokken waren bij de dood van Mitchell. Naar eigen zeggen hadden ze de dag na de feiten op het eiland Wight een nieuwe afspraak met Ali, die kwaad was omdat Mitchell niet kwam opdagen. Van Acker zat in 1999 nog eens drie maanden in de cel, maar daarna bleef het koppel jarenlang uit handen van het Belgische gerecht. Lacote belandde in 2007 in Zuid-Afrika nog in de cel in een ontvoeringszaak, maar kon met de hulp van twee valse agenten ontsnappen. Mogelijk had ook zijn echtgenote zich als agente vermomd. Ondertussen zag het openbaar ministerie voldoende elementen om Lacote en Van Acker voor het hof van assisen te brengen. Zo werd aangetoond dat Lacote op de dag van de feiten telefonisch voortdurend in contact stond met het slachtoffer. Bovendien had hij eerder die dag een pistool gekocht van hetzelfde kaliber als het moordwapen. Van Acker werd op basis van de robotfoto door meerdere getuigen herkend als de vrouw die op 23 mei samen met Mitchell gespot werd in Knokke. Op 15 december 2011 werden Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker bij verstek tot levenslange opsluiting veroordeeld voor de moord op Marcus Mitchell. Jean-Claude Lacote werd uiteindelijk op 20 november 2019 ingerekend in Abidjan, zijn ex-vrouw werd de volgende ochtend in dezelfde Ivoriaanse stad gearresteerd. Na hun uitlevering tekenden ze allebei verzet aan tegen hun veroordeling, waardoor ze recht hebben op een nieuw proces. In dat kader werd in september 2020 al een preliminaire zitting gehouden. In principe zou het eigenlijke proces eind november al plaatsvinden, maar de coronabeperkingen staken daar een stokje voor. Het proces start om 9 uur met de voorlezing van de lijvige akte van beschuldiging door openbaar aanklager Yves Segaert-Vanden Bussche. Daarna zullen de advocaten van beide beschuldigden nog een akte van verdediging voorlezen. Lacote en Van Acker zullen op maandagochtend 8 maart verhoord worden door voorzitter Bart Meganck. Daarna komen tot en met maandag 15 maart in totaal 51 getuigen aan het woord. De uitspraak wordt op woensdag 17 maart verwacht. (Belga)

Spelende kinderen ontdekten het levenloze lichaam op 28 mei 1996 in het Staatsbos in De Haan. Het slachtoffer lag op zijn rug toen hij enkele dagen eerder vanop enkele centimeters afgemaakt werd met twee kogels in het linkeroog en in de linkerslaap. Marcus Mitchell kon snel geïdentificeerd worden doordat zijn vrouw hem als vermist had opgegeven. Vreemd genoeg waren zijn persoonlijke documenten ondertussen al teruggevonden op het strand van Lymington, tegenover het Britse eiland Wight. In de spullen van de Brit vonden de speurders ook een huurcontract voor een studio in Knokke-Heist. De avond van 23 mei werd hij door de verantwoordelijke van het agentschap voor het laatst gezien in de buurt van het appartementsgebouw. Zijn echtgenote verklaarde dan weer dat Mitchell als zakenman in vliegtuigelektronica sinds enkele maanden vaak contact had met een zekere 'John', die hij in Sarajevo had leren kennen. Na de verdwijning van Mitchell telefoneerde zijn echtgenote meermaals met John en met zijn vriendin, een zekere 'Hilde'. Op basis van die informatie werden Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker op 2 juni opgepakt op de luchthaven van Charleroi. Ze stonden op het punt om met een privévliegtuig naar Parijs te vliegen. Op het moment van hun arrestatie waren de beschuldigden in het bezit van omgerekend bijna 17.500 euro. Lacote leefde toen onder de naam Jean-Alain Aubray, naar eigen zeggen door zijn rol als informant voor de BOB van Namen. Beide beschuldigden ontkenden elke betrokkenheid bij de dood van Mitchell en werden enkele maanden later vrijgelaten. Uit het onderzoek bleek ondertussen dat Lacote en Van Acker in meerdere oplichtingszaken verwikkeld waren. Zo zaten ze in 1995 allebei al een tijdje in een Engelse gevangenis. Een Duitser werd kort voor de moord zelfs een miljoen Duitse mark lichter gemaakt. Volgens het openbaar ministerie besefte ook Marcus Mitchell dat hij was opgelicht en eiste hij daarom het geld van zijn geldschieters terug. De contacten tussen Mitchell en de beschuldigden hadden te maken met wapenhandel. In dat kader zouden ze elkaar drie dagen voor de moord ook ontmoet hebben in Tunesië. Volgens Lacote was daar toen ook een zekere 'Ali' uit Libië bij aanwezig. Aan de BOB van Namen vertelde de beschuldigde bijna onmiddellijk dat 'de Libiërs' wellicht betrokken waren bij de dood van Mitchell. Naar eigen zeggen hadden ze de dag na de feiten op het eiland Wight een nieuwe afspraak met Ali, die kwaad was omdat Mitchell niet kwam opdagen. Van Acker zat in 1999 nog eens drie maanden in de cel, maar daarna bleef het koppel jarenlang uit handen van het Belgische gerecht. Lacote belandde in 2007 in Zuid-Afrika nog in de cel in een ontvoeringszaak, maar kon met de hulp van twee valse agenten ontsnappen. Mogelijk had ook zijn echtgenote zich als agente vermomd. Ondertussen zag het openbaar ministerie voldoende elementen om Lacote en Van Acker voor het hof van assisen te brengen. Zo werd aangetoond dat Lacote op de dag van de feiten telefonisch voortdurend in contact stond met het slachtoffer. Bovendien had hij eerder die dag een pistool gekocht van hetzelfde kaliber als het moordwapen. Van Acker werd op basis van de robotfoto door meerdere getuigen herkend als de vrouw die op 23 mei samen met Mitchell gespot werd in Knokke. Op 15 december 2011 werden Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker bij verstek tot levenslange opsluiting veroordeeld voor de moord op Marcus Mitchell. Jean-Claude Lacote werd uiteindelijk op 20 november 2019 ingerekend in Abidjan, zijn ex-vrouw werd de volgende ochtend in dezelfde Ivoriaanse stad gearresteerd. Na hun uitlevering tekenden ze allebei verzet aan tegen hun veroordeling, waardoor ze recht hebben op een nieuw proces. In dat kader werd in september 2020 al een preliminaire zitting gehouden. In principe zou het eigenlijke proces eind november al plaatsvinden, maar de coronabeperkingen staken daar een stokje voor. Het proces start om 9 uur met de voorlezing van de lijvige akte van beschuldiging door openbaar aanklager Yves Segaert-Vanden Bussche. Daarna zullen de advocaten van beide beschuldigden nog een akte van verdediging voorlezen. Lacote en Van Acker zullen op maandagochtend 8 maart verhoord worden door voorzitter Bart Meganck. Daarna komen tot en met maandag 15 maart in totaal 51 getuigen aan het woord. De uitspraak wordt op woensdag 17 maart verwacht. (Belga)