Vandereyt werd op 2 december 2018 rond 3.30 uur in Aarschot neergestoken door zijn (ex-)vriendin Kristel Appelt en de vader van haar kinderen Björn De Candt. Appelt en Vandereyt, die een heel gewelddadige relatie hadden tot op het moment van de feiten, waren toen al een dag lang aan het ruziën en uitdagen via sms en telefoon. Maandag in de voormiddag hadden openbaar ministerie en de burgerlijke partijen, met de voorkennis van het eerdere proces in februari, hun pleidooien al voorbereid op uitlokking. Zo werd er gehamerd op de voorwaarde van proportionaliteit: juridische uitlokking bestaat er volgens hen pas in wanneer de dader geweld stelt dat proportioneel is met het geweld dat tegen hem/haar gesteld wordt. De vijftien messteken die Appelt en De Candt toebrachten aan het slachtoffer waren volgens hen dan ook niet proportioneel met de slag en stamp(en) die Vandereyt had uitgedeeld. De verdediging was het echter oneens. Meester De Man, advocaat van beschuldigde Appelt, citeerde rechtsleer die stelde dat iemand die eenmaal geprovoceerd of uitgelokt is, minder in staat is om de gevolgen van zijn/haar daden in te schatten. Hij concludeerde dat het geweld dat Vandereyt eerst aan Kristel Appelt aandeed, genoeg was om te kunnen spreken van uitlokking. Naast juridische spilpunten, draaiden de pleidooien ook over de mensen achter de daden. Meester Philip Daeninck, advocaat van de burgerlijke partijen, zag in de twee beschuldigden een 'perfect match': zij de manipulatieve, narcistische vrouw, hunkerend naar bewondering. Hij de volgzame man met laag zelfbeeld. Daarin zag Daeninck ook de mogelijke motieven voor een moord. De Candt zou namelijk misschien opnieuw samen kunnen zijn met 'zijn Kristel' als de rivaal weg was, terwijl hij bij Appelt een ontspoorde jaloezie bemerkte. De verdediging wierp het af en meester Smet vermeldde dat De Candt in het dossier maar één keer agressief was geweest, ondanks vele provocaties. De verdediging wees ten slotte op de rol van Vandereyt en de 'knok- en cameraploeg' die hij meegenomen had. Eén van de drie meegekomen vrienden had tijdens de zitting toegegeven dat hij meegegaan was te om te vechten en de twee anderen om te observeren en te filmen. Ze hadden op de route van de twee beschuldigden postgevat, niet op de afgesproken locatie, maakten ze de jury attent. "Wie is wat aan het voorbedenken?", vroeg meester Smet zich af. Dinsdagochtend zullen de beschuldigden voor de laatste keer het woord nemen. Daarna zal de jury in beraad gaan over de schuldvragen. (Belga)

Vandereyt werd op 2 december 2018 rond 3.30 uur in Aarschot neergestoken door zijn (ex-)vriendin Kristel Appelt en de vader van haar kinderen Björn De Candt. Appelt en Vandereyt, die een heel gewelddadige relatie hadden tot op het moment van de feiten, waren toen al een dag lang aan het ruziën en uitdagen via sms en telefoon. Maandag in de voormiddag hadden openbaar ministerie en de burgerlijke partijen, met de voorkennis van het eerdere proces in februari, hun pleidooien al voorbereid op uitlokking. Zo werd er gehamerd op de voorwaarde van proportionaliteit: juridische uitlokking bestaat er volgens hen pas in wanneer de dader geweld stelt dat proportioneel is met het geweld dat tegen hem/haar gesteld wordt. De vijftien messteken die Appelt en De Candt toebrachten aan het slachtoffer waren volgens hen dan ook niet proportioneel met de slag en stamp(en) die Vandereyt had uitgedeeld. De verdediging was het echter oneens. Meester De Man, advocaat van beschuldigde Appelt, citeerde rechtsleer die stelde dat iemand die eenmaal geprovoceerd of uitgelokt is, minder in staat is om de gevolgen van zijn/haar daden in te schatten. Hij concludeerde dat het geweld dat Vandereyt eerst aan Kristel Appelt aandeed, genoeg was om te kunnen spreken van uitlokking. Naast juridische spilpunten, draaiden de pleidooien ook over de mensen achter de daden. Meester Philip Daeninck, advocaat van de burgerlijke partijen, zag in de twee beschuldigden een 'perfect match': zij de manipulatieve, narcistische vrouw, hunkerend naar bewondering. Hij de volgzame man met laag zelfbeeld. Daarin zag Daeninck ook de mogelijke motieven voor een moord. De Candt zou namelijk misschien opnieuw samen kunnen zijn met 'zijn Kristel' als de rivaal weg was, terwijl hij bij Appelt een ontspoorde jaloezie bemerkte. De verdediging wierp het af en meester Smet vermeldde dat De Candt in het dossier maar één keer agressief was geweest, ondanks vele provocaties. De verdediging wees ten slotte op de rol van Vandereyt en de 'knok- en cameraploeg' die hij meegenomen had. Eén van de drie meegekomen vrienden had tijdens de zitting toegegeven dat hij meegegaan was te om te vechten en de twee anderen om te observeren en te filmen. Ze hadden op de route van de twee beschuldigden postgevat, niet op de afgesproken locatie, maakten ze de jury attent. "Wie is wat aan het voorbedenken?", vroeg meester Smet zich af. Dinsdagochtend zullen de beschuldigden voor de laatste keer het woord nemen. Daarna zal de jury in beraad gaan over de schuldvragen. (Belga)