Op 29 mei 2015 gaf de familie van Osama Ben Alla hem als vermist op bij de politie. Volgens hen ging de 20-jarige Osama twee dagen eerder naar het huis van een man met de naam Sami, later geïdentificeerd als de beschuldigde. Het lichaam van de vermiste man werd op 12 juni teruggevonden door een sluiswachter in het Brusselse kanaal. Uit onderzoek bleek dat het lichaam gedeeltelijk in stukken was gehakt door een bootschroef, waardoor het onmogelijk was een juiste doodsoorzaak te achterhalen. De politie volgde verschillende sporen, maar kwam uiteindelijk uit bij een afrekening binnen het drugsmilieu van Elsene. Osama Ben Alla en Sami Akhbriche zouden een conflict hebben gehad over een smokkeloperatie van drugs. Akhbriche stond bij de politie al gekend voor het verkopen van drugs aan minderjarigen, in de omgeving van scholen in Elsene. Hij werd hiervoor in 2017 door de correctionele rechtbank al veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf. Een belangrijke getuige beweerde in maart vorig jaar dat Sami Osama met een kogel in het hoofd had gedood, in de kelder van de woning van de familie Akhbriche. Volgens deze getuigenis zaten Sami's moeders, zijn twee zussen en broer aan tafel toen zij een knal hoorden. Zij haastten zich daarop naar de kelder, waar ze het levenloze lichaam van Osama aantroffen en Sami met een wapen in de hand. De familie hielp hem vervolgens het lichaam te verplaatsen, in te pakken en naar het kanaal te brengen, aldus de informant. Vooraf werd Akhbriche meermaals ondervraagd door de politie over de feiten. Hij ontkende niet dat er een conflict was met Osama, maar beweerde dat hij door hem werd afgeperst. Hij ontkende hem echter te hebben neergeschoten. In september vorig jaar keerde Akhbriche zijn kar en bekende hij de feiten, al onderstreepte hij dat hij onder druk werd gezet om te bekennen. De jury van het Brusselse assisenhof heeft Akhbriche woensdag schuldig bevonden aan doodslag. De strafmaat wordt morgen/donderdag bepaald. (Belga)

Op 29 mei 2015 gaf de familie van Osama Ben Alla hem als vermist op bij de politie. Volgens hen ging de 20-jarige Osama twee dagen eerder naar het huis van een man met de naam Sami, later geïdentificeerd als de beschuldigde. Het lichaam van de vermiste man werd op 12 juni teruggevonden door een sluiswachter in het Brusselse kanaal. Uit onderzoek bleek dat het lichaam gedeeltelijk in stukken was gehakt door een bootschroef, waardoor het onmogelijk was een juiste doodsoorzaak te achterhalen. De politie volgde verschillende sporen, maar kwam uiteindelijk uit bij een afrekening binnen het drugsmilieu van Elsene. Osama Ben Alla en Sami Akhbriche zouden een conflict hebben gehad over een smokkeloperatie van drugs. Akhbriche stond bij de politie al gekend voor het verkopen van drugs aan minderjarigen, in de omgeving van scholen in Elsene. Hij werd hiervoor in 2017 door de correctionele rechtbank al veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf. Een belangrijke getuige beweerde in maart vorig jaar dat Sami Osama met een kogel in het hoofd had gedood, in de kelder van de woning van de familie Akhbriche. Volgens deze getuigenis zaten Sami's moeders, zijn twee zussen en broer aan tafel toen zij een knal hoorden. Zij haastten zich daarop naar de kelder, waar ze het levenloze lichaam van Osama aantroffen en Sami met een wapen in de hand. De familie hielp hem vervolgens het lichaam te verplaatsen, in te pakken en naar het kanaal te brengen, aldus de informant. Vooraf werd Akhbriche meermaals ondervraagd door de politie over de feiten. Hij ontkende niet dat er een conflict was met Osama, maar beweerde dat hij door hem werd afgeperst. Hij ontkende hem echter te hebben neergeschoten. In september vorig jaar keerde Akhbriche zijn kar en bekende hij de feiten, al onderstreepte hij dat hij onder druk werd gezet om te bekennen. De jury van het Brusselse assisenhof heeft Akhbriche woensdag schuldig bevonden aan doodslag. De strafmaat wordt morgen/donderdag bepaald. (Belga)