De beschuldigde bekende de feiten. Hij hield wel vol dat het slachtoffer hem bedreigde met een mes vooraleer hij haar aanviel. De jury oordeelde dat uit vele elementen, zoals zijn bekentenissen en zijn ontboezemingen bij zijn zoon de avond van de feiten, blijkt dat hij wel degelijk naar het slachtoffer ging, met haar ruziemaakte, haar wurgde, neerstak en sloeg. Vervolgens verplaatste hij haar lichaam naar de douche, waar hij haar besprenkelde met javel en het water liet lopen. Rekening houdend met de ernst van de verwondingen, vooral het aantal messteken, is de intentie om te doden "duidelijk", aldus de jury. De verdediging pleitte onweerstaanbare drang, wat tot een vrijspraak zou leiden, maar de jury veegde dat van tafel. "Hij stond naar eigen zeggen naast de halfopen toegangsdeur, met zijn hand op de klink, toen het slachtoffer volgens hem een mes greep. Hij kon dus vertrekken", zei de jury. Ook het door de verdediging gepleit argument van uitlokking werd verworpen. Daarvan kan enkel sprake zijn als de reactie op agressie onmiddellijk en proportioneel is, en een ander, redelijk persoon op dezelfde manier zou reageren in die situatie. De jury wees erop dat de beschuldigde verklaarde dat hij het slachtoffer stak toen ze al op grond lag en geen wapen meer had. Op 4 september 2019 rond 10.00 uur werd het levenloze lichaam van Leïla Zahiri, een 51-jarige moeder van drie kinderen, ontdekt in haar appartement in de Korenbeekstraat in Sint-Jans-Molenbeek. De eigenaar van de woning trof het neergestoken slachtoffer aan in de badkamer. Hij was haar gaan opzoeken nadat buren hem hadden geïnformeerd over een waterlek uit het appartement van het slachtoffer. De vrouw werd levenloos aangetroffen in de douche, haar lichaam was gedrenkt in stromend water. Ze vertoonde tekenen van wurging door een stropdas om haar nek. Ze had ook ongeveer 30 steekwonden in de thorax gekregen. Het onderzoek richtte zich al snel op Abdelkader Bouajaja die een liefdesrelatie had met het slachtoffer. Hij werd uren na de vondst van het lichaam onderschept. De man stond al bekend om vele gewelddaden. Zo werd hij in 1997 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor de brandstichting in een jeugdcentrum in Koekelberg. Tijdens zijn eerste politieverhoren verklaarde de verdachte al dat het slachtoffer hem met een mes had aangevallen en dat hij zich verdedigd heeft en het mes tegen haar heeft gedraaid. Maar deze versie van de gebeurtenissen kwam niet overeen met de objectieve elementen van het onderzoek, zoals de bevindingen van de forensisch pathologen. (Belga)

De beschuldigde bekende de feiten. Hij hield wel vol dat het slachtoffer hem bedreigde met een mes vooraleer hij haar aanviel. De jury oordeelde dat uit vele elementen, zoals zijn bekentenissen en zijn ontboezemingen bij zijn zoon de avond van de feiten, blijkt dat hij wel degelijk naar het slachtoffer ging, met haar ruziemaakte, haar wurgde, neerstak en sloeg. Vervolgens verplaatste hij haar lichaam naar de douche, waar hij haar besprenkelde met javel en het water liet lopen. Rekening houdend met de ernst van de verwondingen, vooral het aantal messteken, is de intentie om te doden "duidelijk", aldus de jury. De verdediging pleitte onweerstaanbare drang, wat tot een vrijspraak zou leiden, maar de jury veegde dat van tafel. "Hij stond naar eigen zeggen naast de halfopen toegangsdeur, met zijn hand op de klink, toen het slachtoffer volgens hem een mes greep. Hij kon dus vertrekken", zei de jury. Ook het door de verdediging gepleit argument van uitlokking werd verworpen. Daarvan kan enkel sprake zijn als de reactie op agressie onmiddellijk en proportioneel is, en een ander, redelijk persoon op dezelfde manier zou reageren in die situatie. De jury wees erop dat de beschuldigde verklaarde dat hij het slachtoffer stak toen ze al op grond lag en geen wapen meer had. Op 4 september 2019 rond 10.00 uur werd het levenloze lichaam van Leïla Zahiri, een 51-jarige moeder van drie kinderen, ontdekt in haar appartement in de Korenbeekstraat in Sint-Jans-Molenbeek. De eigenaar van de woning trof het neergestoken slachtoffer aan in de badkamer. Hij was haar gaan opzoeken nadat buren hem hadden geïnformeerd over een waterlek uit het appartement van het slachtoffer. De vrouw werd levenloos aangetroffen in de douche, haar lichaam was gedrenkt in stromend water. Ze vertoonde tekenen van wurging door een stropdas om haar nek. Ze had ook ongeveer 30 steekwonden in de thorax gekregen. Het onderzoek richtte zich al snel op Abdelkader Bouajaja die een liefdesrelatie had met het slachtoffer. Hij werd uren na de vondst van het lichaam onderschept. De man stond al bekend om vele gewelddaden. Zo werd hij in 1997 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor de brandstichting in een jeugdcentrum in Koekelberg. Tijdens zijn eerste politieverhoren verklaarde de verdachte al dat het slachtoffer hem met een mes had aangevallen en dat hij zich verdedigd heeft en het mes tegen haar heeft gedraaid. Maar deze versie van de gebeurtenissen kwam niet overeen met de objectieve elementen van het onderzoek, zoals de bevindingen van de forensisch pathologen. (Belga)